Klik hier voor het weblog van
Rutger H. Cornets de Groot.


Bloemlezing - Het persoonlijk systeem - Alchemie

Het persoonlijk systeem

(Inleiding)



Cornets de Groot in 1965.
Foto: Cor Stutvoet
Dit artikel werd geschreven ter gelegenheid van Cornets de Groots aantreding in 1968 als 'chroniqueur-letterkunde' van De Gids. Na in 1966 'om zorgvuldig geprovoceerde redenen' 1 - naar verluidt wegens banden met Provo, respectievelijk het dragen van een bepaald soort schoenen en een ringbaardje - zijn baan als onderwijzer te hebben verloren, zag Cornets de Groot zich genoodzaakt zijn literaire activiteiten tot het maximum op te voeren. Als criticus debuteerde hij, zijn ondanks, bij Elseviers Weekblad, 2 hij werkte mee aan literaire radioprogramma's van de NCRV, RVU en BRT, en bleef tot 1972 aan Elsevier, Het Parool, De Gids en Raam verbonden.
Hoewel hij zich ook in later jaren incidenteel nog tot het genre bekende - voor het door hem gewaardeerde Bzzletin - zijn zijn kritieken dus niet vanuit een literaire behoefte ontstaan, en over de rol en de betekenis van de criticus maakte hij zich, getuige het volgende, gewetensvolle fragment, dan ook weinig illusies:
'Waarom eisen dat een recensent een boek echt leest? Zou het werkelijk iets veranderen aan de recensie die hij erover schrijft? Aan de andere kant: is het noodzakelijk een boek dat men af zal wijzen, helemaal te lezen?' 3
In dit artikel, met de ambivalente titel 'Het persoonlijk systeem', verklaart hij in zijn kritieken niet uit te zullen gaan van een welomschreven kritisch apparaat of vooropgezette methode; de persoonlijkheid moet basis genoeg zijn voor een kritisch oordeel. Het was vooral dit pleidooi voor een persoonlijke, subjectieve literatuurbeschouwing waarmee Cornets de Groot zich distantieerde van de literatuurwetenschap en de destijds door iedereen bedreven close reading.

Daarnaast maakt dit artikel duidelijk waarom het voor een criticus/essayist profijtelijk kan zijn om literatuur m.b.v. een 'centraal schema' als de alchemie te onderzoeken. In dit verband wordt metterdaad het 'alchemistische' essay over Van Maerlants Torec genoemd. Verder komt ook de kosmische metafoor weer ter sprake, en preludeert de passage over 'stijl' al op zijn ideeën over het zogenaamde fantastikon.
Bij al zijn aandacht voor alchemie, astrologie en andere religieuze of mythologische stelsels, wees Cornets de Groot er met nadruk op zelf in het geheel 'geen boeddhist, zenboeddhist, astroloog, alchemist, vrijmetselaar, christen, paganist, psycholoog, theoloog, filosoof' 4 te zijn.
Sterker nog: 'Ik geloof nergens in. Het interesseert me hoe anderen geloven, zelf ben ik volslagen atheïst. Zodra je in Nederland over het boeddhisme schrijft zien ze je aan voor een boeddhist. Als ik met sympathie over kwallen schrijf, hoef ik toch nog geen kwal te zijn!' 5


NOTEN
  1. Uit een brief aan een onderwijsinspecteur. Zie Een onroman een bitterboek.  
  2. In een brief aan Bert Bakker sr, gedateerd 2 februari 1967, schreef hij: 'M'n [] zwager [Heere Heeresma] bood aan me iets te laten doen in Elseviers Weekblad - maar ik drink nog liever inkt en vreet liever papier dan dat.' In november van dat jaar verscheen zijn eerste bijdrage.  
  3. 'Crisis in de kritiek', Podium, 22e jrg., extra nr (oktober-december 1968), pp. 228.  
  4. Intieme optiek, p. 128.  
  5. Interview door Margaretha Ferguson, Het Vaderland, 27 april 1968.