Geen gemakkelijk heer (2)

Korte serie nav. Heere’s biografie

Rudy Cornets de Groot en Heere Heeresma.
Thuis in Leiden met Heere Heeresma, 1977.

Tussen een titel als Langs berg en dal klinkt hoorngeschal en Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming gaapt een afgrond, aan de ene kant waarvan Heeresma staat, als een zwerver met Odysseusachtige trekken: slim, avontuurlijk, inventief, een spoor nalatend waar hij zijn ‘hoef’ had gezet… Aan de andere kant zijn zwager: honkvast, zich het liefst alleen met zijn eigen leven bemoeiend, een trek die volgens hem alle niet-Europeanen met elkaar delen: ‘Ons wezen is: leven en met je poten van andermans leven afblijven’. 1 Heeresma zocht hèm op, en mijn vader liet het zich aanleunen, ongetwijfeld ook om contact met zijn zus te kunnen onderhouden – hoewel dat in de praktijk tegenviel: zij bleef thuis in haar keuken als de Heere’s op pad gingen – daarnaast uit interesse in Heeresma’s werk, en omdat hij als familielid uitgezonderd was als mogelijk slachtoffer van Heere’s manipulaties en practical jokes. Ze zijn altijd op voet van gelijkwaardigheid met elkaar omgegaan.

Hun correspondentie geeft daar een goed voorbeeld van. In 1984 was er sprake van plannen om de beide gezinnen opnieuw, net als aan de Oude Singel, samen te voegen, ditmaal door gezamenlijk een woning in Antwerpen te betrekken. Daarvoor moest Cornets de Groot zijn Leidse woning dan verkopen, maar dat ging niet vanzelf. In een brief vertelt hij over de stand van zaken, ook met betrekking tot de schrijverij:

Met de roman 2 gaat het heel moeizaam () doordat het in een critieke fase zo erg gecompliceerd wordt: een labirint. () Daar komt bij dat ik, sinds Leo hele dagen werkt (via uitzendbureaus) de handen vol heb aan het huis, de dis en de dochter. ()
Ook andere zorgen benemen mij de vrolijkheid. Met het huis gaat het niet goed. Het hoogste bod tot nu toe is f110.000,- en dat is werkelijk te weinig. Dan blijven we met een onbetaalbare schuld zitten. 3

Hierop ontsteekt Heere in woede:

Beste Rudi,
Loop al enige tijd te dubben over je brief van de 19e. Ik heb besloten om er alsnog op in te gaan want je gaat me aan; zo eenvoudig is dat.
Hoe háál je het in je hoof! Ben je dan zó karakter- en krachteloos? Daar geloof ik niets van. Maar, anderzijds, heb je daarvoor geleefd? Heb je daarvoor jouw aanleg tot talent gesmeed? Greep je daarvoor zo drastisch in, in het leven van jezelf én de anderen? 4 Om te verzompen in het huishouden? Tussen afwasteil en het middagmaal? Man, zo zak je weg in een dras die de jouwe niet is! Eindelijk eindelijk kom je tot dát waarvan ik altijd overtuigd was, een onafhankelijk schrijverschap. En nu lijk je te worden vermalen tot shit door de shit. Mocht je misschien maar één boek schrijven? Over je ‘affaire’? 5 Waarom wordt jou niet toegestaan verder te gaan in het aftasten van je wortels om tot de reden van je eksistentie te komen? Ik, je zwager, Heere, weet je wel, protesteer hiertegen. Zat ik tegenover je, het gehele huiskamerameublement ging door je eigen ruiten. Voor deze ontwikkeling is geen ekskuus! Je
Heere 6

De intimidatie is tekenend voor Heere, die zoals Cornets de Groot wist agressief kon zijn (De Goede, p. 230). Maar Cornets de Groot laat zich niet de kast opjagen:

