Start » Het Parool (’66-’72) » Een muis ondergraaft mensenlevens

Een muis ondergraaft mensenlevens

 

Bron: Het Parool, 4 maart 1972.
Over: Anton Koolhaas, De nagel achter het behang, Van Oorschot, Amsterdam, 1971.

De nagel achter het behang blijkt – iets voor schrijver Anton Koolhaas – een roman niet over dieren maar over mensen

De nagel achter het behang van Anton Koolhaas is een roman over mensen. En dat is iets nieuws voor deze schrijver. Het leven van zijn romanpersoneel wordt ondergraven, eerder dan beheerst door De Muis – symbool van leven in duisternis, en dus van de dood in een of andere vorm.

Het boek is jammer genoeg hier en daar uit zijn krachten gegroeid. De humor ervan levert heel wat trouvailles op, die met te weinig terughoudendheid worden behandeld. Die onevenwichtigheid zet zich ook in de compositie voort; het boek valt in twee delen uiteen, die wel vernuftig, maar niet organisch met elkaar verbonden zijn.

Symbool
In dit boek (uitgave Van Oorschot f9,90) gaat het om de vriendelijke dorpsdokter, Pulder, die op een dag door zijn oude studiegenoot, landelijk beroemde chirurg Van Inge Liedaerd wordt opgezocht, of liever: overrompeld. Want niet alleen laat hij voor dit bezoek een afspraak met zijn vrouw en zoon lopen, hij laat zich ook wijsmaken, dat hij als student zo’n briljante figuur was. Het is de drank die hem het verhaal van de chirurg doet geloven. Natuurlijk – want Van Inge Liedaerd teert op zijn roem: niemand heeft Pulder verteld, dat deze vrolijke drinker als neuro-chirurg op straat was gezet, omdat hij als morfinist niet te handhaven was. De vriend blijft die nacht logeren, en dan is het een muis die de artsen wakker houdt en die bij de een agressie, bij de ander gevoelens van voldoening oproept.

Grootheid?
In de nacht vertrekt Van Inge Liedaerd, met de hele morfinevoorraad van Pulder. Toch is hij niet zo maar een ordinaire oplichter: integendeel, hij imponeert, ook al ontneemt men hem zijn aureool. Vóór hij sterft, en dat gebeurt vrij snel na de confrontatie, vernedert hij de bestolene nog eens, waar diens vrouw en zoon getuige van zijn.
En dan is de lezer aan de beurt: hoe ziet die de dorpsdokter? Misschien als een slappeling; misschien ook als iemand die in zijn handelingen nog een zekere grootheid toont. Wraakgevoelens koestert hij niet; hij is integendeel aanwezig op de begrafenis van de vriend, die hem uit de dood van het dorpsleven heeft gewekt; hij zoekt het liefje van de vriend op, diens dochter, – kortom, geen gelegenheid laat hij voorbijgaan, die ieder ander met plezier had laten passeren. Zijn streven het nieuwe in zijn leven te behouden, wilt hij uitgedrukt zien in een verbintenis tussen zijn zoon en de dochter van zijn vriend.
Dat is dan het tweede deel, het tweede verhaal, en daar vinden we de kunstmatige schakel met het voorafgaande deel, – op nieuw de muis, niet diezelfde muis van eerst, niet een heel bepaalde muis, maar De Muis als symbool, die nu bij het meisje vertedering veroorzaakt en panische angst bij de zoon. Het is een verhouding die bij de vaders precies andersom ligt. Maar dat is, geloof ik, en anders doorzie ik het niet, een toevalligheid. Moest hier opzet achter zitten dan had de schakel tussen beide verhalen beter doordacht uitgewerkt kunnen zijn. De muis vervulde dan geen mechanische, maar een organische functie.
 

Een wereld die de gewone wereld naar het leven staat »

Reageren

U kunt deze HTML-tags gebruiken.

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>