Ecce Amy

Amy Winehouse

Lucas Hüsgen over Amy Winehouse: een onverwachte combinatie waar ik benieuwd kennis van nam, maar die geen van beiden heeft kunnen verlossen van de sjablonen en clichés die hen aankleven – Winehouse niet van de christelijk-humanistische oordelen die de fascinatie voor en afwijzing van haar bepalen, en Hüsgen niet van de sociaal-politieke obsessies waaraan hij zijn werk dienstbaar maakt. In een betoog van liefst 6400 woorden op de website van nY (waar je niet kunt reageren) spant hij Winehouse volledig voor het karretje van zijn kritische hang-ups in.

Veelzeggend is de manier waarop hij voorbijgaat aan wat het eerst in het oog springt. In een kritische traditie die zich sinds enige decennia gewend heeft aan wat men noemt het ‘primaat van de betekenaar’ vertelt Hüsgen wel van alles over Anders Breivik, de Londense rellen van 2011 en Belgrado, ‘stad met een roerige recente geschiedenis’, maar slaat hij een hele reeks opzichtige betekenaars eenvoudig over. Met geen woord rept hij over Winehouse’s stem, haar muziek, haar uiterlijk, haar podiumpresentatie. Zijn humanisme boezemt hem alleen belang in voor de mens Amy Winehouse: die van de drank, de relaties, de zelfkant en de ondergang. Het nummer Valerie noemt hij een ‘signature song’ maar waar die signature uit bestaat vertelt hij niet. Daardoor gaat hij voorbij aan de duidelijke boodschap die Winehouse met de video van dat nummer – waarin zij zelf niet optreedt en haar stem door vijf actrices wordt gebracht – afgaf, nl.: het gaat om mijn stem, niet om mij; vergeet ‘mij’, ik ben er niet, je zult nooit de vinger op me kunnen leggen – een strategie die doet denken aan die van kunstenares Tracey Emin.

Liever vergelijkt Hüsgen Winehouse met grote bluesdiva’s maar kan dan niet begrijpen dat ze ‘Fuck her’ uitroept wanneer Billie Holiday ter sprake komt, alsof ze zich van haar zou distantiëren. Het tegendeel is natuurlijk het geval. Billie Holiday kan niet anders dan een groot voorbeeld voor Winehouse zijn geweest – niet omdat ze zich aan drank en drugs overgaf, maar gewoon, omdat ze zo fantastisch zong. Alleen: wie zelf aspiraties heeft kan onder de druk van zo’n fenomenaal voorbeeld gemakkelijk bezwijken en het bijltje erbij neergooien. Dát is, op zijn minst, een van de achtergronden van die uitspraak.

Hüsgen had dat kunnen inzien als hij zich in Winehouse had verplaatst, maar zijn perspectief is dat van de fan, de buitenstaander die toekijkt, het allemaal niet begrijpt en zich hoofdschuddend afvraagt hoe het toch mogelijk is dat zo’n talent, enz. Dat perspectief bepaalt ook zijn humanisme. Zo drukt hij herhaaldelijk zijn spijt uit dat Winehouse bij gebrek aan eigen materiaal nummers moest coveren. Waar is nu Billie Holiday, vraag je je bij die passages af, wiens eigen composities op de vingers van één hand zijn te tellen. Alsof coveren, je meester maken van andermans compositie, niet juist een ultieme daad van zelfbevestiging is. Maar Hüsgens humanisme verlangt dat Amy als romantisch genie ‘zelf’ haar liederen wrocht zodat ze achter haar presentatie naar voren treedt en hij de hand op haar kan leggen.

In tegenspraak hiermee, maar wel als gevolg van zijn gebrek aan inlevingsvermogen, interpreteert Hüsgen Winehouse’s alcoholisme als een afgeleide, een effect van de van overheidswege opgelegde dwang om gezond te leven, die weer wordt ingegeven door financieel-economische motieven enz. Haar drankzucht mag hier dus géén romantische impuls zijn, maar alleen een gevolg van kwade rechtse machten die ons naar het leven staan. En zo wordt Winehouse, die door Hüsgen toch al nauwelijks wordt gezien of gehoord, voortdurend met politieke klusjes door hem opgeknapt.

Geen moment komt het in hem op dat haar bereidheid om all the way te gaan paradoxalerwijs een uitdrukking is van levensaanvaarding: drinken niet als ‘laatste restje wilde zelfbestemming dat de maatschappij nog te bieden heeft’ – alsof er wat te kiezen zou zijn – maar als aanvaarding van haar lotsbestemming, ook al is die tot het laatste moment ongewis. Veel grootser dus dan het beeld waarmee Hüsgen haar verkleint tot iemand die uit kinderachtig verzet weigert te gehoorzamen.

De uitzonderlijkheid van Amy Winehouse zit hem trouwens niet alleen daarin. Er zijn wel meer mensen die hun kruis dragen zonder er ophef over te maken, zonder fans en zonder blanke mannen die er onderling over strijden. Haar talent zit in de eerste plaats in haar stem, waar Hüsgen geen woord aan wijdt, terwijl hij daar had moeten beginnen. Het is geen mooie stem; ze probeert hem ook niet mooier te maken. Ze zingt zoals ze is, omdat ze niet iemand anders wilde zijn: ook dat is de achtergrond van haar verzuchting over Billie Holiday, die trouwens ook geen mooie stem had. En alleen in dat streven was ze compromisloos: ze wist dat ze het mensonterende niet uit de weg moest gaan om boven zichzelf uit te stijgen. Daarom was ze zo’n dankbaar slachtoffer voor de paparazzi. Wie denkt dat ze zich in die situaties liet gaan kijkt naar haar met de blik van de fan, een omstander à la Hüsgen die zijn hoofd schudt en haar het liefst zou willen redden: niet omdat hij háár wil redden, maar omdat zijn christelijk humanisme hem dat voorschrijft. Daarom is hij ook wie hij is, en is zij wie zíj is: een niet na te volgen voorbeeld, omdat je haar alleen kunt volgen als je, ‘Fuck her’ mompelend, volledig je eigen weg gaat.

»

25 comments to Ecce Amy

  • Rutger, weet je zeker dat je het stuk goed gelezen hebt?

    RHCdG: “Met geen woord rept hij over Winehouse’s stem, haar muziek, haar uiterlijk, haar podiumpresentatie”

    En: “haar stem, waar Hüsgen geen woord aan wijdt, terwijl hij daar had moeten beginnen.”

    LH, in nota bene de openingsalinea van zijn stuk alleen al: “Niet alleen door de schurende stem, vooral de flexibiliteit en algehele wendbaarheid ervan, haar vermogen om elk nummer bij ieder volgend optreden weer net even anders (soms zelfs: heel erg anders) te interpreteren (niet uit onmacht, maar uit principe), niet minder vanwege de emotionele betrokkenheid waarvan die technische vaardigheden doordrenkt zijn. En dan is er de kwaliteit van de songs zelf, met hun onverbiddelijke hook lines, hun stijlbesef, hun gevoel voor afronding, hun evenzo rauwe als scherpe teksten. Daarnaast is er haar algehele verschijning, die uitdagende, maar tegelijkertijd verlegen uitstraling; een keiharde kwetsbaarheid die eens te dieper droefenis oproept, nog versterkt door de wijze waarop ze zich stelselmatig naar de sodemieter wist te werken.”