Beste Heere,
Je brief komt aan als een handdruk en een kaakslag. Want je hebt gelijk en ongelijk tegelijkertijd. De vriendschap die uit je brief spreekt, is voor alles een bron van vreugde voor mij. Maar vergis je niet: ook jij en de jouwen gaan mij ter harte.
Je veronderstelling dat ik karakter- en krachteloos zou zijn, werp ik van mij, en gelukkig doe jij in een en de zelfde zin dat ook. Dat ik aanleg tot talent heb omgesmeed in jouw ogen doet me meer dan ik zeggen kan. Maar dat ik mijn lot in eigen hand nam, heel weloverwogen en na lang en diep nadenken – daartoe ook geïnspireerd door veel negatieve kritiek van vrienden op mijn situatie – kan eenvoudig niet tot gevolg hebben dat ik in mijn huishouden verzomp. Mijn belangstelling is anders gericht. Het doet me (een beetje) pijn, dat uitgerekend jij tot de slotsom komt, dat ik maar éen boek geschreven heb. 0, ik vind dat dit beslist niet juist is. Ik kom ook heus aan de wortels en de reden van mijn existentie toe, ik was daar van het begin af aan op uit (Randstad 5, Bikini) 7 en ben dat steeds gebleven. Maar daarom kan ik dit huis niet voor f. 110.000,- van de hand doen. De schuld die ik dan overhou, nekt me. Het maakt iedere onbevangenheid op de weg die ik gaan moet, ongedaan. Zo’n last is behalve een financiële, vooral een morele, psychische druk. Het zou te vergelijken zijn met een leven, dat ik tien jaar geleden al twintig jaar leidde. Dat zou een onafhankelijk schrijverschap zijn? Een schrijver met crediteuren op zijn nek! Schuld, schulden, kommer en gebrek: prachtig voor de 19e eeuw, maar ik wil een onbekommerd bestaan in de komende jaren die ik nog heb.
Ik wil graag met je in zee. Maar dan moet er iemand zijn, die zegt: hier, je krijgt f. 65.000,- cadeau, verkoop je huis. Laat het desnoods f. 35.000,- zijn: ik zou het doen. Ik ben ervan overtuigd, dat Leo een goed betaalde baan zou vinden in Antwerpen, ik zou de schuld die ik hield in een aantal jaren afdoen.
Het is geen onwil bij mij – Ik voel me ook niet echt ongelukkig, want ik bezit wel degelijk de innerlijke kracht om de realiteit het hoofd te bieden en naar wegen te zoeken om tenslotte mijn wil door te zetten. Mijn tweede boek heeft veel om een ‘seller’ te worden, zoals jij dat noemt. Ik speel mee in de loterij. Het geluk is niet tegen mij, maar ik wil het niet verspelen. En ik wil vooral dat je dat èn mij begrijpt.
je
Rudy 8

Oppervlakkig gezien leidden de beide zwagers in Leiden verschillende levens: Heere als vrije jongen, die dagelijks met Junior in zijn geleasde Citroën CX zijn uitgevers en andere relaties afging, terwijl Rudy na jaren te midden van Haagse artistiekelingen en provotariërs in Leiden was neergestreken waar hij met zijn tweede vrouw en een jong dochtertje een burgermansbestaan omarmde: ‘Mijn huis is gesloten voor velen: ik heb er geen zin meer in. Alleen de ware vrienden komen, dat zijn er niet veel, en dat is best een rustig idee…’ 9. Maar over het schrijverschap bestond tussen hen geen verschil van inzicht. Schrijven was een middel om vrijheid te veroveren en te behouden – voor Heere vooral in sociaal en financieel opzicht, voor mijn vader vooral in de geest. Hij hoefde de deur niet uit, zolang hij kon schrijven. ‘Had ik maar een rijdend bureau’, liet hij zich geregeld ontvallen. Het internet kwam te laat voor hem.

[Wordt vervolgd]


  1. Brief aan Jan Verstappen. 
  2. Tropische jaren. 
  3. Brief 8 aan Heeresma. 
  4. Verwijzing naar Cornets de Groots echtscheiding en tweede huwelijk. 
  5. Verwijzing naar Cornets de Groot eerste roman Liefde, wat heet!. 
  6. Brief 9. 
  7. Cornets de Groots tweede publicatie en sleutelessay Bikini. 
  8. Brief 10. 
  9. Brief aan Wim Meeuws. 

Plaats een reactie