Klik hier voor het weblog van
Rutger H. Cornets de Groot.


Bloemlezing - Een queeste - Mulisch

Het zonnestelsel van Mulisch

(Inleiding)



Mulisch in 1959, gefotografeerd ten behoeve van het omslag van 'Het stenen bruidsbed'.
Foto: Eddy Posthuma de Boer.
Uitgangspunt van dit essay is Mulisch' conceptie van de 'tegenaarde', - i.e. datgene 'wat de aarde wordt, wanneer een andere planeet op haar neerdaalt en zichzelf wordt - wanneer een kunstenaar zich ergens op haar oppervlakte binnenstebuiten keert.' 1 Uit dit essay blijkt dat de merkwaardige relatie tussen werkelijkheid en verhaal, zo bepalend voor Mulisch' werk, door hetzelfde principe wordt beheerst: 'De mythe wordt gewelddadig de realiteit ingeslagen - de realiteit (het concrete dat meedeelbaar is in voorstellingloze termen) opgelost in de ruimte van de mythologie'. Hier gaat het vooral om die 'mythische' component, en we missen dan ook de concrete, meedeelbare namen van Hermes Mercurius, Vingerling, Nietzsche of Rilke. In plaats daarvan worden achtereenvolgens vier aspecten van de 'elementaire beweging' (eveneens uit Voer voor psychologen) onderscheiden, aan de hand waarvan Mulisch' zonnestelsel in kaart wordt gebracht.
Verder is in dit essay een belangrijke rol weggelegd voor Hein Donner. Over zijn kennismaking met en verhouding tot Donner schreef Cornets in De kunst van het falen onder meer:
'Tweeëenzestig of drieënzestig [], in de winter. [] Allesoverheersend [] is mijn herinnering aan de confrontatie. Bij zijn postuur vergeleken ben ik een timide, weerloze schim, overbluft door zijn redenaarsgaven en door zijn gebarentaal in een hoek gedrukt. Met de beste bedoelingen uiteraard, propagandistische voor Mulisch - en zonder dat hij daarbij de verdiensten van andere schrijvers verkleinde. Een solide type. Een Schneiderhahn - al vond hij in mij geen Corinth tegenover zich. 2 [] Ik zag hem later nog wel es, bij letterkundige gebeurtenissen. [] In het exemplaar [van Donners tweede Mulisch-boek Jacht op de inktvis] dat ik ten geschenke kreeg, schreef hij: "Het oog is zelf het raadsel". Dat is weer een van die formules waar ik zo jaloers op ben, dat ik het zelf zo had willen zeggen.' 3


NOTEN
  1. Harry Mulisch, Voer voor psychologen, Amsterdam, 1961, p. 51.  
  2. Personages uit Mulisch' roman Het stenen bruidsbed.  
  3. De kunst van het falen, p. 69.