    RHCdG: “Hüsgen had dat kunnen inzien als hij zich in Winehouse had verplaatst, maar zijn perspectief is dat van de fan […]”

    LH: “[…] maar het kan evengoed de door ouderlijke liefde gedreven klinisch medische verklaring zijn om niet onder ogen te hoeven zien dat de teerbeminde dochter nog altijd op de hielen werd gezeten door onoverkomelijke wanhoop, als onbedwingbare impuls om je aan de drank te blijven overgeven en uit het oog te verliezen dat je al eens na hevig drinkgelag op het laatste nippertje aan de dood bent ontrukt.”

    “Ik weet niet of ik de gedachte uithield op mijn zevenentwintigste al dicht te naderen wat ik kort tevoren als mijn laatste levensfase had betiteld.”

    Met excuses dat ik op slakken zout leg, maar ik verbaas me werkelijk nogal – het lijkt erop dat je een stuk hebt gelezen dat min of meer tegengesteld is aan het stuk dat wij meenden te hebben gepubliceerd (en waar heel veel discussie binnen de redactie en met de auteur over is geweest, onder meer net hierover!)

  • Hallo Samuel,

    Het citaat uit de openingsalinea dat je geeft is precies een van de voorbeelden waaruit Hüsgens fan-perspectief duidelijk wordt. Hij noemt en roemt wel haar stem en andere muzikale kwaliteiten, maar zonder er conclusies aan te verbinden zoals ik in mijn stuk doe – behalve voor zichzelf. Ze hebben betekenis voor hem. Tegelijk zie je in het citaat hoe snel hij op haar verschijning enz. overgaat die – NB het register verandert hier – ‘eens te dieper droefenis oproept’ en hij ten slotte bij het voor hem onaanvaardbare uitkomt, nl. dat ze zich ‘stelselmatig naar de sodemieter wist te werken’. Terwijl we zo gek op haar waren!
    De kwestie is uiteraard niet of Hüsgen alles wel genoemd en gezien heeft – in een betoog van 6400 woorden kun je moeilijk anders verwachten – maar hoe die bevindingen in zijn verhaal functioneren.

    Wat je met het tweede citaat beoogt weet ik niet goed. Is dat vanuit het perspectief van Winehouse gezien? Het lijkt me niet. ‘Uit het oog te verliezen dat je al eens na hevig drinkgelag op het laatste nippertje aan de dood bent ontrukt’, dat is nou juist typisch een tekst voor de bezorgde ouder/zus/broer/vriend/omstander/fan, kortom voor iedereen die het beste met Winehouse voorheeft, maar bij god niet begrijpt wat haar toch mankeert. Zulke mensen maken de ‘wanhoop’ die Hüsgen er zo makkelijk bij haalt alleen maar groter – terwijl het drinken zelf zo heel wanhopig niet eens hoeft te zijn. Maakt ze zo’n wanhopige indruk? Op de beelden die ik van haar ken in elk geval niet. Wanhopig ben je als je niet aanvaardt wat het leven in petto heeft voor je, maar dat stadium had zij allang overwonnen. Ken je het nummer ‘Rehab’ soms niet? Ze was een grote drinker.

    Het derde citaat kan ik eenvoudig niet plaatsen. Op welke uitspraak berust die betiteling? Afgezien daarvan valt het citaat in hetzelfde genre als het tweede: je bent pas 27! Enz.

    Wat je slotopmerking betreft: het geeft niet dat je op alle slakken zout legt – Arnoud van Adrichem volgt op Facebook dezelfde fact checking methode – maar ik kan er geen fundamentele kritiek op mijn stuk in zien. (Daargelaten dat ik de kritiek waarmee je komt zojuist meen te hebben weerlegd). Het hoofdpunt is niet Hüsgens fan-perspectief. Dat bepaalt alleen zijn humanisme, dat er weer voor zorgt dat hij voorbij kan zien aan haar kunst. Eenmaal zover ontmanteld kan ze dan worden ingezet voor de politieke betogen die hij over haar rug meent te moeten voeren, terwijl hij tegelijk blijk kan geven van zijn eigen nobele bedoelingen met de slachtoffers van de onmenselijke maatschappij waarin we leven. Dat is de strategie waarop ik heb willen wijzen en daar heb ik ondanks de vele discussies binnen de redactie nog geen argument tegen gezien.

  • Hm, ik heb geprobeerd te reageren maar geen naam opgegeven en zie de reactie niet verschijnen. Nog een keertje dan:

    Ik heb sterk de indruk dat we te zeer andere accenten zoeken/leggen om het eens te worden. Nou hoeft dat natuurlijk ook niet. Maar zoals ik het stuk heb opgevat, is er van ‘ontmanteling’ van de kunst van Winehouse om een politiek punt te maken geen sprake; eerder nog een ode aan haar kunst, die in staat is om haar hopeloze sociale context te overstijgen, zoiets. En dan vooral de rol die de media daarin spelen, die onmiskenbaar is. Dat daar een element van sociale analyse of mediakritiek bij zit klopt – ik hoop dat dat niet verboden is. ‘t Lijkt me niet geheel van belang ontbloot.

    Intussen is die stem wel degelijk begin, eind en voornaamste onderwerp van artistieke evaluatie bij Hüsgen, dat lijkt me toch onmiskenbaar, ook al ben je het met zijn werkwijze oneens. Maar er blijft altijd nog ruimte voor andere stukken over haar, je zou kunnen denken aan een Jacob Groot-achtig stuk over haar stem bijvoorbeeld. Waarom niet?

  • De sociale contekst, de media… allemaal goed en wel, maar de Javaan wordt mishandeld, Samuel. En dat idee moet je hier nu precies omdraaien. Alleen eist dat een bepaalde wendbaarheid van het denken, die kennelijk bij de tijdschriften van tegenwoordig ondergeschikt is gemaakt aan de eis misstanden in de samenleving aan de orde te stellen, ongeacht je onderwerp.
    Geen ander stuk las ik, zoals je beweerde, maar het stuk dat Hüsgen schreef én dat wat hij had moeten schrijven. Het stuk waar je om vraagt staat hierboven.

  • Wel, dank u voor uw wijze woorden en goede voorbeeld, meester! Blij dat er tenminste één persoon is in dit land die weet hoe je over Winehouse dient te schrijven. Ik hoop dat Lucas er ook wat van zal opsteken.

  • Kijk Samuel, het is met dat meesterschap van mij waar je je zo aan stoort zo gesteld dat ik in elk geval expliciet maak dat ik wat te vertellen heb. Bij jou moet je altijd tussen de regels doorlezen dat je zo interessant bent.

  • Ja, dat zegt Chrétien Breukers ook altijd. Ik blijf van mening dat je het stuk van Lucas weinig recht doet, maar daar gaan we niet uitkomen verder.

