Klik hier voor het weblog van
Rutger H. Cornets de Groot.


Bloemlezing - Een queeste - Lucebert

Het milieu van de meesterkraker

(Inleiding)



Omslag 'Met de gnostische lamp' (1978).
In 1978, dertig jaar na Luceberts debuut en vijftien jaar na zijn eerste essay over deze dichter, publiceerde Cornets de Groot een monografie onder de titel Met de gnostische lamp, een titel die behalve naar meesterkraker Aage M. en diens thermische lans ook naar het 'lezen met de loep' van de close reading verwijst. In dit boek, een 'krimi-essay', met Lucebert als 'hoofdverdachte' en compleet met 'handlangers', 'slachtoffers' en meer, wees Cornets de Groot op een aantal overeenkomsten tussen Luceberts beeldvorming en die van het gnosticisme, een Middeleeuwse religieuze stroming, 1 waarvan de radicaal dualistische grondgedachte in volstrekt contrast stond met Luceberts eigen visie.
Deze hypothese, die in 1994 in een omvangrijke studie van Anja de Feijter uitgebreid werd naar de 'intertekst' van de Joodse kabbala en de poëzie van Hölderlin, 2 was in wezen de concretisering van een ouder, meer algemeen inzicht: het feit dat Lucebert tegenstellingen als die tussen de wereld en God - respectievelijk mens en kosmos, lichaam en geest etc. - in zijn poëzie voortdurend ophief en verzoende: een 'anti-dualistisch program', waartoe hij, m.b.v. geraffineerde camouflage- en mimicrytechnieken, het gnosticisme zou hebben 'onthoofd':
'Het ingewikkelde bij Lucebert is, dat hij een systeem, dat hij principieel verwerpt, tóch nodig heeft, - meer dan Nijhoff het Christendom, Hooft de Oudheid, of Vestdijk de astrologie. Waar Nijhoff en Hooft Christendom en Oudheid nodig hadden voor hun symboliek en Vestdijk de astrologie voor zijn symboliek, karaktertekening en structuur van het werk, daar is Lucebert voor zijn op de kop gezette gnosticisme aangewezen voor symboliek en structuur van zijn poëzie en voor zijn ideologische strijd voor een andere maatschappij, met in die maatschappij een andere plaats voor de kunstenaar dan die van zonderling of koekebakker'. 3

'Het milieu van de meesterkraker', het laatste hoofdstuk van Met de gnostische lamp, kan gezien worden als de uitkomst van dertig jaar onderzoek naar Lucebert, wiens signalement in de Vijftigersbundel Atonaal (1951) nog 'onbekend' heette te zijn. Na lezing van het manuscript schreef de dichter aan Cornets de Groot:
'Je essay is nu een voorbeeldige misdaadroman geworden met twee schurken 4 die ieder voor hun eigen profijt een brein-systeem om zeep trachten te brengen. Zijn ze daar echt in geslaagd? De vraag blijft open, want het lijk is onvindbaar of beweegt zich nog steeds onder ons als een Zombie die wellicht gelijk is aan onze schaduwen'. 5

In 1999 verscheen bij uitgeverij Vantilt Lucebert, mysticus, een al even omvangrijk proefschrift van Jan Oegema. Hoewel de auteur hier en daar afstand neemt van Cornets de Groots beweringen aangaande Luceberts antidualistische en antiplatonische programma, komt Cornets de Groot erin naar voren als de figuur die niet alleen belangrijk pionierswerk heeft verricht, maar die het denken over Lucebert tot op de huidige dag beheerst. Dit laatste werd in datzelfde jaar 1999 nog eens bevestigd door de postume opneming van een ongepubliceerd artikel in een verzameling Lucebert-essays onder de titel Licht is de wind der duisternis (Historische Uitgeverij), en de gunstige waardering die vooral dat essay in de kritieken mocht ontvangen. 6


NOTEN
  1. Weliswaar met wortels in het Hellenisme. Cornets de Groot putte voor zijn studie vooral uit Hans Jonas, Het gnosticisme, Utrecht, Antwerpen, 1969. 
  2. Anja de Feijter, 'Apocrief / de analfabetische naam' - het historisch debuut van Lucebert, Amsterdam, 1994.  
  3. Met de gnostische lamp, p. 25. 
  4. Namelijk Lucebert zelf en Bert Schierbeek.  
  5. Geciteerd uit de flaptekst van het boek.  
  6. Het betreft het essay Ontwerp voor een quizz.