Paranoia

Over ‘Burn after reading’ (Coen Bros, 2008)

Burn after reading van Joel en Ethan Coen is een film waar je veel plezier aan kunt beleven, als je van het genre houdt – dwz. als je er geen moeite mee hebt wanneer zaken als waarheid, schoonheid en goedheid pas in tweede instantie aan bod komen. Vooral het gezicht van George Clooney werkt op mijn lachspieren. Het is een soort Brechtiaans acteren wat hij laat zien: hij beeldt geen mens uit, maar de representatie van een mens, en dat dubbele bewustzijn zie je terug in de uitdrukking op zijn gezicht. Brad Pitt laat zich ook van een andere kant zien, maar bij hem ontbreekt dat verwijzende, die afstand tot zijn personage. Dat wordt weliswaar volledig karikaturaal, maar dat betekent alleen maar dat Pitt in dat personage opgaat, zich erin verliest. Clooney levert werkelijk commentaar op zijn rol, Pitt laat dat commentaar aan de kijker over.

De motor van het verhaal in Burn after reading is het streven naar een sterk en strak lichaam, naar hard bodies, zoals de fitnessclub heet waar Pitt en Frances McDormand werken. McDormand is al enige tijd tevergeefs op zoek naar geld voor een door haar vurig gewenste plastische chirurgie – als veertiger is ze ‘helemaal klaar met dit lichaam’. Het spreekt vanzelf, dat ‘hard bodies’ zich omgekeerd evenredig verhouden tot ‘intelligence’ – maar het is juist die intelligence waarmee ze haar doel van een hard body probeert te verwezenlijken. Wanneer Pitt in de kleedkamer van de club een cd vindt waarop, naar hij vermoedt, geheime CIA-informatie staat, kloppen ze eerst aan bij de eigenaar van de cd. Dat is de net ontslagen CIA-medewerker John Malkovich, die er weinig meer dan zijn memoires en wat bankgegevens – ‘codes’ denken Pitt en McDormand – op heeft gezet. Ze vangen bot bij hem, en proberen het dan bij de Russische ambassade, uiteraard opnieuw zonder resultaat. De zaak wordt gecompliceerd door George Clooney, die met zowel de vrouw van Malkovich als met McDormand het bed deelt. Inmiddels krijgt de CIA zelf lucht van de zaak, maar uit alles blijkt dat ook zij niet weten wat ze ermee aan moeten. De hele situatie wordt door een CIA-baas samengevat als een ‘clusterfuck’, en die term mag wel als kortbegrip van paranoia dienen: het is ‘alles wat alles aanraakt’, zoals Dirk van Bastelaere het zegt, ofwel: alles en iedereen naait met elkaar.

Van ‘hard bodies’ is inmiddels geen enkele sprake: bij McDormand is alles slap, Brad Pitt wordt een bloedneus geslagen, John Malkovich is een alcoholist, en George Clooney, die aan allerlei allergieën lijdt, ontwerpt een vibrator-stoel: zoveel als de ontkenning van een hard body. De ‘moderne’ en de ‘groteske’ mens van Michail Bachtin staan hier tegenover elkaar: de eerste, het ideaal van de ‘hard body’, wordt gekenmerkt door het ‘volkomen gerede, voltooide, strikt begrensde, gesloten, van buiten getoonde, onvermengde en individueel-expressieve lichaam.’ Daartegenover de ‘groteske mens’, die vooral belang stelt in ‘alles wat uit het lichaam naar buiten komt, eruit steekt, eruit omhoog steekt, alles wat de begrenzingen van het lichaam tracht te doorbreken. (…) Al deze uitstulpingen en openingen worden hierdoor gekenmerkt dat juist op die plekken de grenzen tussen twee lichamen en tussen lichaam en wereld worden overwonnen, juist hier een wederzijdse uitwisseling en oriëntatie plaats grijpt.’
Op gevaar af een al te schematische voorstelling van zaken te geven, loopt het streven naar een modern, afgesloten, schizofreen lichaam dus stuk op de regressie naar het groteske, de vereniging en wederzijdse doordringing van alles met alles, waarvan paranoia de sociaal-psychiatrische noemer is.

Een en ander wijst op een gebrek aan organisatie, in de meest letterlijke betekenis van het woord: wanneer Pitt en McDormand bij de Russische ambassade aankloppen, krijgen ze te horen dat de Russische ‘organs of state securtiy’ niets met de informatie aan kunnen vangen. En ook de CIA heeft geen belangstelling voor het ideaal: ‘burn the body, get rid of it’, zo wordt er opdracht gegeven. Het deed me, gedeformeerd als ik momenteel ben door het zojuist verschenen Deleuze compendium, even denken aan het idee van het lichaam zonder organen, en dan in het bijzonder de ‘lege’ variant ervan: volledig gede-organ-iseerd, waardoor alle verlangensstromen er vrijelijk door kunnen passeren – en dus uitermate vatbaar voor paranoia. (Er is ook een ‘volle’ versie: de gezonde, productieve).

Is Burn after reading nu een satire van de domheid, of een verdediging van het menselijk-groteske tegenover het modern-schizofrene, machinale, intelligente? Stanley Kubrick legde zich in het bijzonder op de verhouding tussen die twee toe, en er zitten een paar verwijzingen naar hem in deze film (zie de trivia-pagina op de IMDB). De openingssequentie geeft ook een Kubrick-perspectief te zien: een satellietbeeld dat vanuit de ruimte inzoomt op een gebouw – een beeld dat trouwens meteen al een gevoel van paranoia oproept. Maar bij Kubrick blijft de mens klein, ook wanneer hij de camera in diens nabijheid plaatst, doordat de ruimte dan groter wordt: kamers zijn zalen bij hem. Bij Scorsese, om een ander voorbeeld te noemen, is niet zozeer de mens klein, maar is God groot, even groot als de mens. Bij de Coen-broers ontbreekt zo’n horizon: de CIA fungeert in deze film wel als toezichthoudende instantie, een soort God dus, maar ook bij hen is de ‘intelligence’ niet in goede handen: ze hebben geen idee wat ze doen. Dat betekent dat er voor paranoia feitelijk geen enkele reden is: de machten die we ons in onze paranoia inbeelden hebben zelf geen enkel benul. Het zijn een soort Griekse goden: onsterfelijk en oppermachtig, maar verder even menselijk-al-te-menselijk als wij.

James Ensor, Zelfportret met maskers (1899)James Ensor, Zelfportret met maskers (1899)

Bij gebrek aan een perspectief dat het menselijke te boven gaat, wordt die mens in de films van de Coen-broers alleen met variaties van zichzelf vergeleken. Zo is Fargo in de kern vooral een portrettengalerij: alle karakters zijn afschaduwingen van Paul Bunyan, de mascotte van de staat Michigan, en hun morele gehalte wordt gemeten naar de afstand die hen scheidt van het door hem uitgebeelde ideaal. In No Country for Old Men is het door Javier Bardem gespeelde personage geen mens, maar een soort schaduw van een mens, een wreker die niet met kogels maar met lucht schiet; hij is iemand die niet bestaat (“I was never here” zijn z’n laatste woorden in de film). De Coen-films zijn dus niet vrij van moraal, maar het is de mens die de mens als schaduw begeleidt, aan hem ten voorbeeld wordt gesteld, en hem ook ter verantwoording roept. In dat opzicht beantwoorden de Coens aan een modern sentiment: waar een horizon ontbreekt, wordt het al snel heel druk om je heen.

(Oorspronkelijk gepubliceerd op 27-3-2009)

Pythagoras overwonnen »

Reageren

U kunt deze HTML-tags gebruiken.

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>