|
Klik hier voor het weblog van
Rutger H. Cornets de Groot. |
|
Intieme optiek, Nijgh & Van Ditmar, 's Gravenhage, Rotterdam, 1973, p. 75-76/105-107.
Dit zijn de wegen die 'k van vroeger weet. Een liefdespaar liep er verrukt te zingen. Dit is de zijweg der herinneringen, En dit het pad waarlangs men weer vergeet. (S. Vestdijk, Sonnet LXXXIV uit Madonna met de valken) Zo is het. Nous naissons tous prophètes; chacun doit cultiver le don de vision: Martines de Pasqually. De weg waarlangs we ons bewegen, splitst zich zo nu en dan. Ligt het aan ons welke tocht we ondernemen? Misschien. We vermoeden mogelijkheden langs deze weg, ze zijn duidelijk zichtbaar soms, soms gedeeltelijk, soms geheel aan ons oog onttrokken. Maar als we die route gaan, kunnen we ze verwezenlijken, misschien. Maar we kunnen ook verkiezen ze niet te verwezenlijken: dan kiezen we de andere weg. Zolang we op de wegsplitsing blijven staan, is het verschil tussen mogelijk- en noodzakelijkheid niet essentieel. Maar kan het niet gebeuren dat een paar dingen niet te ontlopen zijn - welke weg men ook kiest? Men stelle zich A voor - Arie 1 - wandelend in de buurt van Voorschoten. Hij steekt een spoorlijn over die van Den Haag naar Leiden voert. Maar ook de weg die loodrecht de spoorlijn kruist, voert van Den Haag naar Leiden. Het valt niet te ontkennen dat Arie op de wegsplitsing geen enkele 'keus' heeft, want of hij zijn weg vervolgt, dan wel langs de rails zijn tocht voortzet, hij komt in ieder geval in Den Haag of Leiden terecht. Niet zijn weg, wel het voor hem verborgen doel is voorgetekend. Maar men kan ook zeggen dat A geprogrammeerd is hoe dan ook 's-Gravenhage of Leiden te bereiken. Wanneer A dit op het kruispunt aangekomen in een flits van verlichting doorziet, dan is zijn sensatie niet alleen die van de dichter, maar ook die van de profeet. Een fantast plaatst soms waarheden in een licht, dat tot dan toe verduisterd werd door de (fysische) realiteit. * Een kopergravure van Bernard Picart uit 1727 toont ons een filosoof in gesprek met een dame over Fontenelles 'Entretiens sur la pluralité des mondes'. Achter het paar in kunsteloze natuurlijkheid, waaiert een groepje bomen dat de twee in moederlijke intimiteit onder zijn hoede neemt, en dat ze buiten de sfeer van een op het tweede plan gesitueerde natuur houdt, die beheerst wordt door het zonnige, het verlichte, het vaderlijke: het rationalisme van Le Nôtres tuinarchitectuur. Daar, op verre afstand van de toeschouwer, is alles telbaar: fonteinen, gesnoeide bomen, plantenbakken, balusters. Balusters die de intellectuele vreugde om al wat wetmatigheid vertoont, nauwelijks bepalen kunnen. Want pas even vóor de horizon herneemt de natuur - deze, die niet telbaar, niet opgesplitst is: de kunsteloze natuur - haar rechten, en loopt mee om met die horizon, wonderlijk middelpuntzoekend, om aldus terecht te komen op het eerste plan van de voorstelling. Geen verlichting die daar heerst, er is integendeel een schemering, een onverklaarde, en onverklaarbare. Niet een X aantal bomen werpt er schaduw op het paar, maar een onbepaalbare hoeveelheid groen. Geen balusters die de natuur in geometrische vormen oplossen, maar een afgraving die de twee een natuurlijke zitplaats biedt. Daar is de dame, een markiezin: geestig zo te zien, en open. Naast haar wijst de gepruikte en hooggehakte denker naar een projectie van ons planetenstelsel op het zwerk, dat zich straktrekt op de stralen van de zon. Niet naar die projectie kijkt zij. Ze kijkt naar hem. Ook hij kijkt er niet naar; hij kent dat plaatje wel. Hij kijkt over de natuur in Le Nôtres keurslijf heen naar de horizon, en dat betekent dat hij naar zichzelf kijkt, en ook naar haar, naar het groepje kunsteloze bomen, dat die twee in moederlijke intimiteit omsloten houdt buiten de sfeer van etc. - en binnen deze van de open ruimte. Hij is in een lichtzinnige bui, onze wijsgeer, en geen wonder: het is de nacht die hem inspireert, de nacht die de mijmering begunstigt en een zekere ordeloosheid van het denken, waaraan men zich niet zonder genoegen overgeeft. Aan zijn voet ligt het verifieerbare: Le Nôtres ordening van het natuurlijke: hij kent het - evengoed als zijn planeten. Maar hij wordt door de rede niet meer beheerst. De toenmalige kennis van de fysische realiteit had allang duidelijk gemaakt dat het niet langer die zevenvoudige kring van sferen was, die doorbroken, maar dat het de oneindigheid zelf was, die overwonnen moest worden. Dit is natuurlijk geen probleem voor de wetenschap. Maar aangezien dat onze precieuze filosoof geen moer kon schelen, zie ik niet in van welk belang dat nog voor mij zou kunnen zijn. Ik deel zijn optiek, waarvan juist opgemeld onwetenschappelijk probleem de motor is. Wie verbindingen ziet, die de rede streng verbieden zou, kan niet voorkomen dat hij in lachen uitbarst. Ik veroorloof me daarom maar de vrijheid van een kind - ik zie mijn onmacht met vreugde tegemoet.
NOOT
|