Start » Met uitgevers/redacteuren » Correspondentie Bert Bakker (Maatstaf, 1964-1969)

Correspondentie Bert Bakker (Maatstaf, 1964-1969)

 

56 brieven, 4 briefkaarten.
Bron: Letterkundig Museum.
Bert Bakker in 1965.Bert Bakker in 1965.

 

1. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

Den Haag, 5 febr ’64

Geachte heer Bakker,

Hierdoor doe ik u mijn veranderde tekst 1 toekomen, die me nu heel wat beter toelijkt, nu ik er amende honorabele in maak voor mijn stommiteiten in Bikini. 2
Omdat u ‘t plan had Vestdijk er ook in te betrekken, zag ik me genoodzaakt ook ‘t slot enigszins te veranderen. Het geheel is nu meer gebonden en m.i. aantrekkelijker geworden. Als u het in deze vorm wilt hebben, zag ik daar graag bericht over tegemoet. Dat u ‘t pas in Mei gebruiken kunt, is voor mij geen bezwaar.
Inmiddels blijf ik,
Met vriendelijke groet en alle hoogachting,
Gaarne uw:

[Handtekening]


2. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

Den Haag, 23 april [1964]

Zeer geachte heer Bakker,

Gaarne doe ik u hierdoor iets toekomen dat wellicht beter is dan de twee stukjes die ik u eerder stuurde. Van een bandrecorderinterview met Mulisch kan helaas niets komen, aangezien hij op mijn vragen, zijn ‘innerlijk’ leven betreffende, alleen maar antwoordt: “Ik weet niet wat de dingen die ik zeg, betekenen. Maar ik ben onfeilbaar.” Dat stukje, dat inderdaad héél slecht is, is door combineren en associëren gemaakt: niet door praten met Mulisch. In het hierbij gevoegde artikel is op de 3e blz. een illustratie gemaakt, Het genie van Lucebert, dat in mijn Bikini wel genoemd, niet getoond wordt, helaas. 3
Inmiddels blijf ik,
Met alle hoogachting en vriendelijke groet,
Gaarne uw:

[Handtekening]


3. Bert Bakker aan Cornets de Groot

[Brief in typoscript, 1 blz.]

‘s-Gravenhage, 8 december 1965

Zeer geachte heer Cornets de Groot,

Inderdaad is het beter, dat U het stuk over Achterberg terug neemt. De heer Middeldorp heeft het gelezen en ik heb het hèrlezen. Wij vinden beiden, dat wij U met opname in Nieuw Kommentaar op Achterberg geen dienst zouden bewijzen. 4

Met vriendelijke groet en hoogachting,

Bert Bakker/Daamen N.V.


4. Wim Gijsen 5 aan Cornets de Groot

[Brief in typoscript, 1 blz.]

18 maart 1966

Beste Ru,

Het wordt tijd voor onze ontwerper om te beginnen aan de voorbereidingen van het reismodel voor je boek over Vestdijk. 6 Daarvoor hebben we zo spoedig mogelijk van je nodig: de definitieve titel van het boek, de eventuele ondertitel, de juiste spelling van je auteursnaam (dus b.v. de voorletters of de volledige voornamen!), de eventuele inleiding plus een bladzijde of zestien van het eerste stuk. Doe je dat gauw? Dan kunnen we vooruit.
Het is ook belangrijk dat je de rest van de kopij, die je naar ik meen alleen nog maar hoefde over te tikken, zo snel mogelijk inlevert. Wij kunnen dan, in overleg met drukkers en binders secuurder plannen, het bespaart jou en ons langdurig wachten op proeven en de zekerheid dat het boek op de door ons gewenste tijd zal verschijnen, wordt er groter door.
Hartelijks en tot ziens,

wim gijsen


5. Cornets de Groot aan Wim Gijsen

[Brief in handschrift, 1 blz.]

Den Haag. 26 III ’66

Beste Wim,

Hier is

  1. de inleiding
  2. het eerst te plaatsen essay (Mnemosyne I)
  3. de slotbeschouwing (dan weet je tenminste waar het allemaal over gaat).

Ik vergat te vertellen, dat er m.i. foto’s moeten komen van Da Vinci’s Apostelen uit zijn Laatste Avondmaal, om aan hand- en armgebaar en gezichtsuitdrukking te laten zien met wèlke apostelen de 12 levenden (uit De kellner en de levenden) overeenstemmen. Vestdijk heeft naar dit schilderij zitten kijken bij ‘t schrijven van die roman! 7
Er moeten ook nog twee gedichten (als bijlage?) uit De vijf roeiers aan ‘t boek worden toegevoegd.
De titel van mijn boek is:

De chaos en de volheid
ondertitel: een vijfvoudig essay [in afwijkend handschrift bijgeschreven]: ‘over S. Vestdijk’
mijn naam: R.A. Cornets de Groot Moet je nog meer weten, bel dan even svp (11 61 82)

Met vr. gr.

je Ru


6. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in typoscript, 1 blz.]

[Ongedateerd]

Beste Bert,

1 à 2 dagen te laat op de afspraak, stuur ik het Vestdijkgeval: het hangt me nu geweldig de keel uit. Er moeten, zoals ik al zei, nog een paar foto’s bij van Leonardo’s fresco: fragmenten. Het boek waar ze in staan, zou ik gisteren hebben gehad, nu ga ik er morgen maar zelf op af, en dan stuur ik je ze morgenavond. Mocht er iets af zijn voor correctie, belast er mij dan maar mee, dat is makkelijk voor je corrector en het kost je geen tijd/geld.

m. vr. gr.,

je Rudy [Handtekening]

[In handschrift]: ‘P.S.
In de citaten bewaarde ik de daar gebruikte spelling. Ik geloof dat dat ook juist is, maar bereid de zetters er wel op voor, s.v.p.’.


7. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz., ongedateerd]

Beste Bert,

Dat ik wat laat ben met de plaatjes van Da Vinci, komt doordat ik ‘t boek waarin ze staan had uitgeleend aan iemand die met vakantie was. Nu hij terug is, heb ik ze dus. Ze zijn van de uitgever Veen, maar misschien hebben ze er daar geen bezwaar tegen als je ze overneemt? Anders moet ‘t maar op een andere manier. Ik wou in ieder geval eenmaal ‘t gehele schilderij laten zien, 8 en dan nog een paar groepen apostelen, (toch wel zoveel mogelijk conform deze van HSE Burgers).
In de afdeling bijlagen moeten ook nog een paar gedichten uit De vijf roeiers komen. Ze gaan hierbij, genummerd 1 en 2, in de juiste volgorde – maar ik zou die nummers er niet bij af laten drukken. 9

M. vr. gr.

Je Rudy

(Bij de foto’s staan opmerkingen – welke wel en welke niet bruikbaar zijn)


8. Bert Bakker aan Cornets de Groot

[Brief in typoscript, 1 blz.]

‘s-Gravenhage, 5 september 1966

Beste Ru,

Wil je mij onmiddellijk na ontvangst van dit briefje even opbellen voor het maken van een afspraak? De proef van je boekje over Vestdijk is binnen, maar wij moeten de werkwijze bespreken en de afbeeldingen van Het laatste avondmaal. Doe het dadelijk.

Hartelijks


9. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

[Ongedateerd]

Beste Bert,

Ingesloten vind je Daisy’s 10 brief, waarover ik sprak. De urgentie Hulsker 11 met domme vragen lastig te vallen, is inmiddels zeer verminderd, omdat Tegenbosch 12 (van Raam) me een tip gaf voor een job bij de Volkskrant. Gaat dat niet door dan weet Lubberhuizen 13 misschien nog iets, daar ga ik vrijdag a.s. heen. Lukt dat allemaal niet, dan kom ik graag op m’n verzoek aan jou, mijn voorspraak te willen zijn bij Hulsker, terug. Dan krijg je ook de nodige gegevens.
Voor Maatstaf heb ik een stukje over Gorter, 14 dat ik nu maar niet opstuur, omdat ik je je vakantie graag gun in alle rust. Bij je terugkomst neem ik ‘t wel mee, na onze afspraak te hebben gemaakt om die open ruimte 15 nader te bezien.

Goede reis, veel genoegen en behouden thuiskomst:

je Ru


10. Bert Bakker aan Cornets de Groot

[Brief in typoscript, 1 blz.]

‘s-Gravenhage, 26 oktober 1966

Beste Rudy, Hierbij in triplo de kontrakten voor je Vestdijk-boek. Als je je met de inhoud kunt verenigen, wil je dan een eksemplaar, door jou ondertekend, terugsturen?
Ingesloten ook weer je brief aan het Fonds voor de Letteren.

Je stuk over de Mei van Gorter zullen wij tzt erg graag in Maatstaf opnemen.

Hartelijks


11. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

26 okt 66

Beste Bert,

Dank voor de zorg en het contract, dat hierbij getekend weer terugkomt. Met Geert Lubberhuizen tekende ik uiteraard een contract zonder optieverlening 16 – ik was hem een boek over Mulisch schuldig (sinds een afspraak in ’62) en heb hem om daar “af te komen” iets anders gegeven. Als dat Mulischboek ooit nog komt, moet ik dat natuurlijk toch aan Geert geven, omdat Mulisch er zelf aan meewerkt, en ik neem aan dat je je daarmee verenigen kunt. 17
Een ander punt: m’n Gorterstuk gaat niet over de Mei, maar over bijgevoegd gedicht dat je misschien op een los velletje gedrukt bij het betreffende Maatstafnummer kunt voegen.

M. vr. gr.

Je Rudy

Bijlage: de open ruimte: tekst = inhoud


12. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

17 nov. 66

Beste Bert,

Onlangs schreef ik een stukje proza, dat het eerste hoofdstuk voorstelt van een onroman. 18 Ik weet eigenlijk niet wat ik er mee moet: m’n vrouw vindt het bluf en is de mening toegedaan dat de stijl in orde is, anderen vinden de stijl weer slecht – daarentegen de inhoud sterk. En er zijn natuurlijk lui die me gewoon een beroerd onderwijsman vinden en dat aan de hand van feiten aan kunnen tonen.
Hoor ik eens wat je ervan vindt?

M. vr. gr.

Je Rudy

[In afwijkend handschrift]: Ik vind dit voor Maatstaf wel degelijk de moeite waard.


13. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Briefkaart in handschrift, aan 1 zijde beschreven.]

5/1/’67

Beste Bert,

Mèt Balders zelfkick mijn stukje 19 op Vestdijks Schema en ideologie. 20
Kijk je even of ik geen blunders maak a.u.b.?

Met hart. gr.

je Ru

P.S. Stellen we die onroman nog maar even uit? Dan kan ik nog even voort met het vervolg.


14. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

Den Haag, 18/1 1967

Beste Bert,

Hier krijg je dat stuk over Crul, 21 waar ik ‘t laatst over had. ‘t Is wat kort, voor zo’n lang gedicht, maar daar kan ik ook niks aan doen. Ik beloofde Willem Brandt 22 een recensie exemplaar van De chaos, maar vergat ‘t inmiddels weer. Je stuurt er hem toch ook éen? Die man schrijft in alle kranten van de wereld. Als ik van de week even aan aanloop om eens over een baan te praten, herinner me er nog even aan, s.v.p.

