Klik hier voor het weblog van
Rutger H. Cornets de Groot.


Bloemlezing - Striptease - Striptease

Striptease

(Inleiding)




Acht hoofdstukken uit het 'anti-essay' Striptease (1980). Tussen de her en der in dit boek opgenomen essays 1 wordt het verhaal verteld van de dood van de ouders van de verteller, zijn bestaan als leraar en essayist en ten slotte zijn liefde voor het meisje Narda, voor wie zijn tweede vrouw model stond en in wie een uitbeelding kan worden gezien van de van Lucebert geleende Lilith-figuur. 2
'Ergens, en op zekere tijd, duikt er een Lilith op: een vrouw die Gods vrouw is, en niet alleen de zijne, maar vooral ook deze, die Adam zich veroverde, ver vóor de schepping van Eva. Levenslang verlangt Adam naar Eva, maar langer dan een leven, bij wijze van spreken, verlangt hij naar Lilith'. 3
Hoewel Cornets de Groot zelf later - ten tijde van zijn roman Tropische jaren - in Narda 'de ideale geliefde [...], de eenheid van Lilith en Eva' 4 zag, lijkt zij in Striptease nog geheel aan Lilith te zijn gebonden. 5 In zijn dagboeken diepte hij de verschillen tussen de beide prototypes verder uit:
'Eva is het moedertype, de moeder naar wie wij verlangen, levenslang, - omdat zij verzorging betekent en liefde en troost, een bron van genade en verrukking. Maar wij verlangen ook naar een andere vrouw, een vrouwelijk symbool, níet moederlijk, níet zorgend, maar eisend, sportief, jeugdig, aanzettend tot avontuur en strijd. Hard, in staat je te breken - open te maken betekent dat. Haar prototype is Lilith. Lilith is mooi, altijd. Eva heeft andere kwaliteiten, al kan ook zij heel goed zeer mooi zijn. Maar dan ís zij ook mooi. Lilith is vooral mooi in het oog van wie haar begeert. [...] Lilith inspireert. Ze is cultuurscheppend, ze wordt aanbeden, vereerd. Ze is niet een natuurprodukt, maar zijn spiegel, opgetut naar zijn smaak: als een geisha, een princesse lointaine. Haar houding is masculien, sadistisch. Liliths zijn schoonheden, die de man vermoorden. Liefde voor Lilith heeft iets in zich van zelfdestructie, is in hoge mate irrationeel'. 6
In de titel Striptease drukte Cornets de Groot opnieuw zijn visie uit op de relatie tussen lezer en tekst, zoals hij die eerder met het alchemistisch dubbelproces had vergeleken: een wederzijdse beïnvloeding, die ook hier 'langs verschillende trappen van ontwikkeling tot de overwinning op de verstoktheid van het ik' 7 lijkt te voeren:
'[Liliths] kunst roept de man op, en zij speelt mede zijn rol: zij ontbloot zich daar, waar hij haar met de ogen ontkleedt. Striptease is de stylering van een alledaagse gebeurtenis; het is die stylering, die beantwoordt aan het verlangen binnen te dringen in een wereld die niet van deze wereld is. 8 Wij hebben het hier over een kunst die een paar grenzen bruskeert: de "redelijke", de "natuurlijke", de "alledaagse". Haar narcisme, haar auto-erotiek, en zelfs haar preutse gebaar, dat zijn de fascinerende middelen in dit spel voor de esthetisch gevoelige man, in wie zich tijdgelijk met de striptease een proces voltrekt dat er parallel mee loopt. De eindfase levert met het naakte meisje het naakte ik van de voyeur op'. 9
Hierbij kan worden opgemerkt dat ook in Luceberts werk de Lilith-figuur veelal het gedicht zelf personifieert.
In Cornets de Groots kaartenarchief komen de volgende aantekeningen over het fenomeen striptease voor:

''t Essentiele is hier de voortdurende verandering. Of je gekleed bent en dit blijft, is eender als wanneer je naakt bent en dit blijft. In beide gevallen is men, of kan men zichzelf zijn.
Naaktheid is niet het karakteristieke punt in striptease - wat er aan vooraf gaat wel.'

'Voyeur + exhibitioniste = 1
Doel: een illusie scheppen en onderhouden, een volkomen esthetisch spel.
Symbolisch gesproken is de stripteaseuse niet alleen. Ze vervult ook de rol van een man.
Haar kunst roept hem op: zijn ogen ontkleden haar. Haar naaktheid is niet haar doel. Naakt is ze zichzelf.
Zich ontkledend is ze een exhibitioniste. De preutse gebaren benadrukken 't pikante van de handeling.'

