Nouvelle vague, encore

Over Nouvelle Vague (Linklater, 2025)

Still uit de film met de acteurs op het bed

Het wordt nooit wat met mij en Richard Linklater. Boyhood (2014) staat al met stip bovenaan mijn lijst van Meest Rampzalige Films, en het wordt er met deze ode aan Godard en de nouvelle vague niet beter op.

Wat is dat toch, die behoefte om het materiaal aan het verhaal vast te nagelen? In Boyhood mochten de acteurs zich een kwart eeuw lang niet distantiëren van hun rol; in deze film wordt een historische episode meticuleus heropgevoerd, met beangstigend goed gelijkende acteurs, dito mise-en-scène en cinematografie. Het is knap, maar daar gaat het Linklater niet om. Zijn idee van waarachtigheid is historische accuratesse: dezelfde acteurs als die van vijf, tien, twintig jaar geleden (Boyhood); dezelfde stijl en aankleding als die van 1960.

De vraag is natuurlijk: lijkt die stijl op die van Godard of van de nouvelle vague? Het antwoord is een emfatisch nee, integendeel. Godard, zo laat Linklater op verschillende momenten zien, was op en top naturalist, iemand die niets wilde veranderen aan de werkelijkheid die hij aantrof: het moment was heilig. Bij Linklater wordt alle spontaniteit en authenticiteit opgeofferd aan letterlijkheid en meetbaarheid, het vrije, spontane moment ingeruild voor de vastlegging ervan.

Ik begrijp daar helemaal niets van, ik weet niet welk doel ermee wordt gediend. We krijgen een niet-documentaire, verhalende indruk van hoe Godard’s klassieker destijds gemaakt is – maar A bout de souffle was volgens Godard een documentaire over acteurs die een film maken. Het is Brecht vs. Hollywood, vervreemding tegenover ‘historische sensatie’. Maar die laatste wordt vooral teweeggebracht door contact met authentieke objecten – precies wat Godard wilde, al ging het hem dan om contact met het levende heden – en niet door reconstructies.

Waar Linklaters premissen al niet deugen, daar zijn de resultaten nog erger. Zijn wil om historisch accuraat te zijn plaatst hem in de positie van de fan, van zowel het tijdperk als van de toenmalige helden, zelfs wanneer hun zwakheden worden getoond, zoals van de neorealist Rossellini, die blijkbaar een armlastige gulzigaard was. Maar het is tenenkrommend om te zien hoe allerlei bon mots uit de fameuze Cahiers du Cinéma zogenaamd spontaan gebezigd worden in café’s, op terrassen of in redactielokalen. Hoe het ook ging destijds, zo in elk geval niet.

Het nadeel van dit soort besprekingen – en de reden waarom ik ze zelden zo schrijf – is dat het niet uitmaakt: het zal aan Linklaters liefde voor A bout de souffle – of Breatless, zoals hij de film kent – niets afdoen. En terecht natuurlijk. Dit is zoals hij denkt het object van zijn verlangen het dichtst te naderen: niet door te handelen in zijn geest, maar door hem op een afstandje te volgen, zoals een sterveling zijn ster.

‘Je moet niet doen wat ik doe’, zei de schilder Courbet tegen zijn leerlingen, ‘je moet doen wat ik zeg!’ Die les mag Linklater ter harte nemen.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.