|
Klik hier voor het weblog van
Rutger H. Cornets de Groot. |
Cornets de Groots belangstelling voor de alchemie staat in rechtstreeks verband met zijn theorie van de kosmische metafoor. Net als in de astrologie ging het in de alchemie om het verwerven van inzicht in de relatie tussen de mens en het heelal. Daartoe stopte de alchemist de metalen waaruit het heelal is opgebouwd in zijn fles, en met die prima materia had hij de grondstoffen in handen voor de bereiding van de Steen der Wijzen, waarmee hij hoopte door zuivering goud te vervaardigen uit onedele metalen. Het uiteindelijke doel van deze transmutatie was niets minder dan de vestiging van de hemel op aarde. Zelf verklaarde Cornets de Groot zijn belangstelling voor alchemie in de flaptekst van De zevensprong als volgt: 'Tegenover de ontwikkeling van onze literatuur in traditionalistische geest, kan men zich een traditie denken van artistiek-revolutionaire aard. [] Is de traditie van de revolte geen andere dan die van de alchemie? [] R.A. Cornets de Groot [] ziet de revolte vooral als een verzet tegen eigen onmacht; alchemie als een middel om die onmacht meesterschap te geven'. 1 Aldus was De zevensprong een poging om deze onmacht - de onmacht van een essayist, die afziet van conventies en de zekerheden van een vooropgezette methode - door middel van de alchemie te boven te komen. 'Ik werk als een alchemist. [] alchemisten waren idealisten, die wat wilden veranderen. Niet alleen de wereld wilden deze lieden veranderen, ook hun eigen ziel. Ze maakten een brouwsel en keken wat daarmee gebeurde. Werd het zwart dan betekende dat ondeugd en dood. Werd het wit, dan was er sprake van volharding en deugd. Werd het rood, dan vond er loutering plaats. Het proces in het brouwsel was gelijk aan het proces dat in hun innerlijk gaande was. [] Het alchemistisch gebeuren is een dubbelproces. Welnu, een literair werk is voor mij ook zo'n brouwsel, ik kijk toe hoe het onder mijn ogen verandert, tegelijk verander ik zelf'. 2 En: '[De zevensprong] is niet enkel de ontdekkingsreis van een paar boeken, maar ook van mezelf. Er is een innerlijk proces aan de gang, dat ik illustreer door op uiterlijke dingen te wijzen, in dit geval boeken. [] De zevensprong weerspiegelt het heelal, en is deel van mij'. 3 In de praktijk bewees het alchemie-motief haar waarde vooral als hulpmiddel bij de vorm- en structuuranalyse van de verschillende werken. Wanneer bijv. de genoemde kleuren zwart, wit en rood in die volgorde in een bepaald werk optraden, dan konden zij worden opgevat als indicatie dat er in het innerlijk van de hoofdfiguur, of in het boek zelf, een met de alchemistische betekenis van die kleur corresponderende verandering plaatsvond. Aldus bood het alchemistisch perspectief via de 'buitenkant', de vorm, inzicht in het interne verloop van een werk. Over de werkelijkheidswaarde van het motief maakte Cornets de Groot zich daarbij weinig zorgen. Getuige de titel van het in De zevensprong opgenomen opstel over Lucebert, Een proeve van Hineininterpretierung, nam hij het speculatieve karakter van de hypothese in voorkomende gevallen eenvoudig voor lief: 'Ik heb nooit Lucebert een alchemist genoemd, noch Gorter, maar dat wil niet zeggen dat hun symboliek zich niet in die richting laat uitbreiden'. 4 Andere schrijvers - Van Maerlant, Van de Woestijne, Vestdijk, Mulisch - noemde hij wèl expliciet alchemist: dit waren schrijvers die het, vóor hem, al van zichzelf hadden gezegd, of schrijvers die zich tegen de veronderstelling niet verzetten, 'omdat ze de redelijkheid daarvan inzien, of, indien ze dood zijn, daarvan ingezien zouden hebben'. 5 Van veel belang achtte hij dit allemaal overigens niet: de aardigheid van het alchemie-motief lag niet in de laatste plaats in het feit dat een schrijver zich van zijn eigen alchemistische motieven níet bewust hoefde te zijn: alchemie als universeel bindmiddel, geheel conform Jungs theorieën over het collectieve onderbewustzijn.
|