Klik hier voor het weblog van
Rutger H. Cornets de Groot.


Bloemlezing - Het persoonlijk systeem - De pedagogische Eros

Een onroman een bitterboek

(Inleiding)



Zonder titel, ± 1956. Olieverf op doek, 50 x 60 cm.

Het toeval waarvan Cornets de Groot in De kunst van het falen ten aanzien van zijn schrijverschap spreekt, bepaalde ook zijn entree in het onderwijs. Met een diploma van de Haagse Academie voor Beeldende Kunsten op zak en weinig uitzicht op financiële ruimte, greep hij in 1955, toen door de geboortegolf een tekort aan onderwijzers ontstond, de gelegenheid voor een eenjarige betaalde spoedopleiding voor dat vak met beide handen aan; het leverde hem een plaats op in een invallerspool, waarop de gemeente Den Haag een beroep kon doen wanneer zieke leerkrachten moesten worden vervangen.
'In '62 begon ik aan de studie Nederlands (M.O.). In '66 sloot ik dat af. Ik nam ontslag - min of meer gedwongen: mijn betrekkingen tot de Provobeweging vielen niet in goede aarde bij de afd. Onderwijs van Den Haag. Het waren luidruchtige jaren van werkloosheid, ik had een gezin dat voltooid was. Ik trok een weinig steun, werkte me gek voor kranten en tijdschriften en schreef met grote haast het ene boek na het andere. Geldzorgen, [], behoefte aan drank om op de been te blijven.' 1
Uit de brief waarin hij zijn ontslag aankondigde:

'Geachte heer W.,
Zaterdagavond j.l. belde de heer V. van het St. Janscollege me op om te vragen of ik mij beschikbaar wilde stellen als tijdelijk leraar Nederlands op zijn school. Ondanks mijn afwerende houding, wist hij me ertoe over te halen de zaak te zijnent te bespreken. Het bleek daar dat een inspecteur [] hem aan mijn naam, adres en telefoonnummer geholpen had. Vandaag ontving ik van de heer V. een brief waarin hij schrijft dat de opengevallen plaats door een leerling van de school voor taal- en letterkunde zal worden ingenomen. Nu is het niet dat ik de heer V. niet geloof, - ik geloof mijn ogen niet. Toen ik nu ruim een jaar geleden (en ik had toen al een klinkende naam als letterkundige) naar een dergelijke functie solliciteerde, werd mij verteld, dat de inspectie alleen prijs stelde op bevoegde leerkrachten. Ik kon toen dus niet aan de slag en dat te minder waar men (en ik weet wie) zich niet had ontzien om op de school waar ik gesolliciteerd had domweg roddelpraatjes over mij rond te strooien, die er nog de ronde doen. Hierna werd mij op grond van zorgvuldig geprovoceerde redenen ook nog het werk op de lagere school ontnomen. Ik ben nu dus wel bevoegd, met een 9 voor literatuur en, wat meer zegt, met een 7 voor didactiek. Maar ik wens Den Haag mijn diensten onder geen enkel voorwendsel aan te bieden. Ik wens dus niet door schooldirecties-in-moellijkheden lastig te worden gevallen, zeker niet in het weekend, zeker niet in de avond, om te worden overgehaald tot besprekingen die toch tot Niets zullen leiden. Ik verzoek u dan ook met de meeste klem uw inspecteurs van deze wensen op de hoogte te brengen en ze te vragen mijn eventueel op hun lijst van bevoegde leerkrachten voorkomende naam te schrappen. Ik besta niet voor Den Haag, ik besta sinds kort alleen nog maar voor mezelf. Na mijn dood mogen onderwijsmensen zich weer met mij bemoeien en er een dikker boterham aan verdienen dan ze me nu gunnen, naar zich laat aanzien.' 2

Tijdens zijn twee jaar durende werkloosheid - in literair opzicht zijn meest productieve periode - zon Cornets de Groot voortdurend op middelen om zijn frustraties over het onderwijs literair bot te vieren. Van de vele plannen werden er twee gerealiseerd: zijn bloemlezing uit Luceberts poëzie, Poëzie is kinderspel, waarin leerlingen en leraren op opzichtige wijze uit elkaar worden gespeeld, en het artikel Een onroman een bitterboek. In een brief aan zijn uitgever Bert Bakker kondigde hij dit laatste werk als volgt aan:
'Beste Bert,
Onlangs schreef ik een stukje proza, dat het eerste hoofdstuk voorstelt van een onroman. Ik weet eigenlijk niet wat ik er mee moet: m'n vrouw vindt het bluf en is de mening toegedaan dat de stijl in orde is, anderen vinden de stijl weer slecht - daarentegen de inhoud sterk. En er zijn natuurlijk lui die me gewoon een beroerd onderwijsman vinden en dat aan de hand van feiten aan kunnen tonen.
Hoor ik es wat je er van vindt?' 3
Uit het vervolg van de correspondentie met Bert Bakker blijkt dat Een onroman een bitterboek een feuilletonverhaal moest worden waarin de actualiteit zou worden verwerkt, 'op de manier van JB Charles met zijn Volg het spoor terug in Podium destijds' 4 . Een tweede aflevering moet daadwerkelijk zijn geschreven maar is niet teruggevonden.

In 1968 solliciteerde Cornets de Groot naar de functie van leraar Nederlands bij het Lodewijk Makeblijde College in Rijswijk.
'"Hoe stelt u zich het onderwijs voor?" werd me bij mijn sollicitatie gevraagd. [] "Ik wil dat mijn pupillen over zichzelf, over de wereld en over mij iets leren, en met iets bedoel ik zoveel mogelijk." "Dat wordt dan een dolle boel," zei de directeur. "Ja," zei ik. En ik mocht komen.' 5
Aan deze school bleef hij tot aan het einde van zijn loopbaan in 1985 verbonden.


NOTEN
  1. In een brief aan J. Verstappen, 5 februari 1986.  
  2. Brief gedateerd 10 november 1967.  
  3. Brief gedateerd 7 november 1966.  
  4. Geciteerd uit een brief van 6 juni 1967.  
  5. Tropische jaren, p. 133.