    Nog twee andere dingen dan, waar ik me ook over verbaas, allebei van doen met je Nietzschiaanse stellingname. Ik snap dat Lucas’ grote zonde is dat hij, zoals jij dat noemt, een christelijk-humanistische opvatting heeft. Mijn vraag is, wat bedoel je daar precies mee (Lucas is geen christen en ook geen 19e eeuwse libre-penseur), en voorzover je hem nog iets van een moraal kunt toeschrijven, wat is daar dan eigenlijk mis mee?

    Ik zal mijn verbazing hier expliciteren: Nietzsche’s verzet tegen de moraal kan ik me voorstellen in zijn historische constellatie. Maar m.i. is Nietzsche inmiddels zodanig opgevreten en verteerd, dat wat bij hem nog bevrijdend was, zeker de laatste decennia bijkans tot ideologische norm is geworden, en best problematisch.

    Nietzsche voert ons naar een wereld van onbegrepen eenlingen die allemaal heel heroïsch zijn op hun uppie, en niet toevallig graag daarover bloggen. En allemaal op zoek naar een “priester” om tegen te ageren. Maakt niet uit of die priester nog wel een metafysica heeft of niet: vind jezelf een elite, roep die uit tot priester, toon aan dat je er als eenling buiten staat, zet dat neer als superieur inzicht en als romantische heroïek. En zo eindig je met een wereld vol briljante bloggers die elkaar allemaal de zwarte piet van de moraal toespelen (GeenStijl zie ik als een sub-Nietzschiaans blog bijvoorbeeld, met alle voors en tegens van dien). Goed, ik heb zo mijn bedenkingen bij die wereld, en dus ook bij de actualiteit van dergelijke Nietzschiaanse kritieken. Maar dat is uiteindelijk een kwestie van perspectief.

    Tegelijk is wel zeker relevant voor nY. Waar jij op reageert, denk ik, komt mede voort uit de hele vraag die we aan Lucas hebben voortgelegd, en die precies gaat over de heroïsche figuur. Dat kun je niet zien in zo’n geïsoleerde publicatie, maar voor ons was dat de achterliggende logica: we zijn geïnteresseerd in moderne heroïsche figuren – geïnspireerd door, toujours lui, Badiou’s essay over de figuur van de soldaat: Badiou stelt dat de Soldaat de democratische Held was, opvolger van de aristocratische Krijger, maar in de loop van de 20e eeuw van zijn heldendom ontdaan. Toen we Lucas de vraag voorlegden of hij over een hedendaagse vorm van heroïek kon schrijven, stelde hij een essay over Winehouse voor: Winehouse als held van de bingedrinkende jongeren, compleet, dus, met de problematiek van een gemediatiseerde held die altijd op afstand blijft staan.

    Zoals ik jouw reactie opvat, wil jij die mediatisering, die kritische dimensie dus, niet lezen, maar wil je vooral op dat heldenverhaal zelf door kunnen gaan. In die zin klopt jouw reactie dus heel aardig bij hoe Lucas’ essay een antwoord vormde op onze vraag.

    Wat me op het tweede punt brengt, een meer open vraag: je Nietzschiaanse verwijzing is meet Ecce Amy erg expliciet. Maar hoe verhoudt Winehouse zich tot een heldendom-Nietzsche stijl? Gegeven ook diens opvattingen over bier, past het wel? Als we trouw willen zijn aan F.N. moeten we dan Winehouse niet veel eerder zien als een symptoom van culturele degeneratie? Iemand, dus, die niet eens in staat is om het lot te aanvaarden omdat ze gewoon te slap was om gewoon ff die fles te laten staan?

  • Re: “Ik blijf van mening dat je het stuk van Lucas weinig recht doet”.
    Je denkt kennelijk dat herhaling de kracht is van de reclame. De twee punten waar het je om ging: de wereld laten weten dat je pal staat naast je vriend Lucas Hüsgen én dat jullie als redactie een goede beslissing hebben genomen – die heb je gemaakt. Je hebt niet aangetoond, zoals je een paar reacties eerder stelt, dat die stem ‘begin, eind en voornaamste onderwerp [is] van artistieke evaluatie bij Hüsgen’, dwz. je hebt niet laten zien hoe zijn betoog op die manier aan die stem wordt opgehangen (ipv, zoals ik stel, aan Winehouse’s privéleven). Dan moet je ook niet blijven zeggen dat ik het stuk geen recht heb gedaan, vind ik.

    Goed, terzake. Je uitnodiging om me te begeven in je arena van historisch-ideologische vergelijkingen: daar ga ik maar niet op in. Je weet, ongeveer, waar ik vandaan kom, maar ipv mij te begrijpen binnen mijn context doe je exact hetzelfde als wat Hüsgen bij Winehouse doet: je lokt me een labirint in waar ik niet tot mijn recht kan komen aangezien het primair op neutralisering en exploitatie is gericht met behulp van voor dat doeleinde gemaakt instrumentarium. Ik bevind me dan in dezelfde situatie als K. wanneer hij zich aan de poort van de wet meldt, die speciaal voor hem is opgericht. Je begrijpt dat ik daar geen zin in heb: als je wat wil weten moet je niet vragen of ik termen als christelijk-humanisme wil expliciteren in algemeen aanvaarde bewoordingen (waar iedereen die zich erin verdiept met hetzelfde antwoord komt), maar hoe dat kortbegrip functioneert in mijn tekst. Daar vraag je niet naar omdat dat je oogmerk niet is. Je doet je met die vragen kortom dommer voor dan je bent; het is een opzetje van je.

    Voor jou is Nietzsche misschien opgevreten en verteerd; voor mij niet. Niet omdat dat werk ‘actueel’ zou zijn, maar omdat het leeft. Ik stel, het zal duidelijk zijn, in de stand van zaken in de wereld geen belang. Dat is precies het verschil tussen jou (en Hüsgen) en mij. Je maakt van Nietzsche een karikatuur en van mij als onbegrepen heroïsch-romantische eenling-blogger meteen ook maar. Dat heroïsch-romantische laat ik geheel voor jouw rekening, het is een typische observatie van de omstander, de toeschouwer die van zijn medemens vooral het spektakel, de amusementswaarde ziet en de mogelijkheden om hem voor zijn moraalfilosofische doeleinden in te zetten – ook weer precies wat Hüsgen bij Winehouse doet.
    Wat het onbegrepene betreft: ik streef dat niet na, integendeel, maar aanvaard het wel als consequentie van mijn weigering anderen op hun voorwaarden tegemoet te komen. In dat opzicht ben ik even idiosyncratisch als de eerste de beste hermetische dichter. Wat me eraan doet denken: had ik Hüsgen destijds zo goed in het vizier gekregen als ik hem benaderd had volgens jullie methode? Waarom ontvang ik van jou niet een vergelijkbare behandeling? Omdat ik blog mag je een karikatuur van me maken?

    Winehouse als held van bingedrinkende jongeren: dat is nou precies die exploitatie van een subject voor een ideologisch discours. Zij mag aan het kruis worden gespijkerd omdat ze door jou en Hüsgen verantwoordelijk wordt gemaakt voor andermans gedrag. Alsof ze het drinken van alcohol gepropageerd heeft (zoals dat door andere popgroepen tot een gigantisch cliché is gemaakt) en niet juist een waarschuwing is geweest op dat gebied. Hier blijkt de burgerlijke agenda van Hüsgens stuk en kennelijk ook van het redactionele beleid van nY: jullie hadden haar het liefst lid gemaakt van een kook- of macraméclubje.