Met hartelijke groet,

Je Rudy


15. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 2 blz.]

Den Haag, 2/2/1967

Beste Bert,

Na m’n telefoontje aan jou begint me de moed zo langzamerhand in de schoenen te zinken. Inmiddels ben ik bij Van Goor geweest, Sijthoff, De Volkskrant – baantjes van zeven tot zeven, en zonder een fatsoenlijk tegenwicht in geld. Ik zie nog wel eens wat jongens die iets voor me willen doen, maar daar komt dan achteraf weer niets van – alleen, en dat moet ik tot z’n eer toch wel zeggen: m’n onbetrouwbare zwager 23 bood aan me iets te laten doen in E. Weekblad – maar ik drink nog liever inkt en vreet liever papier dan dat. 24 Ik ben zo verlamd door dit gesodemieter dat ik geen regel meer volkrijg: ‘t tweede hoofdstuk van m’n onroman heeft me een maand bloeden gekost, en dan staat ‘t weer stil en ben ik nog te beroerd om ‘t uit de tikmachine te rollen. Had ik enige zekerheid dat ik dat stipendium van f. 6000,- kreeg, dan deed een baantje er niet eens zo toe, dan leende ik wel ‘t een en ander – maar volgende maand ben ik doodgewoon blut, bel ik eigenhandig de deurwaarder en laat me opsluiten bij ‘t gajes: een talentvolle mislukkeling.
Eén hoop heb ik nog, dat ben jij. Van ‘t Fonds voor Letteren kreeg ik f. 121,- voor bijdragen in Maatstaf in ‘t eerste half jaar ’66. Maatstaf zelf, heb ik ontdekt, betaalt pas uit na afloop van de jaargang, maar ik zit radeloos omhoog en daarom wil ik je vragen of ik niet nu al die 16 blz x f 5,- = f 80,- (over Willem Elsschot 25 & Chemisch reinigen 26 ) krijgen kan, je ziet, hoe treurig ‘t met me gesteld is. Omdat f 80,- natuurlijk net zoveel is als nagenoeg niets verzoek ik u beleefd doch dringend (of ‘t niet mogelijk is), me een voorschot te geven op De open

[p. 2]

ruimte(?)
Kentering 27 heeft me doen weten dat ze m’n Lucebertstudie over De spiegel draait haar raad niet willen hebben: ‘t is te lang. Als jij er iets aan hebt, voordat De open ruimte voor iedereen vrijkomt, mag je er dus voor Maatstaf over beschikken – kijk maar wat je ermee doet. Voorpublikatie ervan is misschien van gunstige invloed op de verkoop van dat boek? 28 Heb je nog je voelhorens uitgestoken naar iets moois voor me bij de KB? Ik vond achtereenvolgens: 1) je voorjaarsaanbieding met de lovende woorden aan mijn boek en 2) een boekbespreking van De chaos door Ritter: 29 dank voor beide. Als tegenprestatie stuur ik je van een zekere Rob Kool, Goudreinetstraat 105, tel. 286853, Den Haag, een paar verzen. Ik moest er iets bij schrijven, en dat doe ik dus nu. Hoor ik gauw iets van je?

Vriendelijk gegroet,

Je Rudy


16. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

Den Haag, 7 feb. 1967

Beste Bert,

Mocht je de komende maanden toevallig gebrek aan kopij hebben, dan heb je hier misschien iets aan. Zelf ben ik er nogal mee ingenomen, hoewel het wat moeizaam leest. Maar dat is toch eerder de schuld van Mulisch dan van mij. 30
Wat een lovende woorden over mij van Wim Gijsen in Maatstaf 9 – en ik weet werkelijk niets van logistiek! 31
Weet je inmiddels al iets van de stipendia? Nog bedankt voor de voorschotten à f. 375,- en tot gauw maar weer.

M. vr. gr.

Je Rudy


17. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

Den Haag, 30 mrt ’67

Beste Bert,

Even moet ik je deelgenoot maken van m’n vreugde m.b.t het slijk der aarde. Ik kreeg een subsidie van f. 2500,- en een werkbeurs van f. 4000,- bij elkaar f.6500,- zodat ik gordijnen kopen kan: een oude wens.
Zojuist herlas ik m’n onroman, die ik enigszins heb bijgewerkt en nu aan jou toevertrouw voor opname in M’staf. Je oordeel over dit stukje, heeft me daartoe verleid. Zou je het vóór Juli a.s. kunnen plaatsen, denk je? Tegen die tijd krijg ik nl. dat ontslag zwart op wit, en dan kan ik nog een paar mensen treiteren – misschien doen terugschrikken van wat ze hebben gewekt. Die Jak. van der Meulen is de brains achter ProvoLynx en lector Strafrecht in A’dam. 32
Hoor ik eens van je?

M. h. gr.

Je Rudy


18. Wim Gijsen aan Cornets de Groot

[Brief in typoscript, 1 blz.]

30 april 1967

Beste Rudy,

De ‘onroman’ hebben wij graag voor Maatstaf geaksepteerd. Eigenlijk hadden wij dat ook met het stuk over Mulisch willen doen. Er is een treurige, maar afdoende reden waarom we dit niet doen: dit stuk komt in Maatstaf op ca. 40 bladzijden en dat is, samen met wat we al van je hebben, gewoon te veel.
Zodoende: Groeten van ons beiden,

wim gijsen


19. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz., ongedateerd]

Beste Bert,

Met deze brief een vervolg op de onroman. Na ‘t stuk over Mulisch dat je me terug gaf, vind ik ‘t beter dat ik de hoofdstukken ook maar in stukjes hak. E.e.a. geeft me trouwens de gelegenheid om bij ‘t overtikken van het origineel allerlei aktualiteiten in de tekst te monteren, zoals hier met de tirade tegen de arme Jan Kolkhuis. 33 ‘t Slot vind je misschien wat abrupt maar voor een vervolgverhaal lijkt me dat niet erg.

Hartelijke groet,

Je Rudy


20. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 2 blz.]

23 mei 1967

Beste Bert,

Ik schreef een nogal principieel stukje over Lucebert dat ik je graag voor Maatstaf geven wil. Het is de bedoeling dat dit stuk ook in mijn Labirinteek komt. Dit boek wil ik je op een dag na 2 juli presenteren; laat ik er nu al vast iets van zeggen.

De inhoud.

1/ Een hibridies geschrift (Gezelle) Raam
2/ Een opregt gemoed (Staring) Maatstaf
3/ Vreugde om een zondaar (Corn. Crul) 34 B B
4/ Prinses onder de heksen (Elburg) Ongepubl.
5/ Idealist door gedrag (Elsschot) Maatstaf
6/ Het daglicht van de nacht (Anth. Donker) Raam
7/ Poppoëzie (Johnny the Selfkicker) 35 Wikor
8/ Balders zelfkick (Gorter) Maatstaf
9/ Het mirakels orakel (Lucebert) B B
10/ A star is born (Achterberg) 36 Ongepubl.
11/ Formules (een algemeen artikel) Raam (wsch)
12/ Een achttiende eeuws labyrint (Rhijnvis Feith) Idem

De nummers 3 en 9 heb je nu dus al in je bezit. Van 1, 4, 5, 6, 10, 11 en 12 heb ik de kopij. Dat van nr. 7 krijg ik pas als het verschenen is (Wikor). Dat gebeurt wsch. in juli. Van 2 en 8 heb ik geen duplikaat, maar die staan gelukkig in Maatstaf. ‘t Was mijn bedoeling om de poëzie die ter sprake komt, afzonderlijk op te nemen, achter in het boek – van nr. 3 uiteraard maar een fragment, ± 100 regels. Bij 11 en 12 komt dan niets. 37

[p. 2]

Als je ook hier iets voor illustraties voelt, dan heb ik ‘t idee om het labirint op de kerkvloer van Chartres te benutten – liefst op ‘t omslag. Een afbeelding daarvan heb ik echter niet, maar daar is wel naar te zoeken. 38 Zo zou ik bij de stukjes niet de portretten plaatsen, 39 maar voorstellingen die te maken hebben met mijn tekst: ‘Opregt gemoed’ en de Wildenborch, bv. zoals dat in Maatstaf gebeurde (dus nu zonder portret).
Dit bespreken we nog wel nader – na 2 juli maak ik dan een afspraak – hetzij met jou of met Bertje.

Hartelijk gegroet,

Je Rudy


21. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

Den Haag, 6 juni [1967]

Beste Bert,

Hierdoor de onroman verder. Ik geloof dat je gelijk hebt: het is de moeite van ‘t lezen waard. Binnenkort ga ik ermee door. Door toevallige omstandigheden ben ik achter een hoop wetenswaardigheden gekomen, die ik allemaal nog verwerken kan. Als je ervoor voelt wil ik steeds iets ervan in Maatstaf kwijt (op de manier van J.B. Charles met zijn Volg ‘t spoor terug in Podium destijds). Maar regelmaat kan ik niet garanderen – dat hoeft trouwens ook niet m.i. Als ik dan na verloop van tijd uitgekankerd ben stellen we er een boek van samen – dat bespreken we dan wel.
Een zetfout op pag. 10 deed me die fout in dat stukje uitbuiten (ae i.p.v. van aa);
Op pag. 11 spel ik overal hoorn, behalve de laatste keer, waar ik horen zeg – een lettristies aardigheidje;
Verder nog lettrisme op blz. 19: brgrlkgristlyk. 40
Tot zover deze keer

Hartelijk gegroet

Je Rudy


22. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

25 juli 1967

Beste Bert,

De 14e juli deed ik dan eindelijk dat examen M.O. Ned en slaagde. Veel heb ik natuurlijk niet aan dat papier, want na m’n haatdragend stukje in Maatstaf 41 voelt geen enkel dorpsonderwijsman er iets meer voor ‘t paard van Troje binnen te halen. Ik heb daarom gedacht aan de mogelijkheid m’n didactische gaven aan ‘t papier toe te vertrouwen en ik zend je een proeve daarvan toe.
‘t Wordt een ‘anti-schoolboek’, met inleiding tot de leerling, deze bloemlezing uit Starings lyrische poëzie. Bruikbaar voor school is ‘t natuurlijk wel. Voel je er iets voor zo’n ‘schoolboek’ te maken? Ik heb nog andere ideeën in dat geval – een ‘story’ van de ‘hoofse lyriek’, van de ME af, naar Vestdijks Madonna met de valken, voor ‘jeugdig’ publiek. Een 16e eeuws spel van sinne, waar ik iets aparts over te vertellen heb, enz. 42
Bekijk dit es, voorlopig, en vertel me wat je ervan denkt?

M. h. gr.

Je Rudy


23. Bert Bakker aan Cornets de Groot

[Brief in typoscript, 1 blz.]

