Een ambitieus provocatiestuk dat verzandde in literaire isolatie
De context van een teleurstelling
R.A. Cornets de Groots ‘Een wijze van lev/zen’ zou zijn grote doorbraak moeten worden. Het verhalend essay, in 1969 als bibliofiele uitgave verschenen bij de Mouette Press in Oxford, was volgens de auteur provocerend genoeg om druk na druk te genereren en mogelijk zelfs Kamervragen op te roepen. De realiteit bleek anders, en de correspondentie tussen Cornets de Groot en uitgever Wim Meeuws leest inderdaad als een pijnlijke echo van Elsschots ‘Kaas’: hooggespannen verwachtingen die uiteenspatten tegen de muur van maatschappelijke onverschilligheid.
Een hybride vorm vol ambities
De tekst, gekenmerkt door de eigenzinnige schrijfwijze ‘lev/zen’ (leven én lezen tegelijk), is een verhalend essay gesitueerd in de 18e eeuw. De hoofdpersoon is, in Cornets de Groots eigen woorden, een ‘uit de gevestigde orde verdrevene’ wiens protesthouding de stijl bepaalt. Het werk beweegt zich op meerdere niveaus: het is tegelijk literaire analyse (van Rhynvis Feiths ‘Julia’ en H.C. Poot), autobiografische zelfreflectie, filosofische verhandeling over de eenheid tussen leven en lezen, én een felle repliek op prof. dr. A.L. Sötemann (‘A.S. Lötermann’), die in de Nieuwe Taalgids kritiek op Cornets de Groot had geuit.
Deze veellagigheid maakt het werk ambitieus maar ook kwetsbaar. Cornets de Groot creëert een barokke constructie waarin personages uit de 18e eeuw fungeren als personificaties van verlangens eerder dan als realistische karakters. Diana, Odilio/Otilie, Marianne, Constance en Carla bevolken een landschap dat evenzeer psychisch als historisch is. De reisroute langs pleisterplaatsen als ‘De geleerde man’ en ‘De vijf tuinen’ verwijst naar een individuatieproces, waarbij elke locatie symbolisch geladen is.
De provocatie: seks en taalgebruik
Het werk bevat expliciete seksuele passages en een vertoog over ‘het gebruik van grove woorden’. Voor 1968 was dit gewaagd genoeg, maar Cornets de Groot wilde meer: hij wilde de literaire wereld wakker schudden. In zijn aantekeningen bij de tekst noteert hij dat ‘de personen niet de functie hebben verlangens te reflecteren, maar die te personifiëren’. Het gaat hem om een andere manier van lezen, waarbij de lezer zich in de gegevens van het ‘fantasticon’ begeeft zodanig dat dit leidt tot ‘een levend inzicht in een boek, een structuur, een tijd, een mens, een wereld.’
Deze visie, waarin de ‘manier van lezen niet los mag komen te staan van de manier van leven’, vormde de kern van Cornets de Groots literaire filosofie. Hij verzette zich tegen wat hij zag als de dogmatische wetenschapsbeoefening van de close reading-beweging, die in de jaren zestig dominant werd. Zijn werkwijze – die hij omschrijft als een zoektocht naar ‘de beweeglijke levenswerkelijkheid van een lezer’ – botste met de academische mode van zijn tijd.
Een bibliofiele mislukking
De uitgave zelf was indrukwekkend: 333 exemplaren, waarvan twaalf op speciaal papier in half kalfsleer, met een originele houtsnede van Hanns H. Heidenheim en een illustratie van Faber Heeresma (die in 1969 bij een auto-ongeluk overleed). De catalogusbeschrijving benadrukt de mimesis van ‘onbetrouwbare historische kennis en fantasie’, waarbij de hoofdpersoon ‘iets van de 18e eeuw tot zijn geestelijk bezit’ maakt door ervarende kennis.
Maar de correspondentie vertelt een andere geschiedenis. Uitgever Meeuws schrijft op 29 december 1969 bedroefd over ‘magere resultaten’ en vraagt om hulp bij het vinden van recensenten. Cornets de Groot antwoordt op 17 februari 1970: “De openbare reacties op Een wijze v Leven vallen bitter tegen.” Hij voegt daaraan toe dat er wel over wordt ‘geluld’ en dat hij positieve privéreacties kreeg, maar de publieke doorbraak bleef uit.