    Winehouse is voor mij geen held, althans niet in de zin zoals je die bedoelt. Zij was een vrouw met een uitzonderlijk talent. Ik had het hierboven over vastspijkeren op een kruis: ‘Ecce homo’ zijn de woorden die Pilatus spreekt als hij Jezus na de geseling met de doornenkroon, spotmantel en koninklijke attributen aan het joodse volk toont (Joh. 19:5). Ik heb er mijn bezwaar mee willen uitdrukken tegen de manier waarop Hüsgen Winehouse van haarzelf vervreemdt en voor eigen doeleinden inzet en uitbuit. Hij kijkt naar haar zoals dat volk naar Jezus keek: een mens, geïsoleerd, behangen met attributen die anderen aan haar toeschrijven maar die haar vreemd zijn en die zondebok wordt gemaakt voor dingen waar ze geen verantwoordelijkheid voor draagt.

    Nietzsche bedoelt met de titel Ecce homo uiteraard zichzelf. Hij draait de waarde van de woorden alleen om. Hij zegt (ik citeer uit mijn hoofd): ‘Luister! Die-en-die ben ik; verwar me in geen geval met iemand anders!’ In het boek Ecce homo schept hij de context voor een juiste beoordeling van wie hij is. Hij wordt niet gepresenteerd, maar presenteert zichzelf aan de hand van de autobiobibliografie die het boekje is.

    Ten slotte. Voor iemand die zegt Nietzsche te hebben opgevreten en verteerd vind ik je slotalinea nogal erg onnozel. Ten eerste heeft het begrip Übermensch niets met heldendom te maken, tenzij je iedereen die meesterschap over zichzelf verwerft een held zou willen noemen. Ten tweede gaat het er niet om Nietzsche of wie ook na te volgen, zoals Winehouse begreep toen ze ‘Fuck her’ zei – en weet je niet meer dat Zarathoestra zijn volgelingen aan het eind wegstuurt? Ik heb de indruk dat je Nietzsche misschien wel opgevreten en verteerd hebt, maar zonder goed te kauwen – en dat was nou precies wat hij als goede filologische praktijk aanbeval: goed je teksten kauwen en herkauwen, als een koe. Ten derde heb ik in mijn reactie op Hüsgen geargumenteerd hoe Winehouse nu juist bij uitstek een voorbeeld is geweest van iemand die haar lot niet uit de weg ging, van amor fati. Daaruit kan ik alleen maar concluderen dat je ook mij niet hebt willen lezen, dat je integendeel je best doet mij dmv veralgemening en decontextualisering van wat ik zeg te verwarren met iemand anders, met iets wat ik niet ben.

  • Ha Rutger, eerst een eenvoudig misverstand: ik heb niet gezegd dat *ik* Nietzsche heb opgevreten en verteerd, eerder dat de wereld dat heeft gedaan. Waarmee niet is bedoeld dat hij goed & grondig is gelezen, maar dat de vruchten van zijn moraalkritiek geïnternaliseerd zijn in de hedendaagse liberale cultuur.

    Dan: “Ik stel, het zal duidelijk zijn, in de stand van zaken in de wereld geen belang.”

    Daar hebben we inderdaad een fundamenteel verschil te pakken. De poëtica van nY is inderdaad precies het samengaan van “literatuur, kritiek en amusement”: met andere woorden, wij zullen altijd de nadruk leggen op interactie tussen kunst (hoe autonoom ook) en wereld (en daarin gebruik maken van zeer ruime opvattingen van wat “politiek” is). We zijn van mening dat daar nog altijd genoeg reden voor is. Als het over Winehouse gaat bijvoorbeeld kun je het best over haar werk als zodanig hebben, maar je kunt niet ontkennen dat dat werk tot ons is gekomen via een mediaal apparaat, dat het heeft gefunctioneerd binnen een wereld, dat er wisselwerkingen zijn geweest tussen werk en wereld. Ik vind het op zich legitiem om dat werk op zich te willen bekijken, waarom niet?

    Maar niet minder legitiem is een sociaalkritische benadering. Lijkt me niet, al helemaal bij megasterren, die zijn als verschijnsel niet los te zien van de instituties die ze mogelijk maken. Anders hadden we ook nooit van haar gehoord, nietwaar?

    Waar ik nu bepaald pukkels van krijg, is hoe jij op alle andere benaderingen dan je eigen neerkijkt, die betweterige toon waarmee je Hüsgens de les meent te kunnen lezen, terwijl je het stuk niet eens recht doet in je samenvatting. (“haar stem, waar Hüsgen geen woord aan wijdt”, wat gewoon dikke vette bullshit is, rationaliseringen achteraf of niet. Twee seconden langer nadenken bij je formulering, even één tandje preciezer zijn in je analyse, had een hoop ellende gescheeld.) Me dunkt, als jij je onbegrepen voelt, heeft dat alles te maken met die onophoudelijke betweterigheid, die alle schijn heeft vooral gebaseerd te zijn op lui lezen. Dat kun je natuurlijk best een weigering noemen “anderen op hun voorwaarden tegemoet te komen.” Maar als dit dan jouw “voorwaarden” moeten zijn, dan zijn we inderdaad op een goed moment uitgeluld, en dan wens ik je alle plezier met het “aanvaarden van de consequentie”. Vreemd blijft het wel: je maakt op mij toch nog altijd de indruk van iemand die wel iets interessant te melden zou kunnen hebben als je even wat strenger was geweest.

    Wat de rol van die stem bij Hüsgen betreft schijn ik iets heel raars te moeten aantonen. Maar wet zeg ik? Het is begin, eind en voornaamste onderwerp van artistieke evaluatie bij Hüsgen. Daarmee bedoel ik: aan het BEGIN van het stuk heeft hij het over de stem. Aan het EIND van het stuk schrijft hij: “Zij was allerlei, maar vooral dat ene: de onvoorstelbare stem.” En daarmee maakt hij duidelijk dat zijn hele ARTISTIEKE evaluatie van Winehouse VOORAL die onvoorstelbare stem betreft. Dat daar nog een compleet essay omheen hangt, laat vooral zien dat Hüsgen al lang wist wat jij hem hier meent te moeten onderwijzen, namelijk, dat het belang van die stem ver voorbij gaat aan de hele rest van het essay. Waarmee dus ook blijkt dat het essay niet ALLEEN een artistieke evaluatie betreft (en dat is waar jij kennelijk niet tegen kunt).

    Verder resten tussen ons zeer veel verschillen in lezing en opvatting, die ik echt niet meer begrijp. “Zij mag aan het kruis worden gespijkerd”, zouden Hüsgen en ik vinden; we zouden haar verantwoordelijk houden voor het drankgedrag van haar publiek; we zouden haar het liefst lid hebben gemaakt van een kookclubje. Ik snap totaal niet waar zulke dingen vandaan komen, zoals ik wel meer niet snap van wat je hier schrijft, maar dat zal dan wel aan mij liggen. Ik ben ook maar een eenvoudige sterveling.