‘s-Gravenhage, 24 juli 1967 43

Beste Rudy,

Ik zie er wel wat in, maar dan zullen we er toch eerst over moeten praten. Wil je me even opbellen voor het maken van een afspraak? Ik ben als je me vandaag dinsdag opbelt bereikbaar, woensdag tot 4 uur, donderdag niet, vrijdag de gehele dag.
Je idee is eigenlijk heel leuk en het lijkt me niet eens uitgesloten, dat progressieve neerlandici er voor klassikaal gebruik intrappen. Maar wij moeten dan nog wel eens praten over jouw spelling. 44
Je stuk over Lucebert 45 komt zeer binnenkort in proef. Je boek 46 komt eind september begin oktober uit.

Hartelijks


24. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 2 blz., ongedateerd]

Beste Bert,

Hier is de tekst alweer terug – dat moet nu zo maar in orde zijn. De jaartallenlijst 47 stuurde ik naar A. Staring, met verzoek om verbetering, en de vraag of we per 15 sept in z’n archief kunnen duiken. 48
Vermeeren (Valkhof) 49 vroeg ik al om een bijdrage, en toen ook nog de Van Eyck-kenner H.A. Wage. 50 Van Eyck schreef nl. een gedicht ‘An old song ended’, dat begint met Starings eerste strofe van Aan de eenvoudigheid. Zo komt dan ook ‘t aspect ‘beïnvloeding’ door Staring aan bod. Antwoord heb ik nog niet, en morgen ga ik 14 dagen de stad uit. Met de buren afgesproken dat ze me de post nasturen, dus evt. hoor je van me uit Rijssen. Weet je nog een musicoloog die iets zinnigs vertellen kan over Starings liedjes? In ieder geval kunnen we de muziek van Adeline verbeid ook afdrukken, volgens iemand die er iets van weet, schijnt dat mooi te zijn, maar daar heb ik dus geen sjoege van.
Nu even dat stuk over Awater dat hierbij gaat. Wil je ‘t hebben, laat ‘t me dan zo gauw mogelijk weten. Dan kan ik De Gids schrijven dat Maatstaf in januari met een Nijhoffherdenking komt en of ik ‘t terug mag hebben – desnoods in ruil voor dat Cornelis Crulstuk (dat jij dan weer hebt). 51 Bert, ik heb bij jou een vervolg liggen op een Een onroman, etc. Dat is niet goed, stuur ‘t a.u.b. terug, dan krijg je er een verbeterde versie van, die ik nog moet maken. 52
Bert, als je nog geld aan me kwijt wilt (van De Chaos), dan graag. Ik weet wel dat ‘t maar een beetje is, maar dat beetje is voor mij heel veel. Ik ben nu bezig een weg te zoeken om de bloemlezing die jou voor de geest zweeft, te realiseren. Maar inmiddels zit ik nog steeds met mijn Labirinteek. ‘t Is mijn mooiste boek tot nu toe, wanneer praten we er

[p. 2]

es over? Awater komt er ook in.
Nu, tot gauw – eerst even die rotvakantie – dan schrijven we weer tegen de klippen op!

Hartelijk gegroet

Je Rudy

P.S. Jan de Vries Staring 53 hou ik nog even bij me (d.w.z. niet in Rijssen) voor de ‘bloemlezing’.
Blijkens publicaties van Meeuwesse in Nwe Taalgids en Raam 54 is Awater op ‘t ogenblik hoogst actueel.


25. Bert Bakker aan Cornets de Groot

[Brief in typoscript, 1 blz.]

‘s-Gravenhage, 10 augustus 1967

Beste Rudy,

Hierbij op je verzoek het tweede stuk van je on-roman terug. Ook Gijsen en ik vinden het niet erg geslaagd. Je valt ook veel te veel met iets volstrekt onbegrijpelijks in huis. Niemand weet wat je met de eerste alinea aanwil.
Je stuk over Awater gaf ik vanmiddag mee aan Wim Gijsen, die mij spoorslags van zijn bevindingen op de hoogte zal stellen. Ik vind het een uitmuntend essay en wil het graag in de januari-aflevering opnemen.
Gijsen voelt ook veel voor ons Staring-plan voor november of december a.s. Als we met het bijeengaren van de kopy niet op tijd zijn, kunnen we het altijd nog opnemen in de januari-aflevering van 1968. Dat maakt weinig uit en we hebben dan met Staring en Nijhoff twee herdenkingen in één klap. 55
Ik zal uit laten rekenen wat je nog van me tegoed hebt aan De chaos en aan Maatstaf.
Omstreeks 15 september kun je mij weer benaderen over de uitgave van Labirinteek. Misschien kunnen we de uitgave realiseren in de loop van volgend jaar. 56

Hartelijks


26. Bert Bakker aan Cornets de Groot

[Brief in typoscript, 1 blz.]

‘s-Gravenhage, 11 augustus 1967

Beste Rudy,

Ook Wim Gijsen vindt Awater op dood spoor een fantastisch stuk. Vraag het met dwang terug van De Gids. Jij krijgt dan van mij het Crul-stuk. En ik reken erop, dat je voortaan niet meer buiten mij om eerst stukken naar andere bladen stuurt.

Hartelijks


27. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Briefkaart in handschrift, poststempel 13 september 1967]

Beste Bert,

Voor Staring hebben we de stellige zekerheid dat P. v. Valkenhoff (= P.J.H. Vermeeren) en H.A. Wage een stuk schrijven. Wage’s stuk heet Staren naar Staring over de ‘invloed’ van St. op ‘t nageslacht (Van Eyck). Met ons interview en mijn stukje is dat dus wel wat!

M.h.gr.

Je Rudy


28. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

20 sept 1967

Beste Bert,

Veldink 57 heb ik om zijn bijdrage gevraagd. Antwoord heb ik nog niet, maar misschien richt hij zich wel tot Maatstaf-zelf, dus tot jou.
Aangezien hij Staring als landbouwer beschrijft – en als waterbouwkundige – vond ik dat ik dat niet moest doen – beter dan hij kan ik ‘t vast niet. Dus heb ik Jolles 58 in de bibliotheek gelaten, en een stukje 59 over Starings rationalisme geschreven. Het is een wat springerig artikel, maar zo ben ik zelf ook. Overigens ben ik er zeer mee ingenomen, omdat het het conservatisme van Staring doorbreekt. ‘t Is nodig dat er nieuw licht valt op Staring. Het monopolie van schoolmeesters moet nu maar eens kapot, en ik lever daartoe graag m’n bijdrage.

Hartelijks,

Je Rudy


29. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

Den Haag, 25 sept ’67

Beste Bert,

Veldink antwoordt niet. Kun jij er niet iets aan doen? Je hebt nog een relatie in Wageningen die een poging kan doen – ‘t is toch te gek als die man niet mee wil doen.
Ik zie dat je ‘t jaartallenlijstje nog niet hebt – hier gaat het dus bij. Voorts twee hoofdstukken Mulisch. Als je ‘Mulisch’ op deze manier leuk vindt, zou ‘t dan niet een idee zijn iets dergelijks van Lucebert te maken in de (nabije) toekomst? 60

Met hartelijke groet

Rudy


30. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

Den Haag, 27 sept 1967

Beste Bert,

Brief van A. Staring en stukje over A.C.W. gaan hier gecorrigeerd in de zin van A. Staring retour.
Veldink heb ik bedreigd met ‘s werelds ondergang, voor A. Staring ‘s hemels zegen afgesmeekt – ik hoop dat ‘t eerste iets uithaalt.* Ik vergat nog naar de foto’s te kijken die je van Starings portretten liet maken – stom – volgende keer zal ik erom vragen.

*[In kantlijn]: ‘t Laatste ook natuurlijk.

Met hartelijke groet

Rudy


31. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

[Ongedateerd]

Beste Bert,

Hier twee hoofdstukken van een reeks aantekeningen bij Mulisch. Oorspronkelijk had ik ze voor Raam bestemd. Beslis jij nu zo snel als maar mogelijk, of jij ze wilt hebben (met de rest, waar ik dus nog mee bezig ben?) Besef wel wat je doet, want je bent vrijwel iedere maand bezet door een stukje van mij – ‘t is tenslotte een soort feuilleton. 61

Met hartelijke groet

Ru


32. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Briefkaart in handschrift, aan 2 zijden beschreven, ongedateerd]

B. Bert,

Dit is hst 4 van Aant” bij Mulisch. Voor de bloemlezing van Lucebert heb ik een lijst van 85 gedichten die representatief zijn voor zijn dichterschap. Het grootste deel uit zijn eerste tijd tot en met Van de afgrond en de luchtmens. Tussen Mulisch en m’n gewone werk (correctie; ghost-writing) door werk ik alvast aan de

[p. 2]

opzet voor mijn inleiding bij Lucebert, die ik niet al te ‘technisch’ wil maken. Ik denk erover om ook hier de leraar en de leerling apart toe te wauwelen en tegen elkaar uit te spelen, zonder dat ik van een van beide de sympathie verspeel. 62 ± 40 blz. is niet te veel?

M. h. gr.

Je Rudy


33. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

Den Haag, 3 okt. 1967

Beste Bert,

N.a.v. ons telefoontje dus de blurb 63 van Poezie is kinderspel. Met de inleiding voor de leerling 64 ben ik zojuist ook al begonnen – althans met ‘t schema ervan, dus daar hoef je na de 11e oktober 65 niet zo idioot lang op te wachten. Van Veldink nog steeds niets gehoord, hier – misschien antwoordde hij weer aan jou? 66
Tot de 11e.

Met h. gr.

Je Rudy


34. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz., ongedateerd]

Beste Bert,

Hier zie je ‘t schema voor Luceberts bloemlezing. ‘t Is meteen de inleiding Aan de leraar. De inleiding Aan de leerling doe ik pas na bezoek aan Lucebert.
De band is ten dele goed – helemaal beluisterd heb ik hem niet.
Tevens twee hoofdstukken Mulisch.
Vestdijks novelle over een Middeleeuws verhaal heet De oubliette. Er is nog een ME verhaal: Het veer. 67
Hartelijks

Je Rudy


35. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in typoscript, 1 blz.]

Haag, 13 okt/67

Beste Bert,

Hierbij Staring terug, met dank. Ik krijg nu van jou binnenkort de overgetikte Labirinteek. Bel je me daarover, dan haal ik het wel op. Leg je daar dan Dirk Coster bij: honderd gedichten? 68
Met Lucebert ben ik nu klaar, zoals je ziet. Hoor ik wat je ervan vindt?
Nu even een bedelpartij: De ontbrekende maatstafdeeltjes zijn:
2e jaarg. nummer 11
6e jaarg. nummer 9, 10.
het juni nummer van 1967.

Kan ik op Poëzie is kinderspel en Labirinteek een voorschot van je krijgen?

Bertje had het erover, dat V.N. misschien behoefte had aan een recensent, en zei dat jij misschien iets kon bereiken daar, voor mij. Zelf heb ik al eens gesolliciteerd bij Matthieu S., 69 maar die vroeg in een brief terug wie of ik toch wel was, en dat hij met R. Bloem en Lehmann al genoeg aan literatuur deed. Nu hoop ik niet dat je Smedts een fotocopie van dit epistel geeft, maar je begrijpt dat ik liever zelf geen moeite voor mezelf doe bij V.N.

