{"id":2536,"date":"2013-11-07T02:59:23","date_gmt":"2013-11-07T02:59:23","guid":{"rendered":"http:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/?p=2536"},"modified":"2022-04-13T12:54:35","modified_gmt":"2022-04-13T10:54:35","slug":"haar-bruine-slippers-extended","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/2013\/11\/07\/haar-bruine-slippers-extended\/","title":{"rendered":"Haar bruine slippers &#8211; extended"},"content":{"rendered":"<div class=\"mysub-header\">Over Hans Kloos, <em>De interviews<\/em><\/div>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<figure id=\"attachment_2537\" aria-describedby=\"caption-attachment-2537\" style=\"width: 316px\" class=\"wp-caption alignnone\"><a href=\"http:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/files\/2013\/11\/Oedipus_and_the_Sphinx.jpg\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\" wp-image-2537 \" src=\"http:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/files\/2013\/11\/Oedipus_and_the_Sphinx.jpg\" alt=\"Gustave Moreau, Oedipus en de sfinx, 1864.\" width=\"326\" height=\"660\" srcset=\"https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/files\/2013\/11\/Oedipus_and_the_Sphinx.jpg 544w, https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/files\/2013\/11\/Oedipus_and_the_Sphinx-148x300.jpg 148w, https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/files\/2013\/11\/Oedipus_and_the_Sphinx-506x1024.jpg 506w, https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/files\/2013\/11\/Oedipus_and_the_Sphinx-74x150.jpg 74w, https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/files\/2013\/11\/Oedipus_and_the_Sphinx-400x808.jpg 400w\" sizes=\"auto, (max-width: 326px) 100vw, 326px\" \/><\/a><figcaption id=\"caption-attachment-2537\" class=\"wp-caption-text\">Gustave Moreau, Oedipus en de sfinx, 1864.<\/figcaption><\/figure>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<div class=\"leader\">Op <em>De Contrabas<\/em> publiceerde ik vorige week onder de titel <em>Kritiek met de ellebogen<\/em> een polemische reactie in twee delen (<a title=\"Kritiek met de ellebogen deel 1\" href=\"http:\/\/www.decontrabas.com\/de_contrabas\/2013\/11\/kritiek-met-de-ellebogen-rutger-h-cornets-de-groot-tegen-robert-anker.html\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">deel 1<\/a> en <a title=\"Kritiek met de ellebogen deel 2\" href=\"http:\/\/www.decontrabas.com\/de_contrabas\/2013\/11\/kritiek-met-de-ellebogen-.html\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">deel 2<\/a>, gevolgd nog door een <a title=\"Naschrift\" href=\"http:\/\/www.decontrabas.com\/de_contrabas\/2013\/11\/kritiek-met-de-ellebogen-naschrift.html\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">naschrift<\/a>) op een artikel over Gerrit Achterberg van Robert Anker in het tijdschrift <em>Awater<\/em> (najaar 2013). Ik kon dat met enig vertrouwen doen omdat ik me door het lezen van Hans Kloos&#8217; laatste bundel <em>De interviews<\/em> toch al opnieuw met Achterberg had bezig gehouden. De oorspronkelijke uitwerking daarvan staat hieronder. De in datzelfde tijdschrift <em>Awater<\/em> verschenen kortere recensie staat <a title=\"Haar bruine slippers\" href=\"http:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/haar-bruine-slippers\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">hier<\/a>.<\/div>\n<p>Het oudste interview uit de literatuur is dat tussen Oedipus en de Sfinx. &#8216;Welk wezen loopt &#8217;s ochtends op vier benen, &#8217;s middags op twee en &#8217;s avonds op drie?&#8217; vraagt het verleidelijke monster aan Oedipus als hij haar op weg naar Thebe passeert; bij een fout antwoord stort ze hem in het ravijn. Oedipus denkt lang na en antwoordt dan &#8216;de mens&#8217; (als baby, volwassene en grijsaard). Daarop stort de Sfinx zelf in de diepte.