    En excuses als ik een karikatuur van je maak. Maar ik vind het bepaald een gevalletje de pot verwijt de ketel, gezien hoe je Lucas’ stuk behandelt.

  • Ja, sorry hoor Samuel, maar je hele pukkelalinea is zelf een voorbeeld van een belerend toontje van heb ik jou daar. “Iets preciezer lezen had een hoop ellende gescheeld.” Waar haal je het vandaan? Ik heb je al twee keer uitgelegd – uitgelegd ja – dat het er niet om gaat of iemand iets noemt, maar hoe die genoemde dingen in zijn tekst functioneren. Welnu, je kunt wel met een hoop scholastische manoeuvres proberen aan te tonen dat Hüsgens stuk met die stem begint en er zijn hoogtepunt in beleeft, maar het is gewoon niet waar; die stem functioneert voor geen meter in zijn tekst. En als je nou blijft beweren van wel, dan verwacht ik dat je laat zien hoe, en niet alleen dat.
    Lui lezen: nadat ik heb laten zien hoe je er met mijn verweer vandoor gaat en hoe Hüsgen er met Winehouse vandoor gaat: je zou je kapot moeten schamen dat je het durft te beweren. Je denkt vermoedelijk: hoe brutaler ik ben, des te meer kans dat ik me erdoorheen bluf.
    Dat je mijn conclusies niet begrijpt nadat je zelf de zin ‘Winehouse als held van de bingedrinkende jongeren’ hebt aangehaald als de opdracht waarmee Hüsgen voor jullie aan de slag ging, kan alleen maar betekenen dat je in een soort ontkenningsfase zit ten aanzien van die conclusies want ze volgen er stuk voor stuk uit op de meest directe manier. Wat precies meen je niet te kunnen begrijpen?
    Je houdt je van de domme, je hele methode is doortrapt, het spijt me dat ik het zeggen moet. Ik heb geen karikatuur van Hüsgen gemaakt, alleen gewezen op een perspectivistische tekortkoming. Je hebt er op geen enkele manier iets overtuigends tegenin weten te brengen; je hebt alleen maar een hoop dingen beweerd. ‘t Is me wat.

  • Doortrapt? Nou, dan wat directer. In het kader van jouw stuk – hoe duidt jij dat Lucas schrijft “Zij was allerlei, maar vooral dat ene: de onvoorstelbare stem.” Functioneert die zin niet? Maar waarom staat die er dan? Zegt die niet wat die zegt? Maar waarom zegt die het dan?

    Of in het midden, passages als: “Beiden echter mochten ook bogen op een onverwisselbaar stemgeluid, zoals ze op het podium ook absoluut heersten. Daar ligt uiteindelijk de grootste nalatenschap van Amy Winehouse. Hoe groot ook de kwaliteit van haar plaatopnames, en hoe tragisch ook haar immense plankenkoorts, haar ware kracht school in het vermogen om haar repertoire bij optredens telkens opnieuw te interpreteren, alsof ze steeds nieuwe personages voor haar liederen verzon. Het ambachtelijke vermogen dat daaruit spreekt, is juist datgene waarmee ze aan haar handelsmerk van echtheid en waarachtigheid ontkomt, precies waar ze het vestigt.”

    Hoe kom je op het idee dat Lucas het niet over podiumpresentatie heeft, als het stuk diverse beschrijvingen van optredens geeft?

    Heb je bij het idee dat geen moment bij Lucas het idee van de amor fati opkomt, ook gedacht aan passages waarin hij dingen zegt als “Naargeestig blijft de onbedwingbare gedachte dat ze heeft geweten wat ze deed toen ze vertrok, al was het maar een beetje, zeker omdat ze al eens heel dicht aan de rand had gestaan.”?

    Leg het me allemaal nog maar een keer uit. Of hou het erop dat ik burgerlijk, doortrapt, of gewoon te dom ben. Dat is een stuk eenvoudiger.

  • Samuel,
    “Functioneert die zin niet? Maar waarom staat die er dan? Zegt die niet wat die zegt? Maar waarom zegt die het dan?” vraag je. Dat zijn allemaal niet de goede vragen. De vraag die je naar mijn mening moet stellen is hoe die uitspraak – dus ‘Zij was allerlei, maar vooral dat ene: de onvoorstelbare stem’ – de uitkomst is van bevindingen die in het stuk worden gedaan, ofwel zelf de basis biedt voor bepaalde gevolgtrekkingen. Zoals het er nu voor staat, staat die zin er even geïsoleerd en verloren bij als onze Amy en onze Jezus wanneer die in verkeerde handen vallen.

    Je tweede citaat, ik moet het toegeven, is het eerste relevante en beredeneerde citaat waarmee je tot dusverre gekomen bent. Inderdaad trekt Hüsgen hier uit een bepaalde eigenschap van W’s zangkunst conclusies over de aard en kwaliteit van haar werk. Het zijn alleen mijn conclusies niet – en nou zou dat niet uitmaken als wat hij zegt niet precies past in de strategie die hij volgt. Nog helemaal afgezien van de gangbare praktijk in jazzland, denk ik niet dat het ‘ambachtelijkheid’ is waardoor W. haar nummers telkens anders brengt, maar juist en bij uitstek stemming, gevoel, moment: improviseren om te kunnen blijven wie je bent, dwz. onder wisselende omstandigheden telkens anders. Haar kunst is haar leven, het is levenskunst. Door ambachtelijkheid te benadrukken brengt Hüsgen een scheiding aan tussen de artieste en de mens Winehouse. De artieste laat hij voor wat die is om zijn aandacht verder te bepalen tot de mens. Het is een oud trucje met dat ambacht, eigenlijk een variant op de ergon-theorie van de close reading: de artistieke creatie wordt autonome kwaliteiten toegedicht zodat die zich letterlijk kan ‘loszingen’, op weg naar een betoverd rijk van onsterfelijke scheppingen zodat we er hier verder zo min mogelijk last van hebben en ons kunnen ontfermen over die arme sloebers die zo lijden voor hun kunst… Nee! Winehouse is een package deal, zoals elke kunstenaar. Haar adem bracht haar stembanden in trilling, niet een of ander onstoffelijk, onwerkelijk, onsterfelijk fantoom.

    Wat je nog zegt over amor fati: je bewust dooddrinken wil natuurlijk niet zeggen dat je daarmee je lot omarmt en wil dat het zich eeuwig zo zal blijven herhalen (volgens het principe van de eeuwige wederkeer van hetzelfde). Dat is toch ook weer een ongelofelijke versimpeling van dat begrip; op die manier blijft er inderdaad niets van Nietzsche over. (Maar ja, ik zal wel weer niet goed lezen). Ze had net zo goed wel op vakantie kunnen gaan en wie weet heel oud worden: dan was dat haar lot geweest. Amor fati wil zeggen dat je je lot bemint, ondanks alle tegenslagen en teleurstellingen waar je mee te maken krijgt. Het is dan ook veel makkelijker om je lot te vervloeken, – en precies daarom doet Nietzsche dat niet. Tevredenheid en ontevredenheid typeren een temperament waar hij geen cent voor geeft. Wat zeggen die trekjes over iemands joie de vivre? Ook daarom maak ik bezwaar tegen die hele wanhoopsthese van Hüsgen en tegen zijn poging haar kunst te isoleren van haar leven: juist haar zang, haar vermogen om met haar unieke stem uitdrukking te geven aan haar onvervreemdbare persoonlijkheid bracht haar er in voorkomende gevallen weer bovenop.