Breng jij Fokkema op de hoogte van wat Lucebert van zijn Willem Kloos vindt? Of is dat al gebeurd? 70

Van Licht waartegen het lied 71 en het jaartallenlijstje stuurde ik een duplicaat naar Lucebert, zodat jij van die zorg af bent.

hartelijke groeten,

je Rudy

[In handschrift:
‘Het woord begrippelijk staat in Van Dale en ‘t betekent ‘de aard van een begrip hebbend’. Ik vind het nu een mooier woord dan ‘begrijpelijk’ en hou ‘t dus dus op mijn tikfout. Dus: begrippelijk‘]. 72


36. Th.J.A. Duquesnoy aan Cornets de Groot

[Brief in typoscript, 1 blz.]

‘s-Gravenhage, 16 oktober 1967

Geachte heer Cornets de Groot,

Hierbij het gevraagde typoskript van Labirinteek. De Heer Bakker vraagt of U letter voor letter, komma voor komma wilt korrigeren, of U de spelling wèrkelijk konsekwent wilt houden en ons het manuskript daarna weer terug wilt bezorgen?
Wij voegen hierbij Dirk Coster, De Nederlandsche Poëzie in honderd verzen. De Heer Bakker is zeer aan deze editie gehecht en moet dit eksemplaar beslist terug hebben.
Uw titel wordt dus voor een dubbele Ooievaar: De Nederlandsche poëzie in twee honderd verzen. 73
De Heer Bakker gaat er van uit, dat U nog de lijst levert met de titels van de gedichten van Staring voor het Staring-nummer. Wij zullen verder kijken of wij U nog aan de gevraagde Maatstaf-nummers kunnen helpen. Die krijgt U dan als U Labirinteek en de Staring-lijst terugbrengt.
Vanavond zal de Heer Bakker de Heer Fokkema op de hoogte stellen.
De Heer Bakker was gistermiddag bij Lucebert en kreeg een voortreffelijke tekening voor de bloemlezing Poëzie is kinderspel. 74 De Heer Lucebert was zeer ingenomen met uw stukje Licht waartegen het lied en met uw jaartallenoverzicht. Hij vond een paar kleine foutjes, maar hij zal U die sturen.
Alle andere zaken bespreekt de Heer Bakker met U, als U hem opbelt om Labirinteek terug te brengen.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

BERT BAKKER/DAAMEN N.V.,
i.o. Th.J.A. Duquesnoy.


37. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

Den Haag, 18 okt 1967

Beste Bert,

Ons telefoontje van gisteren, waarin je vertelde dat alles in kannen en kruiken is m.b.t. Lucebert, heeft me even laten schrikken. Snel nog eens de tekst nagelopen, dus en ziedaar een stel verbeteringen, die hier bij gaan.
Ik weet niet of ik je de nieuwe blurb gaf met een enkele wijziging, – hier is hij dan nogmaals.
Voorts de definitieve tekst van Aan de leraar. Dit is nu helemaal zoals ik het hebben wil.
Ook Licht waartegen het lied heb ik ritmisch en logisch in overeenstemming gebracht met mijn wensen. Ook daarvan dus een kopie.* Gooi die andere dingen nog niet weg, voor je zeker weet dat dit nieuwe veilig en wel afgehandeld is, want ik heb nu géén copie meer, ook niet van de verbeteringen.**
Wage heb ik gebeld – die ligt door een auto-ongeluk met gekneusde ribben voor mirakel, maar zal over 2 weken zijn tekst af hebben. Je ziet hoe tegemoetkomend ik weer ben door te voorkomen dat jullie moeilijkheden krijgen met mijn tekst. Met de 200 verzen*** 75 ben ik alweer begonnen. Ik sloof me eigenlijk veel te veel uit.

Hartelijke groeten en tot gauw

Je Rudy

* [In de kantlijn]: d.w.z. de eerste pagina, want de rest blijft zo.

** [In de kantlijn]: In de lijst gedichten is Op het gors geschrapt en in memoriam w. reyers komt er voor in de plaats. 76
Bij de jaartallenlijst vermelden: ‘Samengesteld uit een bandrecorderinterview met Lucebert op 11 okt. 1967 en door de dichter geautoriseerd’. 77 *** [In de kantlijn]: Ik mag g.v.d. geen enkel boek van de Koninklijke meenemen en moet alles in die oersaaie leeszaal doen. Eigenlijk moet je m’n voorspraak zijn daar, en zorgen dat ik meekrijg wat ik wil: ik val daar in slaap bij die ouwe lullen.


38. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

Den Haag, 25 okt 1967

Beste Bert,

De titel van de bloemlezing wordt: De nederlandse poëzie in 200 gedichten. Niet ‘verzen’ dus (vers = regel). Ik zend je er ‘t eerste stuk van, waarvan ik graag wil dat je ‘t in Maatstaf opneemt (ik verdien te weinig). Je kunt er dan bij zetten dat af en toe zo’n stukje meer verschijnen gaat, allemaal onder de titel De steen van Rosetta. Op regelmatigheid hoeft natuurlijk niet te worden gerekend. De bloemlezing zelf zal wel een jaar of 2, 3 op zich laten wachten. Maar intussen moet ik toch aan geld zien te komen, vandaar dit idee.

Met hartelijke groet

Ru

[In typoscript bovenaan de pagina: ‘Ik zou het wel willen opnemen, maar hebben we nog ruimte?’] 78


39. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

Den Haag, 9 nov 1967

Beste Bert,

Op 28 mei vroeg ik ds Van den Bosch inlichtingen inzake Bethesda. Vandaag heb ik z’n antwoord, het gaat hierbij. E.e.a. wil zeggen dat ik de tekst ‘Een mirakels orakel’ uit Labirinteek ten tweede male moet herzien. 79 Ik hoop dat die dus nog niet naar de drukker is.

M vr gr

Rudy


40. Bert Bakker aan Cornets de Groot

[Brief in typoscript, 1 blz.]

Den Haag, 9 november 1967

Beste Rudy,

Ik zal je met ingang van heden een presentkaart geven in mijn recensie-archief. Je krijgt dan automatisch wat ik acht, dat je belangstelling zal hebben. Hierbij gaat voorts terug de brief van dominee Van den Bosch en je stuk over Lucebert, dat ik wel weer gauw terug moet hebben.

Hartelijks,


41. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

15 nov. 1967

Beste Bert,

Mijn onroman is af en ik stuur je nu het hele geval, d.w.z. met Maatstaf erbij. Bekijk ‘t eens, er zit (geloof ik) een kans op een zg. ‘bestseller’ in – vanwege de vorm en het onderwerp. Als je ‘t uit wilt geven, heeft ‘t misschien zin ‘t aan Labirinteek te doen voorafgaan: essays kunnen makkelijk een jaar blijven liggen – en mijn onroman is nóg vrij actueel. 80
Wage bezorgt ons vrijdag z’n bijdrage. Die stop ik dan wel bij je in de bus. D.A. Bobbe 81 vertelt dat hij ook iets opzond. Moeten we dat ook samen bekijken?
Je zou me nog bellen voor dat voorschot – dan hoor ik meteen e.e.a. van je.

Tot dan dan

Je Rudy


42. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz., ongedateerd]

Beste Bert,

Hier is ‘t stuk van Wage, 82 dat ik erg amusant en informatief vind. Kort is ‘t wel, maar hij heeft, door z’n ribben, weinig kunnen doen.
Wage zegt in zijn slot ‘de schrijver van Dichterschap‘, d.i. is P.N. van Eyck. Maar Van Eyck schreef 2 gedichten Dichterschap. Vraag bij de drukproef dus even welk van de twee bedoeld wordt (naam bundel of pag. verz. werk).
Ik hoorde deze week niets van je – hopelijk maak je ‘t goed? Aan m’n eerste brief van Lucebert ontbreekt de 1e blz. Dat is een getypt velletje met jaartallen die hij gecorrigeerd heeft. Hou dat even in de gaten s.v.p.

Rudy


43. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

26 nov. 1967

Beste Bert,

Nu drie weken geleden zei je mij binnen een week te zullen bellen en dat is dus niet gebeurd. Inmiddels heb ik alweer een paar epistels in je brievenbus gegooid en ook daar moet misschien over worden gepraat.
Hierbij gaat ‘t stuk over Lucebert terug. Bel me in ieder geval maandag nog op voor een afspraak. Als je die onroman niet wilt hebben (wat ik me kan voorstellen, hoor) weet ik er een Belgische uitgever voor met wie ik dit weekend in Brussel in contact kwam. 83 ‘t Interview dat Ivo Michels met mij had op ‘t 3e programma van de BRT zul je wsch niet hebben gehoord, – jammer, ‘t was de moeite waard! 84

m vr gr

Je Ru


44. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Briefkaart in handschrift, poststempel 15 januari 1968]

Beste Bert,

Binnen 2 maanden stuur ik je een essay toe: De Maria-metafoor in Een alpenroman. 85 Ik schrijf dit om te voorkomen dat je alvast die andere essays zou publiceren. ‘t Ziet er naar uit dat ik een paar kleinigheden moet herzien – oorzaak is Heeroma’s boek over Gruuthuse-handschrift. 86 De m.s. kun je wel houden of wegdoen – ik heb er copie van, deze keer.

Hartelijks

Ru


45. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

Haagje 2/2/68

Beste Bert,

Op blz. 16 een belangrijke wijziging, om niet in conflict te komen met een eerder afgelegde verklaring, als zou het gedicht niet autonoom zijn. Dat is ‘t ook niet, sinds vandaag.
Op blz. 59 staat een verdomd lang citaat van Mulisch. Dat moet dus in de oorspronkelijke spelling – ik heb dat in ‘t (originele) typoscript ook goed gedaan, maar iedereen denkt natuurlijk dat ik alleen het Duits citeer. Dat is dus niet zo. Let er in godsnaam op dat ‘t nu gaat, svp. 87

Met vr. gr.

je Ru


46. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 2 blz.]

Den Haag 18 april [1968]

Beste Bert,

‘t Lijkt me ‘t beste om je per brief over mijn art” voor Maatstaf te spreken. Ten eerste die ‘bloemlezing’-artikeltjes. Daarvan had ik graag dat je ze een tijd in reserve hield tot ik iets meer stof heb, zodat er in de opeenvolging der stukjes zo min mogelijk hiaten komen. De zaak is dat ik nu weer met zo verdomd veel dingen tegelijk bezig ben dat ik weinig rust heb om voor die ‘bloemlezing’ achter elkaar door te werken. En misschien heb ik een idee om die kwestie toch nog anders aan te pakken, in samenwerking met iemand die intelligente tegenargumenten maakt en tegenover mijn keus een ander plaatst. (In dat geval kies ik dus 100, mijn tegenspeler eveneens 100 = 200 samen). Die jongen* moet ik dus zien te bewerken, maar tot december zit hij vast aan een examen. ‘t Enige artikel dat jij dan nog hebt is dat over de Mariametafoor in Een alpenroman. Tegen plaatsing daarvan heb ik geen bezwaar – maar hoû de rest svp achter de hand tot ik er zelf meer klaarheid over heb.