<\/p>\n<p>Uit die reactie op het goede antwoord blijkt wel dat de Sfinx een foute vraag heeft gesteld: een vraag die uit het antwoord is geformuleerd, ipv andersom. Het was geen werkelijke vraag, maar meer een soort ontstekingsmechanisme voor de lancering van een metafoor, waarbij \u00e9\u00e9n deel van de vergelijking werd verzwegen. Na Oedipus&#8217; hercodering verliest de vraag onmiddellijk elke zin en kan niet anders dan &#8216;in het ravijn storten&#8217;: het was niet meer dan een sluitrede in een andere retorische vorm.<\/p>\n<p>Ook in Hans Kloos&#8217; nieuwe bundel <i>De interviews<\/i> gaat het om de vraag: &#8216;Wat is de mens?&#8217; Alleen beantwoordt Kloos de vraag niet met een sluitende metafoor, maar met kleine allegorie\u00ebn waarin hij uiteenlopende personificaties van de menselijke psyche aan het woord laat: een snijtafel, Ut\u00f8ya, rund 4463, een inrichtingsmuurbeugel, een badhokje, enz. Nu bestaat tussen titel en gedicht bij Kloos een vergelijkbare relatie als tussen antwoord en vraag. Zijn gedichten zijn een uitbouw van de titel, net als bij Gerrit Achterberg, die over die relatie &#8211; met &#8216;gij&#8217; in de rol van gedicht, en de titel als ik-zegger &#8211; het volgende schreef:<\/p>\n<div class=\"gedicht\">Gij zijt aan mij gebonden met het al.<br \/>\nElke steen bezit uw val<br \/>\nen ieder cijfer uw getal;<br \/>\nde mededeling uw verhaal;<br \/>\ntong uw taal;<br \/>\nde veelheid uw geval.<br \/>\nGij hoopt u in mij op<br \/>\nmet doodgewicht aan regendrop.<br \/>\nIedere vleugel heft u op.<\/div>\n<p>(uit <i>Arbeidsvermogen van plaats<\/i>). Het is alsof dit &#8216;opheffen&#8217; uit de laatste regel niet alleen een <em>stijgende<\/em> beweging uitbeeldt, maar ook verwijst naar het <em>annuleren<\/em> van de ene vorm door de andere, van de vraag door het antwoord. &#8216;Iedere vleugel heft u op&#8217;: iedere kant die van u wordt getoond geeft een indruk van een geheel dat u kan vervangen en dat in de titel \u2013 maar alleen als symbool, vandaar het stijgen \u2013 volledig is vervat. De titel &#8211; bij Achterberg, bij Kloos \u2013 staat dus <a id=\"tippy_tip0_2796_anchor\"><\/a> <div class=\"tippy\" data-title=\"metaforisch\" data-anchor=\"#tippy_tip0_2796_anchor\" >Aanduiding voor een van de twee vormen van beeldspraak. Anders dan de metonymie berust de metaforiek op overeenkomst tussen het beeld en het verbeelde. Zo gebruikt men het woord \u2018lente\u2019 als beeld voor de \u2018jeugd\u2019. (<a title=\"Letterkundig lexicon voor de neerlandistiek\" href=\"http:\/\/www.dbnl.org\/tekst\/bork001lett01_01\/bork001lett01_01_0014.php#m065\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">DBNL<\/a>)<\/div> tot het gedicht; het gedicht op zijn beurt verhoudt zich <a id=\"tippy_tip1_8956_anchor\"><\/a> <div class=\"tippy\" data-title=\"metonymisch\" data-anchor=\"#tippy_tip1_8956_anchor\" >Toepassing van die vorm van beeldspraak die gekenmerkt wordt door het feit dat het verbeelde wordt aangeduid met een vorm van figuurlijk taalgebruik die berust op <em>contigu<\/em> (&#8216;aangrenzend&#8217;) verband. (<a title=\"Letterkundig lexicon voor de neerlandistiek\" href=\"http:\/\/www.dbnl.org\/tekst\/bork001lett01_01\/bork001lett01_01_0004.php#c147\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">DBNL<\/a>)<\/div> tot de titel: het toont er kanten, &#8216;vleugels&#8217; van die voor uitbreiding vatbaar zijn.