  • Goed, Rutger, dank voor de verdere uiteenzetting. We gaan elkaar denk ik niet helemaal overtuigen, maar het wordt wel duidelijker zo, en je laatste zin lijkt me zeker een heel mooi punt om een einde te maken aan deze hele confrontatie, voorlopig.

  • Interessante discussie. Ik zat hier stilletjes al een hele tijd mee te lezen en ben het goeddeels met Rutgers stuk eens, ook al had ik zijn verdere uitleg nodig om het helemaal te plaatsen. Alleen moet ik altijd zo lang over de dingen denken, daarom dus nu pas mijn reactie, sorry.

    Ik stoorde mij in het stuk van Husgen vooral aan het feit dat hij Winehouses leven reduceert tot een Aristoteliaanse tragedie. Alleen al de woordenschat: schikgodinnen, noodlot. De drugsverslaafde echtgenoot die ‘op haar dak gestuurd werd’, ‘een enkel moment van artistieke genade’ etc. Het staat er werkelijk bol van. Nu kan je zeggen dat dat ‘maar een stijl is’ maar het gaat dieper. In het stuk op nY wordt haar de verantwoordelijkheid volledig ontnomen.
    Maar als je iemands verantwoordelijkheid ontneemt, ontneem je hen ook het succes. Volgens mij is dit een van de redenen waarom Rutger (en ik ook) het gevoel krijgt dat het essay niet over Winehouses kunst gaat. Want je kan niet beiden doen; erkenning geven voor het succes, maar de verantwoordelijkheid voor de neergang bij iemand/iets anders neerleggen.

    Die verantwoordelijkheid gaat Husgen dan ergens anders zoeken en daar ontspoort het stuk naar mijn gevoel totaal. We krijgen eerst de typische zondebokken: de ‘enge’ echtgenoot en de media, en verder een willekeurige opsomming van bingedrinkende jongeren, jongeren die revolteren in de Londense rellen, en Utoya. Oh ja, de babbel met Mark Ronson moet er ook nog aan geloven als ‘moment dat de motor tot haar ondergang aanzwengelde’ (leest iemand die dingen na?). Dat zijn allemaal factoren die mooi staan in een essay in een blad dat een sociaalkritische benadering beoogt maar het zijn ook allemaal factoren die mijlenver van Amy Winehouse afstaan.
    Ik ben geen psycholoog en ik heb Amy Winehouse niet persoonlijk gekend en ik heb ook geen diepgaand onderzoek naar haar gedaan, ik heb er zelfs de roddelpers niet op nageslagen. Ik ben wel een vrouw van Winehouses leeftijd die voor haar kunst leeft. En ik ben een tijd heel close geweest met een aantal geestelijk zieke mensen, waaronder ook verslaafden. Dit om mijn volgende argument even te kaderen.

    Ik geloof best dat een sociaalkritische benadering van Amy Winehouses kunst en leven vrucht kan afwerpen maar begin dan van binnenuit. Zowel Rutger als Husgen lijken eraan voorbij te gaan dat Winehouse niet alleen artieste was maar ook zieke. Of minstens, iemand die zich niet kon of wilde aanpassen aan de mores van de maatschappij waarin ze leefde, en die dus door de maatschappij wordt ervaren als ‘anders’. Het is niet ongewoon voor zo’n mensen, om, als ze enig talent hebben, te ‘ontsnappen’ naar de artistieke wereld. Uiteindelijk kan daar meer. Daar wordt (waarschijnlijk als een soort doorwerking van het aura dat rond het romantische genie hangt) vaak geapprecieerd wat in de alledaagse samenleving ervaren wordt als bedreigend: het ‘anders zijn’.

    Maar als we Winehouse zien als zieke, dan zien we een boel factoren terug die in de psychiatrie benoemd en behandeld kunnen worden (ik doe me nu optimistischer voor dan ik ben, uiteindelijk is de psychiatrie een redelijk mislukt instituut maar daar gaat het nu niet over): middelenmisbruik, disassociatie, een eetstoornis (vaak geassocieerd met een dominante vader, daar kom ik nog op terug), afhankelijkheid aan mensen die bijdragen tot het verval. Haar ‘erratische gedrag’ kan dan verklaard worden vanuit dat ziektebeeld: de verslavingen, de identiteitscrises, getekend door de buitengewoon grote drang om zich weerspiegeld te zien in de ogen van de maatschappij (het spel met de paparazzi, het kopen van de kranten) de obsessie met het eigen lichaam – de borstvergroting.

    Waar het op neerkomt is dat zowel Husgen als Rutger dit punt, – voor mij de crux van de situatie -, onderbelichten. Natuurlijk heeft de maatschappij invloed gehad op het leven van Amy Winehouse, er is bijvoorbeeld best een kans dat de Britse bingedrinkingcultuur heeft bijgedragen aan haar ziekte, die leidde tot haar dood, maar of die de oorzaak of zelfs een van de oorzaken was? Het lijkt me eerder een bijdragende factor. En natuurlijk moeten we Amy Winehouse zien als een fenomenaal artieste, zoals Rutger zegt, die misschien zelfs tot op zekere hoogte haar einde verkoos.
    Maar bovenal zie ik Amy Winehouse als een geestelijk instabiel iemand met (niet toevallig, het is een typische combinatie) een enorm talent. Iemand die al geestelijke problemen had, of minstens de kiem ervan, die uitvergroot werd door haar succes en de zichtbaarheid die daarmee gepaard ging. Iemand die in de steek werd gelaten door de samenleving, die geen adequate hulp vond, of zelfs maar aangeboden kreeg, de token-acties van de vader daargelaten (een bezorgde vader die zijn boodschappen via de pers stuurt en boeken schrijft over zijn dode Amy, vergeef me mijn wantrouwen, die altijd al wist dat ze het zou maken – die vooral geen bovenmenselijke druk uitoefende, nee hoor).

    Als je een hedendaags fenomeen dan vanuit een sociaalkritische hoek wil benaderen, is het makkelijk om op de typische versleten koppen te kloppen (de bingedrinkende jeugd, de revolterende jeugd, enge druggebruikers en zelfs brrrrr, seriemoordenaars) met andere woorden: de symptomen van een versplinterde, postmoderne maatschappij die met die versplintering nog niet leerde om te gaan. Het is eerlijker om concreet te zijn. Concreet denk ik dat zowel het leven als de kunst van Amy Winehouse beïnvloed werden door gebrek aan afdoende geestelijke gezondheidszorg. ‘I don’t wanna go to rehab, no, no, no’ – want het werkt niet, en je loopt er een levenslang stigma mee op.
    Het leven van Amy Winehouse werd mede bepaald door het taboe dat rond geestelijke ziekte en verslavingen hangt, de notie van het romantische genie en de daaruit resulterende morbide fascinatie van de maatschappij voor die genieën. (Misschien is het zoeken naar catharsis door het lezen van The Sun en het zien van een ernstig vermagerde Amy Winehouse wel het enige Aristoteliaanse aan dit hele verhaal.)