Lucebert. Bij het bibliografietje moet m.i. vermeld worden dat de dichter, niet de bloemlezer, het rijtje heeft samengesteld, dat m.a.w. de verantwoordelijkheid ervoor bij Lucebert ligt (dat stuk over Theo v.d. Wal in Vlaams Tijds. heb ik zelfs nooit gelezen!) en niet bij mij. 88

[p. 2]

Staring. Kamphuis heeft me materiaal gegeven voor een rectificatie: het gedicht ‘De Israëlitische looverhut’ heeft niet in Pro Patria gestaan. De rectificatie 89 gaat hierbij.

M. h. gr.

je Rudy

[In de kantlijn]: * Jan Huynink van de NRC. 90


47. Bert Bakker aan Cornets de Groot

[Brief in typoscript, 1 blz.]

‘s-Gravenhage, 22 april 1968

B/TD

Beste Rudy,

In antwoord op je brief van 18 dezer het volgende: wij moeten over de zaak van de bloemlezing binnenkort nog maar eens praten. Ik vind het idee niet slecht, maar wil toch liever eerst nog eens van gedachten wisselen.
Wim Gijsen zou je het stuk over de Mariametafoor terugsturen, niet omdat het niet goed zou zijn, maar omdat een groot aantal lezers van Maatstaf Een alpenroman niet zullen hebben gelezen en je stuk het verhaal toch min of meer op de voet volgt. 91
Ik zal je opmerkingen over het bibliografietje in Lucebert nog ergens onderbrengen. Lucebert zelf stuurde nog een paar aanvullingen, maar die kunnen er niet meer in, omdat ik achterin geen regel ruimte meer over heb.
De rektifikatie Staring zal ik plaatsen in het juninummer. De april/mei-aflevering is al bij de binder.

Hartelijks,


48. Bert Bakker aan Cornets de Groot

[Brief in typoscript, 1 blz.]

‘s-Gravenhage, 3 mei 1968

B/TD

Beste Rudy,

Dit stuk 92 stuurde mij Hendrik de Vries, met verzoek het in Maatstaf op te willen nemen. Het tiksel is door mij nog niet gekorrigeerd. Ik kan het niet meer opnemen in mijn juni-aflevering. Het zou op zijn vroegst juli worden, maar misschien zelfs augustus. Ik neem aan, dat je er iets op antwoorden wilt, maar mijn dringend verzoek is dan: Houd het sec, dwz. kort en zakelijk. Bedenk, dat Hendrik de Vries een van de beste Bilderdijk-kenners is van ons land, überhaupt; ten aanzien van de poëzie een groot erudiet.

Hartelijks,

N.B.: De kopij moet uiterlijk 1 juni bij mij binnen zijn!


49. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz., ongedateerd]

Beste Bert,

Mijn antwoord 93 gaat hierbij, – het is kort, zakelijk en ‘t toont dat Bilderdijkkenners me niet alles zeggen, hoewel ik beken dat ‘t stuk van De Vries me niet onsympathiek is. Als iedereen zo reageert op m’n werk, mag ik niet mopperen…

Met beste groeten

Rudy


50. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

Den Haag 24 juli 1968

Beste Bert,

Ik ben zojuist uit België terug, waar ik 3 boekjes Poëzie is kinderspel ben kwijtgeraakt aan 3 recensenten die er geen van jou hadden gehad, t.w. weverberg, Herwig Leus, Paul de Wispelaere. 94 Zoals je weet heeft Leus mij meer dan lovend besproken in zijn Vooruit 95 en voor de Vara-microfoon – die moet je dus in ere houden. Deze 3 recensie-exemplaren gaan hoop ik wel van de rekening af?*
Voor Poëzie is kinderspel heb ik nog geen kontrakt van je gehad, – kunnen we dat binnenkort misschien even regelen?** Dan kan ik je ook m’n plan voorleggen om tegen de tijd dat Vestdijk 70 jr worden gaat een boekje over hem open te doen, bij wijze van gelukwens.
Lucebert sprak nog van een plan een grammofoonplaat uit te brengen, waarbij een paar essays van mij gevoegd kunnen worden – ik heb er nu een stuk of 4 bij elkaar, maar weet niet of ‘t idee nog doorgaat. 96 Ik wil zowel met Vestdijk als met die plaat vóór december klaar zijn, omdat in die maand aan de bloemlezing nederl. poëzie gewerkt moet worden, in samenwerking met Jan Huyninck (die dan al met jou e.e.a. besproken moet hebben).
Met Schierbeek heb ik nog niets afgesproken en ik heb ook nog helemaal niets aan die bloemlezing gedaan. Wel, hij gaat eerst met vakantie – daarna zien we verder. 97
Financieel sta ik er weer beroerd voor – krijg ik deze maand de afrekening over vorig jaar aub?***

Hartelijks

Je Rudy

[In afwijkend handschrift in de kantlijn]:
* Er staan geen Poëzie’s op Rudy’s rekening.
** Moet hij hiervoor een kontrakt hebben?
*** Aan de hr. vd Karst doorgegeven.

 


51. Bert Bakker aan Cornets de Groot

[Brief in typoscript, 2 blz.]

‘s-Gravenhage, 7 augustus 1968

Beste vriend Rudy,

Ik ben pas terug uit Skandinavië en heb nu pas gelegenheid om, summier, je brief van 24 juli j.l. te beantwoorden.
Het is best, dat je drie Lucebert-bloemlezingen hebt weggegeven aan vlaamse kritici. We zullen ze je maar niet door berekenen. Inmiddels kreeg ik een uitvoerig stuk van Paul de Wispelaere in Het Vaderland 98 onder ogen.
Voor bloemlezingen maken wij nooit een kontrakt met de samensteller. Dat gebeurt uitsluitend met de dichter om wie het gaat. Samensteller en inleider krijgen een fixed sum en bij een herdruk, naar verhouding van het dan nog te verrichten korrektiewerk, opnieuw een bedrag. Op het ogenblik is mijn produktie-chef met vakantie (tot maandag 19 augustus). Met hem moet ik de gehele kostprijs nog nakijken. Aangezien ook de heer Van der Karst op het ogenblik niet bij de hand is, kan ik niet vragen wat je al aan voorschot hebt ontvangen. Je moet mij in deze gebroken vakantiemaand even wat ruimte toestaan om alles met de betrokken mensen nader uit te werken.
Vriendelijk van je om over Vestdijks verjaardag te denken, maar uit je opmerkingen dienaangaande moet ik wel opmerken, dat je een volslagen leek bent op het gebied van de uitgeverij. Vestdijk wordt op 17 oktober a.s. 70 jaar. Er is geen sprake van, dat nu nog maar ook enig plan in verband met die datum zou kunnen worden gerealiseerd. Hoogstens zou je hem in de oktober-aflevering van Maatstaf nog geluk kunnen wensen, maar die ‘gelukwens’ mag dan niet meer beslaan dan maksimaal 3500 woorden. Hij wordt op zijn verjaardag door een klein aantal mensen gehuldigd en dan wordt hem het eerste eksemplaar aangeboden van zijn gemankeerd proefschrift dat Lubberhuizen en ik samen uitgeven. Zijn Gallische facetten komen deze maand al en in september verschijnt bij Nijgh een nieuwe roman. 99

[p. 2]

Ja, Lucebert heeft mij opgebeld over het grammofoonplaat-plan, maar jullie hebt elkaar verkeerd begrepen t.a.v. komplete essays van jou op die zelfde plaat.
Het is de bedoeling van Lucebert, dat hij poëzie voorleest mét muzikale omlijsting en zónder muziek. En dan wil hij van jou hetzij nieuw te schrijven hetzij gelicht uit bestaande essays korte inleidende en verbindende teksten erbij hebben. Maar we kunnen na eind september deze zaak veel beter nog een keer eerst met zijn drieën bespreken.
Ik heb nog niets gehoord van je medewerker aan de bloemlezing. Ik kan alleen zijn voornaam Jan in je brief ontcijferen. Wat je mij tot dusver aan artikelen stuurde, was zeker niet oninteressant, maar beantwoordt toch in geen enkel opzicht aan mijn oorspronkelijke bedoeling. Bovendien hebben wij hier op de uitgeverij werkelijk geen tijd om zelf de op te nemen gedichten in alle mogelijke boeken op te zoeken, over te tikken en te kollationeren. Laten wij ook die zaak jij, Jan …, en ik in de loop van oktober nog eens rustig behandelen.
Over je Schierbeek-plan wacht ik nadere berichten dus af.
Ten slotte, de heer Van der Harst zal het gevraagde financieel overzicht zo spoedig mogelijk maken.

Hartelijks,


52. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in handschrift, 1 blz.]

16 aug. 1968

Beste Bert,

Je weinig amusante brief zal ik maar vergeten – alleen éen ding – er staat in mijn brief nergens iets te lezen dat je zo kunt interpreteren dat ‘hele essays’ van mij op de plaat zouden komen – ik had ‘t over ‘t vullen van een album.
In ‘Vestdijk’ voor oktober heb ik geen zin, maar hier heb ik iets tegen Sötemann 100 dat je stemming misschien weer op peil brengen kan?
Mijn complimenten voor Labirinteek! 101

Tot kijk maar,

Hartelijks,

Je Ru


53. Bert Bakker aan Cornets de Groot

[Brief in typoscript, 1 blz.]

‘s-Gravenhage, 19 augustus 1968

Bert Bakker/BM

Beste vriend Rudy,

Bij terugkeer uit Zeeland vond ik je briefje van 16 dezer.
Ik begrijp niet goed waarom mijn vorige brief zo weinig amusant is. Het is gewoon een brief van een uitgever en er is niets onaangenaams mee bedoeld. Ik zou zeggen: bel mij een dezer dagen even op. Dan kunnen wij beter bij mij een uurtje samen praten. Wij kunnen het dan ook even hebben over de grammofoonplaat van Lucebert. Ik zal er dan tevens voor zorgen, dat je afrekening geheel rond is, d.w.z. over het jaar 1967, want het lopende jaar liggen alle cijfers nog chaotisch door elkaar. Wij kunnen bovendien even van gedachten wisselen over je stukje tegen Sötemann. Ik vind dat niet slecht, maar Wim Gijsen zit nog in Spanje en ik overleg alles met hem. Ik heb wel een paar bedenkingen, maar die hebben eigenlijk niets te maken met de inhoud van je betoog.
Mijn stemming is best, maar soms loopt de boel mij over de kop.
Heel veel hartelijks,


54. Cornets de Groot aan Bert Bakker jr.

[Brief in typoscript, 1 blz.]

