Start » Liber amicorum: Ik predik de nadorst » Voor Rudi

Voor Rudi

Piet Smits

 

Bron: Ik predik de nadorst, Lodewijk Makeblijde College, Rijswijk, januari 1986.

[p. 4]

“De uiteindelijke proef op de som is altijd je eigen gevoel dat het goed is.”
– Robert Pirsig

Wanneer precies weet ik niet, maar het was lente in de tweede helft van de zestiger jaren toen Van Dun mij iets heel ongebruikelijks vroeg: “Morgen komt er een sollicitant voor Nederlands; wilt u bij dat gesprek aanwezig zijn?” Dat rook naar inspraak. Een nieuw geluid!

Er zit iets in de lucht dat naar verandering ruikt. In de grote-mensen-wereld, maar ook in de onderwijsprovincie, zelfs in het eigen dorpsschooltje. “Meneer, mag het raam open?”
“Graag jongen!”

Wasem trekt weg van de ruit. Ik zie een vreemd man onze school binnenschuiven. Dat zal die sollicitant wel zijn, meneer Cornets de Groot. Een vreemde naam! Ik kijk op mijn horloge en ga verder met voorlezen: “Op het podium was een tafel en een stoel. De tafel was haarfijn geplaatst aan de rand. De Bree verzette haar tot veilige stand, voelde tersluiks aan de stoel, ging zitten naast de tafel, greep daarvan achteloos een blad papier met namen. Whimpysinger – De Moraatz – Neutebeum – Nittikson.. Wat een namen, dacht hij. …..”

Even later zit ik in een klein leunstoeltje naast het bureau van meneer Van Dun; daarvóór zit meneer Rudi Cornets de Groot. Hij ziet er heel anders uit dan normale sollicitanten: een suède jasje, zichtbaar ingedragen, een rood sjaaltje om z’n hals, een overhemd met bloemetjes,… Hij heeft helemaal niets van C & A. En hij woont ook nog zo ongewoon: niet in Steenvoorde of Zoetermeer, maar op de Denneweg boven een slijterij.
“Bent u wel bevoegd?”
“Tweede graads en Kweekschool.”
Als die man maar genoeg van het vak weet. Die heeft natuurlijk alleen maar geleerd hoe je met kinderen moet omgaan….
Hij wil graag het een en ander verduidelijken.

“Vroeger dacht ik: Kom, het is maar papier, wat inkt, ik schrijf het maar op, want als het vergankelijke het eeuwig leven niet had, begon ik er niet eens aan…. Ik heb nu eenmaal niet eerst een idee…. In tegenstel-

[p. 5]

ling tot Albert Verwey komt bij mij het idee pas met het schrift…. De ideeën vormen zich niet eerder….. De ontsnapping uit het ik veronderstelt niet noodzakelijk eerst een subject…. ik ga gewoon op weg, en vind…. ik leef van de schijn, een kort moment, in dienst van geen boek, geen schrijver, geen wetenschap, geen kunst, geen literatuur, geen ideologie, geen engagement, en zelfs geen geloof….” 1

Van Dun onderbreekt hem: “U bent dus ook niet katholiek?”
Hij hoort het niet en praat verder, verder, verder. Als Rudi weggaat laat hij een paar boekjes achter.
Een vreemde vogel! Kan dat nou eigenlijk allemaal wel? (Mulisch zou hier Van Dun een raam laten openen, op een kiertje). “Ja, zoiets moet kunnen.” “Maar je moet er geen lerarenkamer vol van hebben.”

Ik pak de boekjes, loop naar havo 5, de klas zit stil in afwachting, maar er komt een onmetelijke vredige luchtvloot over. 2
Ik doe een boekje open en lees voor:

kameraden, in onze conjecturele taal geschreven,
zijn onze verzen vaak te zwaar met ervaring geladen.
waren wij van europa de chinezen,
was holland een roze perzikentuin,
onze poëzie zou dan eenvoudig zijn,
zou zijn een kopje thee met rozenbladen.
……………………………………………………….. 3

Gelukkig maar, dat zoiets kan.

Piet Smits 4
 

“Ik aanvaard gemakkelijk autoriteit. Ik aanvaard zelden druk. Dan komt er iets vrouwelijks over me, iets ‘blijf van m’n lijf’-achtigs. Dan zoek ik een eigen weg, die via veel buikpijn naar de vrijheid voert”

“Ik wil graag een voorbeeld zijn, en ik zet cijfers, proefwerken en al dat gedoe er maar voor op de helling tot de tijd anders van mij eist. Dan gaan we twee weken stampen, en richt zich alles weer op schoonheid, waarheid en goedheid, amen”





NOTEN
  1. Alle citaten zijn afkomstig uit het voorwoord tot de bundel Contraterrein. ↩
  2. Uit het gedicht ‘heks heks’ van Jan Elburg, waarover Cornets de Groot schrijft in Prinses onder de heksen (Labirinteek). ↩
  3. Eerste strofe van ‘verdediging van de 50-ers’ van Lucebert. Over dit gedicht heeft Cornets de Groot niet geschreven. ↩
  4. Leraar Nederlands. Zie voor een verslag van Cornets de Groots sollicitatie deze krabbel uit de elfde jaargang. ↩

»

Reageren

U kunt deze HTML-tags gebruiken.

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>