    Nu, als we onze geniale gekken handvatten zouden bieden om met hun innerlijke storm om te gaan, konden ze ons misschien langer die catharsis bieden (voor de The Sun lezer) of die kortstondige bevrijding uit ons beklemmend bestaan (voor de muziekliefhebber) die wij zo nodig blijken te hebben. In het licht daarvan vind ik zowel het essay van Lucas Husgen, waarin Amy Winehouse wordt geportretteerd als Aristoteliaanse held, als dat van Rutger Cornets De Groot (heb ik dat juist?) waarin ze (bijna, hij is lang niet zo extreem als Husgen) wordt geportreteerd als Byroneske held tekortschieten. Misschien moeten we af en toe de paradigmatische kaders laten varen, hoe moeilijk dat ook is, en mensen bekijken als, ja, mensen: feilbare, beïnvloedbare biologische beesten, met een uitzonderlijk empathisch vermogen en de kunst om tot tranen geroerd te zijn door een stem, een woord, een oogopslag.

  • Jeetje, dat liep een beetje uit de hand, mijn excuses ervoor.

  • Oh ja en dan is er natuurlijk de vraag of de zieke de zieke is of de maatschappij die de zieke dwingt te conformeren. Horendol en eindeloos is het.

  • Runadm: heel fijn comment, heel verhelderend! De discussie valt zo meer op zijn plaats dan, inderdaad, als we het steeds over de vraag moeten hebben hoezo Lucas het niet over de stem van Winehouse zou hebben en dergelijke.

    Maar bij je slotpleidooi om mensen als mensen te zien rijst bij mij een vraag, die Lucas juist volgens mij tot zijn recht laat komen in zijn stuk, namelijk, of & hoe je een superster eigenlijk überhaupt kunt zien. Er zit een belangrijk motief in het stuk dat over de (on-)mogelijkheid van authenticiteit van uitdrukking in de mediacultuur gaat immers. Zo heb ik zelf het stuk in de eerste plaats opgevat: een strijd met die afstand. Lucas kiest voor een bepaalde dramatisering, maar hele nadrukkelijk, waarmee ook die afstand gethematiseerd kan worden. Zijn tragische heldenvertelling is daarmee in het stuk niet absoluut; sterker nog, waar voor een tragedie een subjectiviteit noodzakelijk is, is de persoon hier nadrukkelijk afwezig, alleen in sporen nog te vinden van wat er over haar bericht & verteld wordt.

    Nu kun je zeker met de specifieke invalshoek problemen hebben. Maar de oplossing om tot meer ’empathie’ te komen (RHCdG) of Winehouse ‘als mens’ te zien (runadm) loopt mijns inziens het gevaar om die afstands-kwestie weer uit het oog te verliezen. Juist omdat we Winehouse niet zijn, niet kennen, en het haar ook niet meer kunnen vragen, ontwierp Lucas immers zijn mythologische oplossingen. Dat vind ik juist weer een van de sterke kanten van zijn aanpak.

    Waar Rutger & ik vooral grondig over van mening verschillen, lijkt me, is dat naar mijn indruk de “oplossing” van Lucas voor het authenticiteits/mediatiseringsprobleem precies daar wordt gevonden waar Rutger vindt dat het gezocht moet worden in het stuk. Maar Rutger ziet dat anders, omdat de oplossing niet zou volgen uit de argumentatie. Mijns inziens is dat echter een vormkwestie – het belang van de stem kán hier niet uit de analyse van de media & authenticiteit als beeldkenmerk volgen.

  • Nog iets wat de moeite van het volgen waard is, runadm – Lucas verwijst naar Artaud’s idee van de zelfmoordenaar door de maatschappij. Lijkt me ook een zeer relevante ingang, zeker als je tragedie wilt vervangen door psychiatrische diagnose…

  • Jee. Zo blijf ik wel aan het lezen. En ik was net zo opgelucht dat ik mijn operatabs kon sluiten.

  • Ja, de verwijzing naar Artaud is inderdaad interessant, ze was me even ontschoten, het stuk is lang en het scherm is niet het beste medium voor dit soort dingen.

    Dus, jij vindt dat Lucas de oplossing voor het authenticiteits/mediatiseringsprobleem vindt in de vorm, namelijk de onvolkomen tragedie, en Rutger wil dat dat probleem opgelost wordt binnen het stuk zelf. En ik vind, ik sta er zelf een beetje verbaasd van, dat we het authenticiteitsprobleem moeten ondergraven van binnenuit. Door middel van onderzoek bedoel ik dan he. Als we niet op z’n minst proberen het probleem vanuit de persoon te benaderen kunnen we net zo goed een streekromannetje schrijven. Want de mythologische benadering van Lucas zorgt beslist voor die afstand die jij aanhaalt, maar hij zorgt er naar mijn gevoel ook voor dat we het niet meer over Amy Winehouse hebben, maar gewoon een stel paradigmatische denkpatronen tentoonstellen, en dat kan aan de hand van eender welk verhaal.
    De persoon Amy Winehouse, de muziek van Amy Winehouse en de invloed die Amy Winehouse had op de maatschappij, is door het mythologiseren volledig onschadelijk gemaakt. Ze had net zo goed niet kunnen bestaan.

    (He kijk, dit is wat ik in het vorige stuk eigenlijk ook wilde zeggen, maar ik verloor mijn draad ergens halverwege. Ik heb dit heldere denkgedoe nog niet helemaal onder controle vrees ik.)

  • Ha, nee, maar, met die vorm bedoel ik dit: na een lang betoog, met tal van uitweidingen over de verhouding tussen Winehouse en haar fans, de pers, de media, de muziekwereld, andere musici, en ga zo maar verder (en overigens óók over haar performance, óók over haar lotsaanvaarding en dergelijke), concludeert “dat Amy Winehouse op geen enkel vlak precies wist wat ze wilde zijn.” Volgt een serie opsommingen van tegenstellingen waartussen ze viel. Dan witregel, dan die losse zin:

    Zij was allerlei, maar vooral dat ene: de onvoorstelbare stem.

    Daarvan vond Rutger nu dat die zin niet volgt uit het eerdere. Wat ik met vorm bedoel, is dat daarentegen die geïsoleerde zin, die niet volgt uit het eerdere, bewust zo geplaatst is, niet voor niets geïsoleerd en schijnbaar onverantwoord verschijnt op een cruciaal moment in het stuk.