7 oktober ’68

Beste Bertje,

Om een aanvraag voor bijstand kracht bij te zetten, heb ik dringend het contract voor Labirinteek nodig. Zou je dat binnen drie dagen in orde kunnen hebben? Wees zo goed en sla in dat archaïsche artikel 17 het woord ‘wel’ wel en het woord ‘niet’ door. [In afwijkend handschrift: ‘wel optie’].
Met Schierbeek ben ik nu klaar – overeenkomstig jouw wens zonder allerlei dure pagina’s; bovendien heb ik een mooi boek klaar met een verhalend en min of meer ‘pornografisch’ aandoend essay* over beddepraet van een paar achttiende eeuwse auteurs. 102 Maak je even tijd vrij om een en ander te bekijken?

Hartelijks,

je Rudy

[In handschrift:] * Voor Komma de aanleiding me te vragen deel uit te maken van de redactie! 103 Met De Gids erbij krijg ik ‘t dan wel druk. 104


55. Cornets de Groot aan Bert Bakker jr.

[Brief in handschrift, 1 blz.]

10 oktober 1968

Beste Bertje,

Dank voor de vlotte afrekening – bij elkaar is ‘t in ieder geval weer iets waar ik mee uit de voeten kan deze maand. Wil je ‘t laten overschrijven op mijn naam, postgiro 197077? Laat deze brief gelden als akkoordbevinding.* Denk je nog wel even om dat kontrakt – ik moet ‘t volgende week tonen – en maak even tijd voor een praatje over Schierbeek en de rest, – een aantal kleine essays + 1 omvangrijk en ‘sensationeel’ stuk inzake de 18e E, zoals ik al schreef.

Hartelijke groeten

Rudy

* Hierdoor verklaar ik mij akkoord met de honorariumafrekeningen over 1967 voor het boek

De chaos en de volheid à f 74,10
en het boek De open ruimte f 460,-
  f 534,10

[Handtekening]


56. B.M. Hosman aan Cornets de Groot

[Brief in typoscript, 1 blz.]

den Haag, 10 oktober 1968

BM/-

Zeer geachte heer cornets de groot,

Hierbij zend ik U twee kontrakten voor Labirinteek. Vriendelijk verzoek ik U één eksemplaar ondertekend aan ons te retourneren.
De heer Bakker heeft er beslist bezwaar tegen om van optie op uw volgend werk af te zien.
Met vriendelijke groet en hoogachting,

B.M.Hosman


57. Cornets de Groot aan Bert Bakker jr.

[Brief in handschrift, 1 blz.]

11 okt. 1968

Beste Bertje,

Van de Bij (!) ontving ik een uitnodiging naar Vestdijks receptie te komen. Ik neem die graag aan en zal dus op tijd verschijnen. 105 Omdat ik niet overdreven rijk ben (zoals je weet) heb ik f 10,- op je giro gestort als bijdrage voor ‘t geschenk.
Ingesloten vind je een brief voor je oom, – wil je die svp doorsturen?

Hartelijks,

je Rudy


58. Cornets de Groot aan Bert Bakker

[Brief in typoscript, 2 blz.]

11 okt. 1968

Beste Bert,

Uit het begeleidend briefje bij het mij toegestuurde kontrakt voor Labirinteek blijkt, dat je er bezwaar tegen hebt van het recht van optie af te zien. Ik vind dat erg jammer, omdat ik weet dat andere uitgevers (de Bij, Polak, Sijthoff, Contact) dit artikel niet hanteren, en dat schrijvers die zich na enige tijd een zekere naam hebben gemaakt, dat art. ook niet accepteren.
Mocht er bij jou enig wantrouwen bestaan, jegens mij, bv. door dat geval van De zevensprong, 106 laat ik je dan gerust stellen: ik bedoel werkelijk niets met mijn vraag. Ik vind alleen dat de verhouding tussen uitgever en schrijver niet op dwang moet berusten. Ik heb eenvoudig geen zin om om toestemming te vragen dingen elders te publiceren waarvan ik weet dat jij het toch niet doet: ik denk aan schooluitgaven, aan publikaties in beperkte oplaag. Ik vind dat ik over dat soort zaken beslis, en verder vind ik dat ik een even gunstige onderhandelingspositie moet hebben als mijn uitgever – om het even wie dat is.
Veronderstel dat er een uitgever komt die zegt “nou, joh, maak jij nou eens een zus-en-zo-boek op een voorschot van duizend gulden” – en ik weet dat ik bij jou voor zo iets tweehonderdvijftig krijg, wat zegt dan mijn door mijn zwak voor jou verzwakt zakelijk instinkt? Die uitgever bestaat – en ik heb je kontrakt voor Labirinteek nog niet getekend. Als ik nu eens afspreek, dat je mijn gewone essaybundels altijd als eerste krijgt aangeboden maar dat ik handelingsvrijheid behoud inzake wat daarbuiten valt (schoolboeken, bibliofiele uitgaven*) dan zal het je niet moeilijk vallen, dat artikel bij nader inzien toch maar te laten vervallen. Ik kan hoogstens om een hoger voorschot vragen,

[p. 2]

maar ik kan je niet benadelen, en wil dat ook helemaal niet. Ik heb nu al twee boeken voor je klaar liggen (of zo goed als klaar, wat een ervan betreft) 107 en ben al bezig aan een uitvoerig essay over Vestdijks Madonna met de valken. 108 Het zou leuk zijn als ik dat door jou kon laten uitgeven, maar jij moet het me mogelijk maken. 109

Met hartelijke groet, en spoedig beterschap gewenst,

je Rudy

* [In de kantlijn]: en werk over Mulisch


59. Cornets de Groot aan Bert Bakker jr.

[Brief in handschrift, 1 blz.]

Den Haag, 17 dec. [1968]

Beste Bertje,

Deze week probeerde ik ‘n paar keer je telefonisch te bereiken, maar je bent onwaarschijnlijk vaak weg (familie- en zakelijke aangelegenheden) – vandaag door ziekte, die naar ik hoop niet al te ernstig zal zijn: – men verwacht je donderdag alweer terug. Maar ik moet nu toch op korte termijn een voorschot van je los zien te krijgen, in ieder geval voor dat Schierbeekboek. Over ‘t andere liet ik inmiddels m’n gedachten gaan: misschien is ‘t toch beter als ik ‘t de Bezige Bij geef. Ik zit erg omhoog, en wil er een voorschot op van op zijn minst f 500,- – die krijg ik van Geert 110 zeker. Bedenk even dat dit idee pas ernstig overwogen werd nadat jij gezegd had er geen bezwaar tegen te hebben als ik ‘t ergens anders bracht. Denk je er ander over, dan blijf ik natuurlijk bij Bert – maar wil toch een voorschot dat althans dichter bij de f 500 dan bij de f 300 ligt.
Je kunt van je bed uit misschien weinig ondernemen, om iets voor me te doen. Maar beantwoord svp m’n brief zo spoedig mogelijk, zodat ik in ieder geval voort kan. Laten we afspreken dat uitblijven van een antwoord neerkomt op je instemming met mijn idee de ‘Hybriden’ 111 bij de Bij uit te geven.
Van harte beterschap en de beste wensen.

Je Rudy


60. Cornets de Groot aan Bert Bakker jr.

[Brief in handschrift, 2 blz.]

Den Haag, 23 sept. ’69

Beste Bertje,

‘t Nieuws van ‘t heengaan van je oom 112 las ik vanmorgen in De Volkskrant. Met de ochtendpost kwam ook de rouwkaart die je stuurde. Twee bijzondere herinneringen bewaar ik aan Bert. In de eerste plaats de tocht naar Vorden. 113 Op die dag heb ik Bert leren kennen als me daarvóór nooit overkomen was. Bezieling, toen hij eenmaal enthousiast was voor het Staringnummer, vervulde hem, en stak anderen aan. Hij beschikte over een aanzienlijke hoeveelheid geestelijke brandstof die men in ons lauw leefklimaat zelden vindt.
De tweede herinnering geldt niet ons gezamenlijke bezoek aan Lucebert, 114 maar een toevallige ontmoeting op ‘t Posthoornterras in een late zomeravond. Schreeuwerig, vuilbekkend, maar als een kind stond hij me toen voor ‘t kleine publiek dat er nog was, op te hemelen, als de essayist nà Paul Rodenko. Ik was geheel verbijsterd, maar niet weinig ingenomen met deze verbale kritiek, die ik wel niet voor juist, maar zeker voor stimulerend hoû. Tegenstellingen die er natuurlijk waren, zoals altijd als 2 mannen met elkaar van doen hebben, zinken bij zulke herinneringen ten slotte in ‘t niet. Zijn gedrag was zijn karakter. Men zal ‘t, als men hem – hoe zelden ook – zó meegemaakt heeft als ik, terecht betreuren dat zulke belevenissen nu voorgoed tot het verleden behoren. Dat is ook de reden, de oorzaak, dat ze niet verbleken: men neemt geen afscheid van iets

[p. 2]

of van iemand, zonder zich ervan te verzekeren dat ‘t hier niet gaat om een afscheid voorgoed.
Ik wens je alle sterkte in deze moeilijke dagen

