|
Klik hier voor het weblog van
Rutger H. Cornets de Groot. |
In 1965 leverde het artikel Cornets de Groot een regeringsopdracht op tot het schrijven van zijn eerste boek De chaos en de volheid (1966), waarin het astrologisch aspect in Vestdijks werk centraal staat. Hoewel de kosmische metafoor als term in dit boek schittert door afwezigheid, blijkt de hoofdvraag van het boek - waarom de wereld van Vestdijk is zoals ze is - ook hier tenslotte niet anders dan langs deze beproefde weg te kunnen worden beantwoord: 'Sinds geruime tijd interesseer ik mij voor de vraag hoe een modern mens voort kan gaan het heelal met engelen en duivels te vullen, ofschoon hij weet, dat het heelal leeg is: een grote machine sinds Newton, of een grote gedachte (a great thought) volgens Sir James Jeans, en alleen in die zin een volheid. Moet men niet veeleer geloven, dat Gods werking zich beperkt tot het menselijk hart? Vestdijk zou het laatste kunnen geloven, en met het eerste door kunnen gaan. Zijn heelal is de ruimte, waarin zijn zonneheld de wereld leert kennen, bestrijden, herscheppen en beheersen: een worsteling die langs verschillende trappen van ontwikkeling tot de overwinning op de verstoktheid van het ik voert. Het kritieke punt in heel deze strijd is, naar men zou menen, de overwinning van het kwaad; en men weet dat dit keerpunt te vinden is onder Steenbok in de zodiakale en onder Saturnus in de planetaire ruimte. Maar het is niet het kwaad, dat voor de zonneheld de grootste moeilijkheid vormt []. Nee, het grootste struikelblok wordt gevormd door het feit dat het kwaad niet los te maken is van de op aarde neergedaalde mens. [] Wie aan de haal gaat voor het kwaad, dat altijd het eigen kwaad is, zal nooit iets overwinnen. Alleen het onopgevoede geweten, dat men instinct heeft genoemd, kan ons voor het kwaad doen terugschrikken. Het ware geweten daarentegen overtuigt ons ervan dat wij het kwaad pas als onze schim kunnen aanvaarden, wanneer onze vrees voor die schim verdwenen is. Vreesloos zag Jezus in Judas zijn schim: Hij wist het: zij waren in wezen éen. 2 [] Men moet zijn vrees voor zijn schim overwinnen, men moet door het kwaad heen gaan, wil het ik tot het zelf muteren: dat lijkt me de uit Vestdijks werk te trekken conclusie'. 3 De meeste recensenten, onkundig van het feit dat Cornets de Groot zich vóor het schrijven van De chaos nimmer in de astrologie had verdiept - 'Ik wist niets van astrologie; mijn belangstelling ervoor was tot voor kort nul komma nul' 4 - verwelkomden hem na verschijning van het boek als 'Vestdijk-specialist', respectievelijk 'kenner van de astrologie', - en nog altijd lijkt zijn naam vooral aan zijn onderzoekingen op dit terrein te zijn verbonden. Vestdijk zelf publiceerde in Maatstaf 5 een vrij uitvoerige 'antikritiek' op het boek, die hij als volgt inleidde: 'Ondanks enkele op- en aanmerkingen, die ik niet verzwijgen wil, heeft [Cornets de Groot] zich [] van zijn taak gekweten op een wijze die alle lof verdient, en die kennis van zaken paart aan een vlucht der speculatieve verbeelding, die mij weliswaar nu en dan noopte mij de ogen uit te wrijven, maar zelden of nooit omdat het gestelde mij totaal onverdedigbaar leek'. 6 Maar de reacties waren niet allemaal even welwillend. Vooral in literatuurwetenschappelijke kring bezorgde Cornets de Groots voortdurende aandacht voor vermeend 'buitenliteraire' - lees: irrelevante, oncontroleerbare - motieven als de astrologie hem gaandeweg ook een minder gunstige reputatie: die van obscuur sterrenwichelaar. In een poging zich van deze en al dergelijke vooroordelen te verlossen schreef Cornets de Groot in 1978 voor de Vestdijkkroniek tenslotte een exclusief artikel, Astrologie - een extra-literair gegeven?, waaruit het volgende: 'Mij wordt [] veel te vaak voorgehouden, dat ik extra-literaire elementen benut als astrologie (bij Vestdijk), alchemie (bij Mulisch), gnosticisme (bij Lucebert); al te lang word ik door zulke waarnemingen, meningen, oordelen, bezwaren, verwijten en beledigingen vervolgd. [] Dat zekere buitenliteraire gegevens bij zekere teksten een zeker hulpmiddel zijn, staat wel vast. Mijn vraag is dan ook, of zulke gegevens wel zo "buitenliterair" zijn als de critici mij willen doen geloven. [] Vestdijk gaf zich op het stuk van de astrologie pas bloot na de oorlog: in Mnemosyne in de bergen en in Merlijn. Nu is het ene een episch gedicht en het andere een operatekst; in geen van beide geldt de vertelconventie "op de manier van de werkelijkheid", die in romans op zo natuurlijke wijze overeind blijft - of kan blijven. Maar dat betekent, dat in de romans de astrologische psychologie ook verborgen kan wórden (al hoeft ze niet verborgen te blijven)! [] Is het onnozel om te veronderstellen dat bij Vestdijk de astrologie van belang is voor de vertelconventie in zijn werk? Is de inschakeling van de astrologie bij werk van Vestdijk wel zo extra-literair? Wordt de vertelconventie niet grotendeels (Merlijn), in hoofdzaak (Mnemosyne), ten dele (De kelner), of op verstolen wijze (De koperen tuin) door de astrologie beïnvloed? Met andere woorden: is het argument "er wordt in zekere roman van Vestdijk niet gezinspeeld op de astrologie, en daarom laat ik eventuele (niet controleerbare!) astrologische Spielereien van de auteur buiten beschouwing" 7 niet de rationalisering van een vooroordeel? Ik ben natuurlijk geneigd te denken van wel, alleen al vanwege het Duits en de gevoelswaarde ervan - maar ben van harte bereid die gedachte te laten varen voor een, door kracht van overtuiging, betere'. 8 In september 1992, anderhalf jaar na Cornets de Groots dood, verscheen tenslotte een geheel aan de astrologie gewijd nummer van de Vestdijkkroniek, met daarin een postume herdruk van Cornets de Groots essay Vestdijk als libra. In meer algemene zin kan opgemerkt worden dat Cornets de Groots onderzoek naar de astrologie in Vestdijks werk ook van groot belang is geweest voor de ontwikkeling van zijn eigen ideëen, in het bijzonder met betrekking tot de functie van de 'mythe' in het werk van daarvoor gevoelige schrijvers als Vestdijk en Mulisch, maar ook Lucebert, Achterberg en Jan Elburg. Deze studie naar Vestdijks astrologische variant van de kosmische metafoor, die zelf als een formule voor het inschakelen van de mythe kan worden gezien, staat daardoor niet alleen chronologisch maar ook thematisch aan het begin van Cornets de Groots oeuvre.
|