<\/p>\n<p>Nu gaat het bij <a id=\"tippy_tip2_7139_anchor\"><\/a> <div class=\"tippy\" data-title=\"allegorie\u00ebn\" data-anchor=\"#tippy_tip2_7139_anchor\" >Vorm van beeldspraak, die een hele zin of meerdere zinnen wordt volgehouden, in tegenstelling tot de metafoor, waarbij \u00e9\u00e9n woord door een beeld wordt vervangen. (<a title=\"Letterkundig lexicon voor de neerlandistiek\" href=\"http:\/\/www.dbnl.org\/tekst\/bork001lett01_01\/bork001lett01_01_0002.php#a083\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">DBNL<\/a>)<\/div> niet zozeer om de titel, de naam van het werk, maar om de naam van het personage, in het geval van Kloos dus de ge\u00efnterviewde: de <a id=\"tippy_tip3_2385_anchor\"><\/a> <div class=\"tippy\" data-title=\"personificatie\" data-anchor=\"#tippy_tip3_2385_anchor\" >Vorm van beeldspraak waarbij zaken menselijk worden voorgesteld. Aangezien dit altijd gebeurt op grond van overeenkomst is de personificatie een vorm van metaforisch taalgebruik. (<a title=\"Letterkundig lexicon voor de neerlandistiek\" href=\"http:\/\/www.dbnl.org\/tekst\/bork001lett01_01\/bork001lett01_01_0017.php#p084\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">DBNL<\/a>)<\/div> die een voorstelling levert bij het abstracte begrip. Korter gezegd: om de sleutel tot begrip van het gedicht. En juist die heeft Kloos in het ravijn van zijn bundel gestort, nl. in de inhoudsopgave achterin. Daar pas lezen we om welke variant op de vraag: &#8216;Welk wezen&#8230;?&#8217; het bij elk gedicht gaat: om een consument, een chronisch vermoeide, een museumvloer, een bivakmuts, een Japans dolfijntje, enz. Niet de titel, een formeel element bevat dus de sleutel tot deze gedichten, maar een informeel: de stem die ze tot klinken brengt en waardoor ze pas kunnen bestaan.<\/p>\n<p>Zo maakt Kloos van elk gedicht in deze bundel een raadsel en plaatst hij de lezer in de positie van Oedipus, waardoor deze opmerkzaam wordt op de allegorische verhouding tussen vraag en antwoord, woord en ding, begrip en personificatie, metafoor en metoniem. En ook tussen literatuur en werkelijkheid voeg ik eraan toe, want door de identiteit van de spreker achter te houden zijn de gedichten op twee niveaus te lezen: als literaire tekst en als levensverhaal, bekentenis, openbaring. Ook al gaat het om strikt literaire modellen als een museumvloer, een koper of de natdrooggrens, zodra je weet wie de spreker is, verliezen de geschiedenissen hun literaire, vrijblijvende karakter en winnen aan actualiteits- en werkelijkheidswaarde.<\/p>\n<p>Kloos verzwijgt die identiteiten dan ook niet zomaar. Hij is, om het in de termen van Roland Barthes te zeggen, het tegendeel van een <i>auteur<\/i> die boven zijn werk uittorent en er zich met handen en voeten aan gebonden weet. Hij is een <i>scriptor<\/i>, een anonieme &#8216;leverancier van mogelijkheden&#8217; die in zijn werk verdwijnt en het woord graag aan anderen laat: bv. om zijn gedichten in te spreken zoals op de cd bij zijn vorige bundel (<i>De Westerparkse gedichten<\/i>, 2010), of om er de onderwerpen voor op te geven (<i>Zoekresultaten<\/i>, 2007). De nadruk in zijn werk ligt dus niet op het sprekende of schrijvende subject, maar op het spreken of schrijven als zodanig. Het subject gaat daar niet aan vooraf, maar wordt erdoor opgeroepen.<\/p>\n<p>En ook hierin, in dit oproepen van een afwezige werkelijkheid, toont Kloos verwantschap met Achterberg en diens pogingen om via zijn po\u00ebzie zijn dode geliefde in het leven terug te roepen. Het is een verwantschap die zich vooral in de evocatieve stijl doet gelden waar beide dichters zich van bedienen. Ze roepen mensen en dingen op door ze alleen te <em>noemen<\/em> of anderszins aanschouwelijk te maken:<\/p>\n<p><em>Haar bruine slippers<br \/>\nliggen in het gele gras op de kant<\/em><\/p>\n<p>zegt Kloos bijvoorbeeld in de eerste regels van <i>Panta rhei of De slavin<\/i>. Of:<\/p>\n<p><em>En kijk, de aarde slaapt<\/em><\/p>\n<p>zoals het elders heet. Het is de stijl van &#8216;Er zij licht&#8217; uit <i>Genesis<\/i>. En het kan nog korter, nog principi\u00ebler zou ik haast zeggen, in regels zonder werkwoorden (zg. &#8216;nominale zinnen&#8217;):<\/p>\n<p><em>Hoofdgebouw, voorraadschuur, schuur<br \/>\nen nieuwe campinggebouwtjes.