|
Klik hier voor het weblog van
Rutger H. Cornets de Groot. |
Toch is De kunst van het falen geen poging om een en ander nog eens netjes op een rij te zetten. Cornets de Groots denken richtte zich veeleer op de 'kern' van het object van zijn aandacht, en een conceptie als de kosmische metafoor, dit onmiddellijke verband tussen schrijver en heelal - 'Vestdijk "is" astrologie; Marsman "is" heliocentrisme', 2 etc. - kon ook onmogelijk aan een causaal, lineair denkend brein zijn ontsproten. Het was deze concentratie, deze 'middelpuntzoekende kracht', die het labyrint deed ontstaan, 'waarvan het de kennelijke bedoeling is, dat men er pas uitkomt, naarmate men er zich steeds verder inwerkt'. 3 De kunst van het falen bewees dit opnieuw: het is een geschiedenis, in zoverre het autobiografisch is; denkt men dit verhalend element weg, dan laat het zien dat zijn werk inderdaad een 'labyrint', of 'open ruimte' is, die men van alle mogelijke kanten kan betreden: vanuit de kosmische metafoor, vanuit Bikini, de alchemie, het fantastikon en het plagiaat, vanuit al de schrijvers en dichters die hij er een plaats in gaf. 'Ik denk dat het open kunstwerk alleen dan kan ontstaan, wanneer ook de mensen "open" zijn, wanneer je ze in en uit kunt. Open mensen zijn doordringbare mensen, en de mensen werden doordringbaar. Röntgen, het kubisme, de democratie, film, fotografie, de dieptepsychologie, het interview breken je open. Zo is wat ik doe, ook "open" (de titels wijzen erop: De open ruimte, Ladders in de leegte, Striptease, De zevensprong)'. 4 Waartegenover: 'Mijn geliefde schrijvers zijn Lucebert, Achterberg, Mulisch en Hermans. Vestdijk natuurlijk en boven alles Van het Reve. Maar over hem heb ik nog nooit een letter geschreven. De volmaaktheid van zijn schrijverschap sluit dat uit. Zijn werk is aan alle kanten dicht'. 5
|