Je Rudy





NOTEN
  1. Gelijk de wilde jacht, over S. Vestdijk, Cornets de Groots eerste publicatie in Maatstaf (mei 1964), herzien in de bundel De open ruimte als Een wilde jacht. ↩
  2. Cornets de Groots tweede publicatie, het grote essay Bikini, in Randstad nr. 5. ↩
  3. Het is onduidelijk om welke artikelen over Mulisch en Lucebert het hier gaat. Luceberts tekening ‘Het genie’ werd voorin de bundel De open ruimte afgedrukt; zie deze pagina. ↩
  4. Om welk artikel over Achterberg het gaat is onduidelijk. Cornets de Groots eerste artikel over Achterberg, Het nieuwe Thebe, verscheen in februari 1966 in Kentering en werd opgenomen in de bij Bert Bakker verschenen bundel De open ruimte. Nieuw Kommentaar op Achterberg werd samengesteld door Bert Bakker en Andries Middeldorp en in 1966 door Bakker/Daamen NV uitgegeven.  ↩
  5. Wim Gijsen (1933-1990), redacteur (samen met Bert Bakker) van Maatstaf. ↩
  6. De chaos en de volheid, Cornets de Groots eerste boekpublicatie, op 19 december 1966 bij Bert Bakker verschenen. ↩
  7. Deze foto’s werden overgenomen uit het boek Leonardo da Vinci’s psychologie der twaalf typen van mevrouw H.S.E. Burgers, waar Cornets de Groot voor De chaos en de volheid veel astrologische informatie aan ontleende. Zie hier voor de afbeeldingen (nu in kleur!). ↩
  8. Dit is niet gebeurd. ↩
  9. De gedichten werden, met nummers, als ‘bijlage bij dit hoofdstuk’ aan het eind van het essay afgedrukt. ↩
  10. Daisy Wolters, vriendin van de met Cornets de Groot bevriende linguïst en beeldend kunstenaar Aimée van Santen (ps. Jan Molitor) en destijds werkzaam bij het Letterkundig Museum. In haar brief van 29 september 1966 raadt zij Cornets de Groot te reageren op een vacature voor een ‘administrateur’ bij het Nederlands Congresgebouw in Den Haag, en daarbij o.m. Bert Bakker en Jan Hulsker (zie volgende noot) als referentie te noemen. ↩
  11. Jan Hulsker, medewerker van het Letterkundig Museum. ↩
  12. Lambert Tegenbosch, hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Raam (1963-1975), waarin Cornets de Groot vanaf 1966 zeer regelmatig publiceerde. ↩
  13. Geert Lubberhuizen (1916-1984) oprichter en van 1944-1981 directeur van De Bezige Bij. ↩
  14. Balders zelf-kick, verschenen in Maatstaf, (dec 1966), als Balders zelfkick opgenomen in De open ruimte. ↩
  15. De open ruimte, Cornets de Groots tweede boekpublicatie. ↩
  16. Het woordje ‘uiteraard’ is interessant in het licht van de kwestie rond optieverlening in de brieven 54-58. ↩
  17. Zie voor deze ‘afspraak’ brief 1 aan Pierre H. Dubois. Het boek waarvan sprake is, De zevensprong, verscheen in september 1967 bij De Bezige Bij. Van een ‘Mulisch-boek’ in strikte zin is het nooit gekomen; Contraterrein, waarin negen Notities bij het werk van Harry Mulisch, verscheen, zonder diens medewerking, in 1971 bij Nijgh & Van Ditmar. ↩
  18. Een onroman een bitterboek, verschenen in Maatstaf (juni 1967), is ongebundeld gebleven. ↩
  19. Een schrijver mée als tegenschrijver over een schepper mée als tegenschepper, Maatstaf (maart 1967). ↩
  20. Schema en ideologie, Vestdijks ‘anti-kritiek’ op De chaos en de volheid, Maatstaf (maart 1967). ↩
  21. Een nieuwe Ikaros, over de Cluchte van eenen dronckaert van Cornelis Crul, werd opgenomen in de bundel Labirinteek. Het werd niet voorgepubliceerd. ↩
  22. Willem Brandt (1905-1981), pseudoniem van Willem Simon Brand Klooster, dichter en criticus. Cornets de Groot zou niet veel later, op 20 januari 1968, voor Elseviers Weekblad een nogal ongunstige recensie schrijven van diens Pruik en provo. ↩
  23. Schrijver Heere Heeresma (1932), gehuwd met Cornets de Groots zuster Louise. Zie de brieven aan Heere Heeresma. ↩
  24. Niettemin verscheen in november 1967, negen maanden later, Cornets de Groots eerste recensie voor dat blad, en zou hij tot 1972 bijdragen blijven leveren. ↩
  25. Idealist door gedrag, Maatstaf (mei 1966), herzien in Labirinteek. ↩
  26. Chemisch reinigen, over Jacob van Maerlant, De roman van Torec, in Maatstaf (januari 1966), herzien in De zevensprong. ↩
  27. Literair tijdschrift (1959-1977) onder redactie van Wim Hazeu, waarin van 1965 tot 1972 bijdragen van Cornets de Groot verschenen. ↩
  28. De nieuwe school der poëzie, een van de vier essays over Lucebert in De open ruimte, werd niet voorgepubliceerd. ↩
  29. Zie Ritters Prisma-conceptbespreking. ↩
  30. Vermoedelijk gaat het om de later in Kentering verschenen artikelenreeks ‘Apokrief en kanoniek. Aantekeningen bij het werk van Harry Mulisch’, die later als negen Notities bij het werk van Harry Mulisch in de bundel Contraterrein werden geplaatst. ↩
  31. In het redactioneel van het betreffende nummer schreef Gijsen: “Cornets de Groot is voor ons zo’n uitgesproken voorbeeld van een nieuwe generatie van schrijvers; met een soort speelse sluwheid (waarachter een grote belezenheid schuilgaat van de meest onwaarschijnlijke boeken) ontwikkelt hij zijn theorieën die door hun ‘inbouw’ van tot dan toe als onwetenschappelijk verworpen denkgebieden (mystiek, logistieke filosofie) nog aanmerkelijk aan waarde winnen.” (Wim Gijsen, ‘waarom daarom’, Maatstaf, 14e jrg., nr. 9, dec 1966). ↩
  32. Een onroman een bitterboek verscheen in juni 1967 in Maatstaf en werd aan Jak. van der Meulen opgedragen. ↩
  33. Een vervolg op Een onroman een bitterboek werd nooit gepubliceerd; het manuscript is niet bewaard gebleven. De tirade tegen Jan Kolkhuis Tanke, naar aanleiding van diens recensie van De chaos en de volheid in De Nieuwe Linie (18-3-1967) kwam afzonderlijk terecht in de rubriek Knipselbureau van Kentering (nov-dec 1967). ↩
  34. Verschenen onder de titel Een nieuwe Ikaros. Zie noot 21.  ↩
  35. Niet gepubliceerd, zie hier voor de tekst. ↩
  36. Onder deze titel is geen essay over Achterberg door Cornets de Groot bekend. Het gaat vermoedelijk om Een dubbelesseej bij Achterbergs Dwingelo. ↩
  37. De besproken poëzie werd niet achterin het boek, maar telkens voorafgaand aan de essays opgenomen. Zie de verantwoording bij Labirinteek voor de uiteindelijke inhoudsopgave van de bundel.  ↩
  38. Zie het voorwerk van Labirinteek voor het omslag van de bundel met het labyrint van de kathedraal van Chartres. ↩
  39. Zoals in De open ruimte was gedaan. ↩
  40. De lettrismen staan op respectievelijk pagina 148, 149 en 160 van Een onroman een bitterboek. ↩
  41. Een onroman een bitterboek. ↩
  42. Van de reeks bloemlezingen die Cornets de Groot hier aankondigt, is alleen die van Staring ten uitvoer gebracht, zij het niet in de vorm van een ‘anti-schoolboek’, maar als Maatstaf-deeltje, inclusief inleiding aan leraar en leerling. ↩
  43. Deze brief is duidelijk een antwoord op de vorige, maar een van de correspondenten moet zich in de datering hebben vergist. ↩
  44. Bert Bakker stond een destijds moderne spelling voor, al werden er voor het werk van bepaalde auteurs uitzonderingen gemaakt. Zo schrijft Bakker in het redactionele ‘waarom daarom’ van het Staringnummer van Maatstaf: “Ofschoon de redakteuren van Maatstaf – overigens met goedvinden van de schrijvers – de spelling van de meeste bijdragen veranderen in een spelling waar zij zelf de voorkeur aan geven, hebben zij ten aanzien van de bijdragen van de neerlandici Vermeeren en Wage gemeend, de spelling ongewijzigd te moeten laten.” Cornets de Groot maakte nooit een punt van zijn spelling; de spelling van artikelen die hij voor Provoblaadjes schreef was zelfs nog radicaler dan die door Bert Bakker werd voorgestaan. “Ik spel maar zo’n beetje. Spelling is geen taal, ik ben niet consequent, ik spel willekeurig,” verklaart hij in een interview. ↩
  45. Het mirakels orakel. ↩
  46. De open ruimte. ↩
  47. Een dergelijke jaartallenlijst zou Cornets de Groot ook voor de bloemlezingen uit het werk van Lucebert en Bert Schierbeek opstellen. ↩
  48. Het aan Staring gewijde nummer van Maatstaf zou bijdragen bevatten van P.J.H. Vermeeren, H.A. Wage en, afgezien van een jaartallenlijst en de eigenlijke bloemlezing, twee bijdragen van Cornets de Groot: Een tussenhistoriese figuur en Starings liriese poëzie. Daarnaast bevatte het nummer nog een derde bijdrage van Cornets de Groot, Awater op dood spoor, wat werd verantwoord doordat mede-oprichter van Maatstaf Martinus Nijhoff, de dichter van Awater, in 1953, vlak voor het eerste nummer, was overleden. ↩
  49. Pierre van Valkenhoff, pseudoniem van P.J.H. Vermeeren (1913-1974), filoloog en docent van Cornets de Groot aan de School voor Taal en Letterkunde. In zijn In memoriam herinnert Henk Flinterman zich hoe hij door Vermeeren op Cornets de Groot werd gewezen: ‘Vermeeren maakte mij op hem attent, zo in de trant van: “Als je iets niet weet, zou ik maar eens bij hem te rade gaan, want hij weet alles”.’ ↩
  50. H.A. Wage (1911-1997), letterkundige met als specialisme de dichter P.N. van Eyck. Cornets de Groot leerde hem als zijn leraar aan de Kweekschool kennen. Later raadde hij hem aan om aan de Haagse School voor Taal en Letterkunde te studeren, waar hij rector was; Cornets de Groot behaalde er in 1967 zijn MO-akte Nederlands. Zij bleven tot zijn dood bevriend; zie de correspondentie. ↩
  51. Zie noot 21. ↩
  52. Dit vervolg op Een onroman een bitterboek is niet gepubliceerd en niet teruggevonden. ↩
  53. Jan P.M.L. de Vries, Verhandelingen, Antony Christiaan Winand Staring (24 januari 1767 – 18 augustus 1840). In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1940. Zie de DBNL voor een online weergave van de tekst. ↩
  54. A.C.M. (Karel) Meeuwesse (1914-1991), criticus en auteur van ‘Aantekeningen bij Awater’, Nieuwe Taalgids, nr. 60 (1967), en van ‘O Awater ik weet waarvan gij peinst’, Raam, nr. 34 (1967). ↩
  55. Zo is het ook gegaan; zie noot 48. ↩
  56. De bundel Labirinteek verscheen op 23 juli 1968. ↩
  57. J.G. Veldink, auteur van W.C.H. Staring 1808-1877 Geoloog en Landbouwkundige, Wageningen 1970. ↩
  58. A.J. Jolles, auteur van A.C.W. Staring en de Veengoot, Arnhem 1941. ↩
  59. Een tussenhistoriese figuur. ↩