  • Ah. Nee, de logica van waarom die zin daar stond begreep ik, dat is gewoon de conclusie van de stukken daarvoor, nietwaar? Ik denk dat het voor mij gewoon de volledige benadering is die niet werkt.
    Ik begrijp de reden ervoor wel (Hoewel ik het dan nog wel anders uitgewerkt zou hebben, maar ik opereer vanuit een andere basis. Niet dat ik vind dat elke lezing van iemands oeuvre biografisch moet zijn, verre van, maar ik vind in Winehouses geval gewoon dat je het maatschappelijke niet kan belichten zonder naar de individuele aspecten te kijken en andersom. En bij de individuele aspecten ben ik het oneens met de elementen die Lucas aanhaalt (bv. die liefhebbende vader, oei, daar loopt mijn mening helemaal over uiteen) en bij de maatschappelijke aspecten vind ik een te grote willekeur terug.
    Niettegenstaande was het een stuk dat tot veel denken en een interessante discussie, waarvoor dank. :)

  • Runa, heel erg bedankt voor je fraaie en in veel opzichten uitstekende bijdrage. Ik ga een heel eind met je mee, sommige dingen zeg je ook beter dan ik zelf heb gedaan, bv.: ‘De persoon Amy Winehouse, de muziek van Amy Winehouse en de invloed die Amy Winehouse had op de maatschappij, is door het mythologiseren volledig onschadelijk gemaakt. Ze had net zo goed niet kunnen bestaan.’ Dat is wel de kern, de steen des aanstoots in het stuk van Hüsgen voor mij, de verwisselbaarheid van het subject om wat maatschappijkritische praatjes te kunnen houden. Daarnaast ook de ontoereikendheid van de uitgestoken arm, de Vader die daar achter zit (en die behalve in het psychiatrisch apparaat ook in de vaderlijke houding van Hüsgen steekt: meisje zou je dat nou wel doen? enz.) en die de wanhoop eerder zal hebben vergroot dan verkleind.

    Ik ben het uiteraard ook met je eens dat we van Winehouse zelf moeten uitgaan. Maar dan volgt wel de vraag hoe we dat aanpakken. Beschouwen we haar als zieke, dan kan dat haast niet zonder ook een pathologie van de maatschappij te geven, aangezien die bepaalt wat ziek en gezond is. Voor je het weet ben je dan op dezelfde manier bezig als Hüsgen, die haar gedrag als afgeleide beschouwt van sociale omstandigheden. ‘In de kunst kan meer dan daarbuiten’ zeg je en dat is waar – is het dan niet vreselijk jammer dat die ruimte, de enige waar je jezelf kunt zijn, maar zo klein is?

    Er is een heel directe manier om W. vanuit haarzelf te benaderen en dat is door te kijken naar de manier waarop ze de werkelijkheid vormgeeft, dus de aard van haar kunst, haar stijl, dat wat onvervreemdbaar haar toebehoort. Daarom heb ik zo op die stem gehamerd. Niemand anders heeft die stem, niemand gaat er zo mee om als zij. Het is wat ze ons biedt, wat ze aan ons voorlegt: een betekenaar van jewelste. Voordeel: je hoeft haar niet vanuit ‘de maatschappij’ te benaderen, noch eerst te oordelen over haar geestelijke gezondheid om überhaupt tot je methode te komen.

    Vanuit die stem kun je dan uitweiden over bv. haar muziek: neem die bezetting met blazers uit een onbestemde, vooroorlogse tijd, alsof het verleden zich permanent heeft gevestigd in die muziek, die toch voor deze tijd is gemaakt. Hoe kan dat, en wat zegt dat over haar en over de streken van waaruit ze als een engel haar boodschap komt brengen? Haar lichaam: waarom telkens die borstvergroting erbij gehaald, die kennelijke knieval aan de omgeving en de hele humanistische aankleve ervan, en niet ook iets gezegd over de manier waarop ze haar huid decoreerde en aan zichzelf aanpaste? Haar optredens: wat bv. te denken van die twee vrolijke donkere dansers: ik heb ze altijd als een grotesk element in haar show opgevat, grotesk zoals de schilder Ensor grotesk kan zijn: een vrolijke, onbekommerde buitenkant waarin een morbide, macabere werkelijkheid schuilgaat.

    Enfin, dat zou allemaal uitgewerkt moeten worden. Als ik over haar zou schrijven zou ik beginnen met déze dingen in kaart te brengen en er vervolgens de verbanden in proberen te achterhalen. Zo ga ik eigenlijk altijd te werk. Zo leer je iemand kennen, en dat niet alleen: je leert ook iets van de maatschappij, en wel hoe ziek díe is – niet andersom.

  • Nee, we moeten haar absoluut niet alleen beschouwen als zieke. Wat ik bedoelde met dat hameren op haar ziekte is vooral dat Lucas maatschappijkritisch wil zijn, maar dan een voor mij enorm belangrijk element gewoon doodzwijgt (jij liet het ook achterwege), om het dan wel te hebben over algemene problemen als bingedrinking, ik vind de keuzes die hij maakte te willekeurig, of zelfs niet willekeurig, maar te ideologisch gekleurd.

    En inderdaad, ik geloof dat de methode die jij aanhaalt, verbanden leggen tussen haar muziek, (maar die is wel meer dan die stem natuurlijk, je verwijst er nu duidelijker naar: teksten, stijl, instrumenten, composities ed. haar representatie van zichzelf, kledij, podiumpresence etc.) en de keuzes die ze maakte de enige manier is om tot een evenwichtig beeld te komen van Amy Winehouse, eender welke kunstenaar eigenlijk.

    Natuurlijk ben je dan wel even bezig (dat is een van de redenen waarom mijn reactie nogal eenzijdig hamerde op het ziek zijn, ik weet er niet voldoende van af om een totaalbeeld te bieden, maar ik heb het gevoel dat Lucas ook niet diep genoeg groef, of zich te veel laat beinvloeden door zijn denkkader).

    Dit vind ik mooi:
    ‘In de kunst kan meer dan daarbuiten’ zeg je en dat is waar – is het dan niet vreselijk jammer dat die ruimte, de enige waar je jezelf kunt zijn, maar zo klein is?
    Ja, dat is inderdaad wel verdomd jammer. ;)

  • Ik heb met die stem vanaf het begin haar hele kunst en alles wat erbij komt bedoeld – alleen omdat de stem van alle artistieke uitingen het meest direct met het lichaam en dus met de persoon is verbonden (meer dan een pen met een schrijver, een camera met een regisseur, enz.) en het dus des te beter liet zien hoe Hüsgen aan Winehouse voorbijzag naar de einder van zijn politieke projecties heb ik het daarop toegespitst, maar dan toch als pars pro toto.

    Het punt met een beschouwing onder het aspect van een ziekte is dat ook zo’n ziekte niet uniek en onvervreemdbaar is. Er zijn meer alcoholisten en ook meer zangeressen met een drank- of verslavingsprobleem. Dat betekent niet dat je ‘t niet bij beschouwingen kunt betrekken, maar dan toch altijd ivm haar muziek. Zelf heb ik het gevoel dat de dood al heel lang rondwaart in haar muziek, ik heb er in mijn vorige reactie een beetje over gespeculeerd. In dat opzicht maakt haar dood en de ziektegeschiedenis die eraan voorafgaat natuurlijk integraal deel uit van het verhaal Amy Winehouse. Zonder meer.

    Nogmaals bedankt voor je mooie bijdrage.

Reageren

U kunt deze HTML-tags gebruiken.

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>