'Striptease grijpt het ik aan in wat hij met anderen gemeen heeft en in wat hij aan unieks heeft.
Striptease is een projectiemethode.
In het ik voltrekt zich een proces dat tijdgelijk en parallel verloopt met de striptease.'

'Bij striptease wordt niet uitsluitend op de sexualiteit van de man gespeculeerd. Het narcisme en 't exhibitionisme maken haar tot object van zijn verlangen en maken van de striptease een erotische daad bij uitstek.
Zwarte kleding geeft de relatie aan tussen dood en erotiek.'

'De stylering van een reeks dagelijkse bewegingen: zich uitkleden; herschepping van gecompliceerde beweging met als doel: zich ontkleden.
Striptease beantwoordt aan 't verlangen een wereld binnen te gaan die niet bestaat, dan in de fantasie.'

'De bewegingen van de stripteaseuse zijn te voorzien. Toch boeit het. En meer dan die van een naakte vrouw.
De fantasie krijgt vat op de betrokkenen. De realiteit verliest aan betekenis.'

'Striptease is wezenlijk een s.m. manifestatie.
Centraal staat de (zelf-)vernedering, de reductie tot onmacht, tot een object.
Er zit een element van zelfvernietiging in.'

Narda op het omslag van Cornets de Groots onder pseudoniem gepubliceerde eerste roman.
Anders dan in De kunst van het falen vervult het verhaal in Striptease niet de functie van raamvertelling. Essay en verhaal, leven en lezen, wisselen elkaar in korte hoofdstukjes af, maar ontmoeten elkaar ook op een hoger gelegen plan. Daardoor hoefde aan compositorische principes niet dezelfde aandacht te worden besteed als in zijn eerste roman Liefde, wat heet! 10 (1983), die geheel aan Narda is gewijd, maar die, zoals Cornets de Groot zelf toegaf, 'formele gebreken' vertoont. Cornets de Groots onervarenheid met de verhalende vorm heeft vooral op de 'ik-figuur' in zijn verhalend proza een wat ongunstig effect gehad. Dit 'ik', dat zich in zijn essay juist zo comfortabel voelde, maakt in een door de wetten van oorzaak en gevolg beheerste wereld niet zelden een gedecontekstualiseerde en daardoor onverwachte indruk. In Striptease is hiervan nog geen sprake, doordat het 'ik' hier nog het essayistische domein toebehoort; eerst vanaf Liefde wat heet! treedt de literaire verzelfstandiging van het subject in.
In dit licht kan tenslotte ook de, vooral uit autobiografisch werk bekende verzekering voorin het boek worden gezien, volgens welke 'het op zuiver toeval [berust] als personen en toestanden gelijkenis vertonen met eventuele "doubles" in de werkelijkheid: die doubles ken ik niet. Ik ben zelfs de "ikzegger" niet in dit verhaal'. 11
Het neemt niet weg dat de autobiografische teksten uit Striptease de meest persoonlijke zijn die hij aan de openbaarheid prijsgaf; ze vormen een indringend hoogtepunt binnen zijn oeuvre.


NOTEN
  1. Een aantal van deze essays maakt op een hoger plan overigens wel degelijk deel uit van het 'verhaal' in Striptease, zoals eerder ook het geval was met de essays in Intieme optiek. Essays die buiten dit kader vielen, werden om die reden opgenomen in een aparte 'Bijlage', die ongeveer een derde van het boek beslaat. 
  2. Lucebert op zijn beurt ontleende haar aan de Zohar (the Book of Splendor), New York, 1949; een Joods mystiek werk, door hem genoemd in het proefondervindelijk gedicht
  3. Striptease, voorwoord, p. 5. 
  4. Dagboekaantekening van 28 april 1986. 
  5. In omgekeerde richting is deze ontwikkeling overigens terug te vinden bij Roosje Waas, een vrouwenfiguur uit Luceberts Voorwoord voor Val voor vliegengod, over wie Lucebert in een brief aan Cornets de Groot schreef: '[Zij] is eva (moeder der mensen) en lilith (vrouw van "het hogere", van god) tegelijk, of mogelijk eva op weg lilith te worden'. De passage wordt geciteerd in Cornets de Groots voorwoord bij Lucebert en Bert Schierbeek, Chambre-antichambre, Den Haag, 1978, p. 8.  
  6. Dagboekaantekening van 28 april 1986. 
  7. Voor de gelegenheid geciteerd uit De chaos en de volheid, p. 187. 
  8. Een formulering die Cornets de Groot eerder gebruikte voor zijn beschrijving van het fantastikon. 
  9. Striptease, voorwoord, p. 5. 
  10. Geschreven onder het pseudoniem Simon Lucard, waarin nog het een en ander van Vestdijk, Lucebert en Narda kan worden teruggevonden. 
  11. Striptease, voorwoord, p. 6.