  60. Zie noot 30. Een dergelijke reeks over Lucebert is er niet gekomen, maar wel begint Cornets de Groot kort hierna aan de opvolger van het Staringnummer: de bloemlezing Poëzie is kinderspel, met werk van Lucebert. ↩
  61. Zie noot 60. ↩
  62. Poëzie is kinderspel begint inderdaad met een inleiding Aan de leraar en een hoofdstuk Wie dit leest…, gericht aan de leerling. Zie ook noot 42. ↩
  63. Zie het voorwerk. ↩
  64. Zie de vorige noot. ↩
  65. Op 11 oktober 1967 togen Cornets de Groot en Bert Bakker naar Lucebert en diens vrouw in Bergen N-H. Van dit bezoek werd een bandopname gemaakt, aan de hand waarvan de Jaartallenlijst van Poëzie is kinderspel werd samengesteld. ↩
  66. Veldink heeft geen bijdrage voor het Maatstaf-nummer geleverd. ↩
  67. Het is onduidelijk waarop deze gegevens betrekking hebben. Cornets de Groot schreef in 1972 een essay over Vestdijks Het veer, dat werd gebundeld in Striptease.  ↩
  68. Blijkens deze en volgende brieven hadden Cornets de Groot en Bert Bakker na de bloemlezingen uit het werk van Staring en Lucebert het idee opgevat voor een algemene bloemlezing Nederlandse poëzie in honderd verzen, als herneming van Dirk Costers De Nederlandsche poëzie in honderd verzen (1927). ↩
  69. Matthieu Smedts (1913-1996), van 1955 tot 1969 hoofdredacteur van Vrij Nederland. ↩
  70. R.L.K. Fokkema, ‘Lucebert en het moeras van de poëzie’, in Regelrecht; evangelische oriëntaties, nr. 3-1 (1966). Cornets de Groot schreef Fokkema op 20 september 1967 een uitvoerige brief over zijn aan Luceberts het orakel van monte carlo gewijde essay. Zelf schreef hij over dit gedicht het essay Het mirakels orakel, opgenomen in Labirinteek. ↩
  71. Hoofdstuk uit Poëzie is kinderspel. ↩
  72. Deze verduidelijking heeft betrekking op de volgende passage uit het hoofdstuk Aan de leraar: “Zoals bij ieder dichter van nivo heeft het woord van Lucebert eveneens twee kanten: een muzikanteske en een begrippelijke” (p. 6). De beide termen vallen samen met het door Vestdijk gevonden onderscheid tussen ‘muzische’ en ‘significatieve’ poëzie (S. Vestdijk, Muiterij tegen het etmaal II, 1966 (2e druk), p. 49). ↩
  73. Zie noot 68. ↩
  74. Zie het omslag van Poëzie is kinderspel. Lucebert voorzag de drie onderafdelingen van de bloemlezing eveneens van tekeningen. ↩
  75. Zie noot 68; dit project is niet tot stand gekomen. ↩
  76. Merkwaardig genoeg heeft Cornets de Groot nooit over in memoriam willem reyers geschreven, maar wel tweemaal over op het gors, in Een gors is een gors is geen gors is een gors en in het hoofdstuk De eerste verdachte uit Met de gnostische lamp. ↩
  77. Precies zo staat het boven aan de Jaartallenlijst. ↩
  78. Zie noot 68 en 75. Het betreffende ‘stukje’ is niet overgeleverd. ↩
  79. De informatie van ds. Van den Bosch heeft vermoedelijk geleid tot de noot op p. 57/58 van Het mirakels orakel in Labirinteek. Zie ook noot 70. ↩
  80. Van Een onroman een bitterboek is alleen het eerste, in de brief met Maatstaf aangeduide deel verschenen. Zie noot 32. ↩
  81. Dirk Alexander Bobbe, dichter en studiegenoot van Cornets de Groot aan de Haagse School voor Taal- en Letterkunde, en jarenlang huisvriend. Zijn bijdrage werd niet geplaatst. ↩
  82. H.A. Wage, ‘Staren naar Staring’, Maatstaf, 15e jrg. nr. 10/11 (jan-feb 1968), p. 612-618. ↩
  83. Het is niet duidelijk om welke uitgever het gaat. ↩
  84. Uitgezonden in het BRT-radioprogramma Het beste uit het beste op 26 nov 1967. De uitzending is niet bewaard gebleven. ↩
  85. De Maria-metafoor in ‘Een alpenroman’ en de devotie van het hart werd niet in Maatstaf maar in Raam (juni 1968) voorgepubliceerd en gebundeld in Contraterrein. ↩
  86. Het is niet duidelijk waarop deze opmerking betrekking heeft. Het boek van K. Heeroma, Liederen en gedichten uit het Gruuthuse-handschrift, Leiden, 1966 wordt nergens in Cornets de Groots oeuvre ter sprake gebracht. Wel stelde Heeroma samen met Gerrit Kamphuis Pro Patria samen, een in 1942 door Bert Bakker clandestien uitgegeven bloemlezing ‘vaderlandse verzen’, waarin werk van Staring. Zie hiervoor Cornets de Groots Rektifikatie op zijn Staring-essay Een tussenhistoriese figuur. ↩
  87. Mogelijk heeft de eerste opmerking betrekking op het hoofdstuk Wie dit leest… van Poëzie is kinderspel, waarin Cornets de Groot stelling neemt tegen het idee van het autonome gedicht. De opmerking over het Mulisch-citaat geldt het aan het Staringnummer toegevoegde essay Awater op dood spoor. In de versie in Maatstaf zijn het Duits en de rest van Mulisch’ citaat inderdaad goed van elkaar te onderscheiden; op pagina 106 van de eerder ingeleverde versie in Labirinteek is de fout blijven staan. ↩
  88. In de Literatuur over Lucebert is die vermelding niet opgenomen. ↩
  89. Zie noot 86. ↩
  90. Ook van dit alternatieve plan met de bloemlezing Nederlandse poëzie is niets terechtgekomen. Jan Huynink bleef nog jarenlang bevriend met Cornets de Groot. ↩
  91. Zie noot 85. ↩
  92. Hendrik de Vries, Staring, Bilderdijk en de ‘versbevrijding’, een polemische reactie op Starings liriese poëzie. Het werd, mét Cornets de Groots dupliek Versbevrijding en het vers libre gepubliceerd in een later nummer van Maatstaf (juli 1968). De beide artikelen werden nogmaals gepubliceerd in Kritisch akkoord 1969. De Vries’ artikel werd gebundeld in zijn Kritiek als credo. Kritieken, essays en polemieken over poëzie, keuze, samenstelling en toelichting Jan van der Vegt, Den Haag, 1980, p. 52-56. ↩
  93. Versbevrijding en het vers libre, zie vorige noot. ↩
  94. Julien Weverbergh (1930), oprichter van de Vlaamse tijdschriften Bok en Komma. Herwig Leus (1941-2004), redacteur van Bok en oprichter van het tijdschrift Mep. Paul de Wispelaere (1928), redacteur van onder meer De Tafelronde, Komma, Nieuw Vlaams Tijdschrift en Raam. ↩
  95. Herwig Leus, Cornets de Groot: ‘Engagement niet als opzet voorop‘, in Vooruit, 27 juni 1968. Cornets de Groot droeg de bibliofiele uitgave van Een wijze van lev/zen op aan Leus. ↩
  96. Dit plan is niet doorgegaan; wel had Cornets de Groot op 7 juni 1968 in het NCRV-programma Eigen keuze een aantal gedichten van Lucebert van commentaar voorzien. Zie deze pagina voor de betreffende opname, en deze brief van Lucebert aan Cornets de Groot. ↩
  97. Op 10 oktober 1968 presenteerde Cornets de Groot aan Bert Schierbeek het materiaal voor een bloemlezing uit diens werk. Het werk is nooit uitgegeven. ↩
  98. Paul de Wispelaere, ‘Cornets de Groot: eigen plaats in essayistiek’, Het Vaderland, 2 aug 1968. ↩
  99. Het proefschrift is Het wezen van de angst, Amsterdam, 1968. Gallische facetten verscheen bij Bert Bakker; de bij Nijgh & Van Ditmar verschenen roman is De hotelier doet niet meer mee. ↩
  100. Dit is ongepubliceerd gebleven. Cornets de Groot had hiervoor al twee artikelen ‘tegen Sötemann’ gepubliceerd: Sötemanspraat weerlegd en vooral het Nawoord van Een wijze van lev/zen. ↩
  101. Zie noot 56. ↩
  102. Een wijze van lev/zen, in 1968 bibliofiel uitgegeven door Mouette Press, Oxford, Engeland. Zie de brieven aan uitgever Wim Meeuws. ↩
  103. Het Vlaamse Komma, onder redactie van Julien Weverbergh, verscheen van 1965 tot 1968. Een wijze van lev/zen werd er, met flinke coupures, in voorgepubliceerd (4e jrg., nr. 2, feb 1968). Cornets de Groot is niet tot de redactie toegetreden. ↩
  104. Cornets de Groot volgde in augustus 1968 Paul de Wispelaere op als ‘poëzie-chroniqueur’ van De Gids. Hij was sinds november 1967 al vaste medewerker van Elseviers Weekblad. ↩
  105. Over de receptie ter ere van Vestdijks 70e verjaardag schreef Cornets de Groot 17 jaar later het artikel Iets persoonlijks. Ook in Intieme optiek doet hij verslag van zijn al te korte ontmoeting met Vestdijk ↩
  106. De zevensprong was bij De Bezige Bij verschenen. ↩
  107. Bedoeld worden de ongepubliceerd gebleven bloemlezing uit het werk van Bert Schierbeek, en het manuscript van de pas in 1971 bij Nijgh & Van Ditmar uitgegeven bundel Contraterrein. ↩
  108. Vanaf 1969 schreef Cornets de Groot verschillende artikelen over Vestdijks gedichtenreeks Madonna met de valken; twee daarvan werden in 1971 in Maatstaf gepubliceerd. Voor de Vestdijkkroniek werden de artikelen in 1974 samengevoegd tot een groot essay Madonna met de valken, dat ongebundeld is gebleven. ↩
  109. Vermoedelijk heeft Bert Bakker niet van het optierecht afgezien. Na de uitgave van vier boeken binnen een tijdsbestek van anderhalf jaar zijn de beide in noot 106 genoemde boeken niet meer door hem uitgegeven. Ook komt er hier, ongeveer een jaar voor Bakkers overlijden, een einde aan de publicatiestroom in Maatstaf en de correspondentie tussen Cornets de Groot en de uitgeverij. Uit brief 16 van 17 januari 1969 aan Wim Meeuws blijkt dat Bakker toestemming voor publicatie van een nieuwe bundeling essays bij een andere uitgever heeft gegeven, maar Cornets de Groot lijkt zijn moeizaam bevochten onafhankelijkheid van Bakker te moeten bekopen met een marginalisering van zijn schrijverschap: ‘Ik heb (…) ‘t idee steeds verder geïsoleerd te raken: Bert Bakker gaf eindelijk z’n fiat aan ‘t plan m’n boek bij de Bij uit te geven en die stuurde de hele zaak binnen een week terug.’ ↩
  110. Geert Lubberhuizen, directeur van De Bezige Bij (zie noot 13). Cornets de Groot vergiste zich in zijn verwachting; zie de vorige noot. ↩
  111. Deze werktitel slaat op het feit dat Contraterrein, zoals de bundel later werd uitgegeven, volgens het voorwoord ‘in elkaar werd geflanst uit voorhanden materiaal’; ze verscheen in 1971 bij Nijgh & Van Ditmar. Behalve De zevensprong (1967) is er geen werk van Cornets de Groot bij De Bezige Bij verschenen. ↩
  112. Bert Bakker was op 19 september 1969 te Ilpendam overleden. ↩
  113. Naar het landgoed De Wildenborch van A.C.W. Staring ter gelegenheid van het Staringnummer van Maatstaf (zie noot 48). ↩
  114. Ter gelegenheid van Poëzie is kinderspel, op 11 oktober 1967; zie noot 65. ↩

Correspondentie G.A. van Oorschot (1969-1970) »

Reageren

U kunt deze HTML-tags gebruiken.

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>