|
Klik hier voor het weblog van
Rutger H. Cornets de Groot. |
Het zou een apart essay vergen om alle symboliek die in Een wijze van lev/zen is gestopt volledig te duiden. De vier meisjes die respectievelijk staan voor moeder, geliefde, hoer en maagd, de aan de alchemie herinnerende hermafrodiet als heks en verhevene, de koetsier als zondebok en verlosser, - het zijn maar een paar aspecten van een in vele lagen geschreven verhaal, waarin alles - namen, structuur, stijl, typografie - bol staat van symboliek en betekenis. Toch is dit niet het voornaamste. Evenals eertijds de burleske voor de classicisten, was Een wijze van lev/zen vóor alles een poging om te ontsnappen aan vormdwang: in dit geval de stringente eisen, wetten en voorwaarden waar wetenschappelijke autoriteiten de essayistiek aan wilden onderwerpen. 'Ik zoek een wijze van leven - eerder dan een dogmatische wetenschapsbeoefening. De manier van lezen moet niet los komen te staan van de manier van leven'. 2 Aangezien deze opvatting nauwelijks ingang vond, koos Cornets de Groot ervoor om haar d.m.v. het verhalende element eenvoudig te demonstreren: zodoende gaf niet de inhoud, maar de vorm aan Een wijze van lev/zen een subtiel, maar moeilijk mis te verstaan polemisch karakter. Minder subtiel weliswaar is de van prof. dr. A.L. Sötemann gegeven karikatuur als 'de alom gevreesde A.S. Lötermann'. Sötemann, die in de Nieuwe taalgids een zeer felle aanval op Cornets de Groot had gepubliceerd, was de eerste professor die Cornets de Groots werk op zijn literatuurwetenschappelijke merites wilde beoordelen, waarmee hij de aanzet gaf tot een bepaald felle polemiek. Uit zijn artikel het volgende: 'Het fenomeen Cornets de Groot is niet moeilijk te begrijpen: hij heeft de eigenschappen van de autodidact in gehypertrofieerde vorm. Enerzijds is hij onmatig trots op brokstukken, bij voorkeur esoterische, noties die hij zich verworven heeft: astrologie, alchemie, gnosis en manicheïsme, katharen en hermetische achtergronden van Arthur-romans, heksen, psychanalytische gemeenplaatsen; het is alles bijeen voldoende om sterker benen te doen wankelen onder de weelde aan oncontroleerbaarheden en vaagheden. Onvervaard wordt de hele zaak in de geliefde alchemistische kolf gestopt en met het resultaat wordt men naar wens bediend'. 3 Het artikel was verder gelardeerd met termen als 'schijn-diepzinnigheid', 'een uitermate verwarde geest' en 'dwaze zelfoverschatting' en besloot met de constatering dat 'het verschijnsel Cornets de Groot langzamerhand zodanige afmetingen is gaan aannemen dat een zeer nadrukkelijke afwijzing noodzakelijk is geworden. Uit deze "omelette" is een totaal ongefundeerde kritische reputatie aan het groeien. De grondslag van dit soort essayistische bedrijvigheid is eenvoudig non-existent'. Het was de zwaarste aanval die Cornets de Groot tot dan toe te verduren had gekregen: een neergesmeten handschoen, die hij niet wilde laten liggen, en die hij met name in het 'Nawoord' van Een wijze van lev/zen, waarin Sötemanns artikel uitvoerig wordt geparodieerd, opnam. Hoewel het onderscheid tussen beide in de praktijk moeilijk was uit te maken, erkende Cornets de Groot enig verschil tussen de literatuurwetenschap zoals die vooral in de Nieuwe taalgids bedreven werd, en de close reading van het tijdschrift Merlijn. Waar hij in deze laatste richting, met al haar wetenschappelijke pretenties en obstinate dogmatiek - 'close reading is: net doen of je de auteur niet kent' 4 - althans een poging zag om een visie op literatuur te ontwikkelen, 5 daar wees hij de literatuurwetenschap eenzijdig en onverkort af: 'Literatuurwetenschap is een oxymoron naar mijn mening. Zij leidt tot misverstanden. Wij moeten in de gaten houden dat de kunst is geschapen om ons te verontrusten. Het is dan de wetenschap die ons ten onrechte weer gerust stelt. [] Indien ik zeggen zou, dat het doel van de wetenschap de vooruitgang is, de vervolmaakbaarheid van de mens, dan zouden velen van u dat zonder mopperen aanvaarden. Maar het doel van de wetenschap is niet de perfectibiliteit van de mens. Haar doel is theorievorming. Laten wij onthouden dat bewijzen de waarheid vermoeien'. 6 En tenslotte, in een vrolijke bui: 'Wanneer men wetenschap omschrijft met termen als verifieerbaarheid, controleerbaarheid en objectiviteit, heb ik weinig te bieden, goddank helaas! Verifieerbaarheid is immers alleen datgene, wat waarneembaar is of wat te bewijzen valt. Wat is waarheid dan nog? Waarheid is wat iedere idioot kan zien. Controleerbaarheid! Wat betekent dat anders dan dat de wetenschapper zich onderwerpt aan de Inquisitie van een instantie die geen enkele speelruimte laat: van iets zo onvolmaakts en belachelijks als de Rede. Niets kan m.i. onverstandiger zijn! Objectiviteit tenslotte, - deze dwaze eis het eigen willen eigenhandig om zeep te helpen: dit luie idealisme dat willoosheid uitroept tot het toppunt van menselijke kunnen: weg ermee!' 7
|