<\/em><\/p>\n<p>Ik kan er niets aan doen.<\/p>\n<p>Bomen, gras, rots.<\/p>\n<p>Ik kan er niets aan doen.<\/p>\n<p>En op het zuiden het oude schooltje nog.<\/p>\n<p>Ik kan er niets aan doen.<\/p>\n<p>: uit een interview met het eiland Ut\u00f8ya, waarin de dichter een soort dialectisch de\u00efsme bedrijft&#8230; Vergelijk van Achterberg bekende regels als &#8216;Te huur. Hartkamer. Ongemeubileerd&#8217; of &#8216;Benjamin Franklinhoofd. Gelaatsuitdrukking H<sub>2<\/sub>O&#8217;, enz., waarbij in het laatste geval zelfs een abstract begrip voor de aanschouwelijkheid zorgt, puur door de nominale vorm waarin het wordt gebruikt.<\/p>\n<p>Geen recreatie dus, maar creatie, scheppen. Geen waarneming die artistiek wordt weergegeven, maar innerlijk leven dat in de ruimte wordt geprojecteerd. Daarom is het ook wel zo aardig dat Kloos deze bundel <i>De interviews<\/i> noemt, waar de meeste dichters verslag doen van hun ervaringen (gedachten, fantasie, enz.) en het resultaat po\u00ebzie noemen&#8230; Op zoek naar een antwoord op de vraag &#8216;Wat is de mens?&#8217; hield hij geen enqu\u00eate onder subjecten die met het predicaat &#8216;mens&#8217; samenvallen (mensen dus), maar onderzocht hij in hoeverre het menselijke, los van de mens, <i>als zodanig<\/i> kon worden teruggevonden in vormen die daar doorgaans niet mee worden geassocieerd.<\/p>\n<p><a href=\"http:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/files\/2013\/11\/Hans-Kloos-De-Interviews.jpg\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone size-medium wp-image-2521\" src=\"http:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/files\/2013\/11\/Hans-Kloos-De-Interviews-184x300.jpg\" alt=\"omslag\" width=\"184\" height=\"300\" srcset=\"https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/files\/2013\/11\/Hans-Kloos-De-Interviews-184x300.jpg 184w, https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/files\/2013\/11\/Hans-Kloos-De-Interviews-92x150.jpg 92w, https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/files\/2013\/11\/Hans-Kloos-De-Interviews.jpg 300w\" sizes=\"auto, (max-width: 184px) 100vw, 184px\" \/><\/a><\/p>\n<p>Hoe verhoudt hij zich tot die vormen? Op het omslag van zijn bundel groeit als een eenhoorn een hele toren van hoofden uit zijn hoofd, met aan het eind een microfoon aan een snoer \u2013 werkelijk alsof &#8216;de veelheid uw geval&#8217; bevat. Maar laten we ons niet vergissen. Die microfoon is maar geste, voorwendsel, truc. De enige die hier ge\u00efnterviewd wordt is de dichter zelf die, volgens een onverbeterlijke formule van Lucebert, &#8216;stem geeft aan wat geen stem heeft&#8217;, dwz. aan de vele zielen die hem bewonen en met wie hij zich solidair verklaart.<\/p>\n<p>Om af te sluiten een fraai voorbeeld van een allegorie als uitgewerkte metafoor, waarin bij monde van een misbruikte misdienaar de vinger Gods een paar keer om zo te zeggen metonymisch van kleur verschiet.<\/p>\n<h4>Digitus dei<\/h4>\n<p>Hij legt altijd eerst zijn vinger<br \/>\ntegen zijn lippen<br \/>\nmij tot stilte manend.<\/p>\n<p>Daarna wenkt de vinger mij.<\/p>\n<p>Als ik voor hem sta,<br \/>\nlegt hij de vinger zacht tegen mijn voorhoofd.<\/p>\n<p>De vinger gaat overal heen,<br \/>\nomhoog, omlaag, voor, achter,<br \/>\nmaar altijd daar eindigend.<\/p>\n<p>Dan komen er vingers bij,<br \/>\nen nog een hand en weet ik niet<br \/>\nwaar zij niet zijn<br \/>\ntot hij de vinger daar<br \/>\nin duwt.