De publicatie van een verkorte versie in het Belgische tijdschrift Komma (december 1968) had volgens Cornets de Groot moeten zorgen voor publiciteit, maar zelfs dit leidde tot teleurstellingen: censuur zonder voorafgaand overleg, geen overdrukken, slechts één bewijsnummer. De auteur voelde zich ‘steeds verder geïsoleerd’.
Waarom de tekst faalde
Verschillende factoren droegen bij aan de mislukking. Ten eerste was de tekst te hybride: noch zuiver wetenschappelijk, noch toegankelijk literair. De combinatie van 18e-eeuwse personages, autobiografische elementen, literaire analyse en polemiek maakte het werk moeilijk te categoriseren en dus moeilijk te verkopen.
Ten tweede kwam het werk op een ongelukkig moment. De close reading-beweging die Cornets de Groot bekritiseerde, was juist in opmars. Zijn pleidooi voor een ‘eenheid tussen leven en lezen’ klonk ouderwets in een tijd waarin tekstimmanente analyse als de enig wetenschappelijke methode gold. De inleiding op de website formuleert het helder: het werk markeert ‘de inleiding tot zijn steeds verder geïsoleerde positie in de literaire wereld’.
Ten derde onderschatte Cornets de Groot de provocatieve kracht van zijn eigen tekst. Wat hem revolutionair leek – expliciete seks, grove taal, een aanval op de academische literatuurwetenschap – was ofwel niet schokkend genoeg voor de seksuele revolutie van de late jaren zestig, ofwel te intellectueel voor een breed publiek.
De blijvende waarde
En toch heeft ‘Een wijze van lev/zen’ blijvende betekenis, juist door zijn eigenzinnigheid. Het werk toont een schrijver die compromisloos zijn eigen visie op literatuur verdedigt. De uitgebreide aantekeningen bij de tekst – met hun etymologische uitweidingen, symbolische duidingen en verwijzingen naar hermetische tradities – getuigen van een erudiet en associatief denken dat vandaag weer aanspreekt.
De tekst is ook een tijdsdocument van een literair-historisch keerpunt: het moment waarop een oudere generatie schrijvers en critici die literatuur zagen als levenskunst, werd verdrongen door academici met wetenschappelijke pretenties. Cornets de Groots verzet tegen deze ontwikkeling was gedoemd te mislukken, maar blijft intellectueel intrigerend.
De ironie is dat dit werk over de eenheid van leven en lezen juist het tegengestelde bewerkstelligde: het markeerde de definitieve scheiding tussen Cornets de Groots levenswerk en de literaire wereld waarin hij erkend wilde worden. Wat als hoogtepunt bedoeld was, werd een dieptepunt – een bibliofiele mislukking die de auteur verder de marge in duwde.
Waardering
‘Een wijze van lev/zen’ is een fascinerend mislukt experiment: te ambitieus om toegankelijk te zijn, te eigenzinnig om academische acceptatie te krijgen, te intellectueel voor een breed publiek. Het werk verdient hernieuwde aandacht niet ondanks maar juist dankzij zijn falen. Het toont hoe een begaafd literator kon vastlopen in het spanningsveld tussen literatuur als levenskunst en literatuur als wetenschapsobject.
Voor wie geïnteresseerd is in de literaire geschiedenis van de jaren zestig, in alternatieve manieren van literatuur lezen, of in de tragiek van literaire miskenning, blijft dit werk waardevol. De recente digitale ontsluiting door de website cornetsdegroot.com is dan ook verdienstelijk: ze geeft dit werk een tweede leven dat het in zijn eigen tijd nooit heeft gehad.
De antiquarische waarde van ongeveer 75 euro weerspiegelt de bibliofiele kwaliteit, maar onderschat de intellectuele betekenis van deze mislukte maar fascinerende poging om literatuur en leven te verzoenen in één provocerende tekstuele ineenstrengeling.
Oordeel: ★★★½ (voor specialisten en liefhebbers van literair-historische curiosa)