|
Klik hier voor het weblog van
Rutger H. Cornets de Groot. |
Hoewel hij zich ook in later jaren incidenteel nog tot het genre bekende - voor het door hem gewaardeerde Bzzletin - zijn zijn kritieken dus niet vanuit een literaire behoefte ontstaan, en over de rol en de betekenis van de criticus maakte hij zich, getuige het volgende, gewetensvolle fragment, dan ook weinig illusies: 'Waarom eisen dat een recensent een boek echt leest? Zou het werkelijk iets veranderen aan de recensie die hij erover schrijft? Aan de andere kant: is het noodzakelijk een boek dat men af zal wijzen, helemaal te lezen?' 3 In dit artikel, met de ambivalente titel 'Het persoonlijk systeem', verklaart hij in zijn kritieken niet uit te zullen gaan van een welomschreven kritisch apparaat of vooropgezette methode; de persoonlijkheid moet basis genoeg zijn voor een kritisch oordeel. Het was vooral dit pleidooi voor een persoonlijke, subjectieve literatuurbeschouwing waarmee Cornets de Groot zich distantieerde van de literatuurwetenschap en de destijds door iedereen bedreven close reading. Daarnaast maakt dit artikel duidelijk waarom het voor een criticus/essayist profijtelijk kan zijn om literatuur m.b.v. een 'centraal schema' als de alchemie te onderzoeken. In dit verband wordt metterdaad het 'alchemistische' essay over Van Maerlants Torec genoemd. Verder komt ook de kosmische metafoor weer ter sprake, en preludeert de passage over 'stijl' al op zijn ideeën over het zogenaamde fantastikon. Bij al zijn aandacht voor alchemie, astrologie en andere religieuze of mythologische stelsels, wees Cornets de Groot er met nadruk op zelf in het geheel 'geen boeddhist, zenboeddhist, astroloog, alchemist, vrijmetselaar, christen, paganist, psycholoog, theoloog, filosoof' 4 te zijn. Sterker nog: 'Ik geloof nergens in. Het interesseert me hoe anderen geloven, zelf ben ik volslagen atheïst. Zodra je in Nederland over het boeddhisme schrijft zien ze je aan voor een boeddhist. Als ik met sympathie over kwallen schrijf, hoef ik toch nog geen kwal te zijn!' 5
|