<\/p>\n<p>Dan is het wit<br \/>\nen zwart en ver<\/p>\n<p>tot de vinger mijn kin optilt<br \/>\nen zich weer tegen zijn lippen legt<\/p>\n<p>die als de vinger naar boven wijst<br \/>\nzeggen dat ik moet vertrouwen<br \/>\nop onze lieve heer<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<div class=\"leader\">\n<p>De in <em>Awater<\/em> gepubliceerde kortere versie van deze recensie staat hier: <a title=\"Haar bruine slippers\" href=\"http:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/haar-bruine-slippers\/\">Haar bruine slippers<\/a>.<\/p>\n<p>Ook Kloos&#8217; vorige bundel <em>De westerparkse gedichten<\/em> uit 2010 recenseerde ik, zie <a title=\"Een neef waar nooit iemand uitstapt\" href=\"http:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/2010\/04\/30\/hans-kloos-westerparkse-gedichten\/\">Een neef waar nooit iemand uitstapt<\/a>.<\/p>\n<p>Over het in de titel van deze recensie geciteerde gedicht <em>Herakleitos&#8217; slavin<\/em> schreef ik in november 2007 een <a title=\"Panta rhei of Herakleitos' slavin\" href=\"https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/hans-kloos-%cf%80%ce%b1%ce%bd%cf%84%ce%b1-%cf%81%ce%b5%ce%b9-of-herakleitos-slavin\/\" rel=\"noopener\">lang essay<\/a> onder invloed van de door mij toen pas ontdekte Gilles Deleuze.<\/p>\n<\/div>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p><b>Hans Kloos<br \/>\n<i>De interviews<\/i><br \/>\nUitgeverij De Contrabas, 2013<br \/>\n39 blz., \u20ac15,00<br \/>\nISBN 978 90 794 32721\u00a0<\/b><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Over Hans Kloos, De interviews &nbsp; &nbsp; Op De Contrabas publiceerde ik vorige week onder de titel Kritiek met de ellebogen een polemische reactie in twee delen (deel 1 en deel 2, gevolgd nog door een naschrift) op een artikel over Gerrit Achterberg van Robert Anker in het tijdschrift Awater (najaar 2013). Ik kon dat met enig vertrouwen doen omdat ik me door het lezen van Hans Kloos&#8217; laatste bundel De interviews toch al opnieuw met Achterberg had bezig gehouden. De oorspronkelijke uitwerking daarvan staat hieronder. De in datzelfde tijdschrift Awater verschenen kortere recensie staat hier. Het oudste interview uit de literatuur is dat tussen Oedipus en de Sfinx. &#8216;Welk wezen loopt &#8217;s ochtends op vier benen, &#8217;s middags op twee en &#8217;s avonds op drie?&#8217; vraagt het verleidelijke monster aan Oedipus als hij haar op weg naar Thebe passeert; bij een fout antwoord stort ze hem in het ravijn. Oedipus denkt lang na en antwoordt dan &#8216;de mens&#8217; (als baby, volwassene en grijsaard). Daarop stort de Sfinx zelf in de diepte. Uit die reactie op het goede antwoord blijkt wel dat de Sfinx een foute vraag heeft gesteld: een vraag die uit het antwoord is geformuleerd, ipv andersom. Het &#8230; <\/p>\n<p class=\"read-more-container\"><a title=\"Haar bruine slippers &#8211; extended\" class=\"read-more button\" href=\"https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/2013\/11\/07\/haar-bruine-slippers-extended\/#more-2536\" aria-label=\"Lees meer over Haar bruine slippers &#8211; extended\">Lees meer<\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[5],"tags":[164,44,163],"class_list":["post-2536","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-literair","tag-gerrit-achterberg","tag-hans-kloos","tag-oedipus"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2536","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=2536"}],"version-history":[{"count":3,"href":"https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2536\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":4986,"href":"https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2536\/revisions\/4986"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=2536"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=2536"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.cornetsdegroot.com\/rhcdg\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=2536"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}