Start » 6e jaargang (‘74-‘75) » Proefwerk Havo derde klas

Proefwerk Havo derde klas

Bron: Informatief Bulletin (‘Gele vellen’), Lodewijk Makeblijde College, Rijswijk (Z-H), 6e jrg., nr. 17, 24 juni 1975. 1

LEES onderstaand gedicht zorgvuldig door en beantwoord de daaronder volgende vragen en opdrachten:

De zeven plichten van een vrouw (J.H. Speenhoff)

De eerste plicht van elke vrouw
Is nooit geleerd te doen,
Dat komt bij liefde niet te pas,
Een zoen is maar een zoen;
Wat geeft het of ze met een boek
Haar lieve hersens krenkt.
Een vrouw die denkt bij wat ze zegt,
Zegt nimmer wat ze denkt.

De tweede plicht van elke vrouw
Is houden van haar man,
Te zorgen dat ze met een zoen
Hem steeds verleiden kan;
Want als ze daar geen slag van had
En altijd kuis wou zijn,
Dan waren wij er allen niet
En dat zou jammer zijn.

De derde plicht van elke vrouw
Is goed gekleed te zijn,
Al heeft ze helemaal geen geld
Voor rokken van satijn,
Al draagt ze bloesjes van katoen,
Ze moeten aardig staan,
Een vrouw kan toch lieftallig zijn
Al heeft ze weinig aan.

De vierde plicht van elke vrouw
Is steeds gehoorzaam,
En altijd onderdanig doen,
Al is het maar in schijn,
Wanneer ze geestig vleien kan
Dan volgt haar man gedwee,
Een vrouw regeert de wereld toch,
We weten wel waarmee.

De vijfde plicht van elke vrouw
Is manlief toe te staan,
Om zonder haar van tijd tot tijd
Alleen eens uit te gaan;
‘n Vrouw die zegt: ‘Man ik mot mee
Of anders blijf je hier’,
Is niet jaloers op zijn persoon
Maar wel op zijn plezier.

De zesde plicht van elke vrouw
Is zwijgen op haar tijd,
Omdat ze juist het meeste zegt
Met haar stilzwijgendheid,
Een vrouw die altijd praatjes maakt
En altijd kletsen wil,
Is erger dan een fonograaf
Want die houdt eenmaal stil.

De zevende en mooiste plicht
Is dat ze koken kan,
Want als ze eenmaal opoe is
Dan heeft ze daar wat an,
Omdat een man die ouwer wordt
En jaren is getrouwd
Toch veel meer van zijn eigen buik
Dan van een opoe houdt.

 

VRAGEN EN OPDRACHTEN

1. Strofe I. Zeg r. 7 en 8 anders.
2. Strofe II. Beschouw deze strofe en geef op je werkblad aan welke van de volgende uitspraken de juiste is:
a. de vrouw kent de man beter dan de man de vrouw
b. de man kent de vrouw beter dan de vrouw de man
3. Strofe III. Waarom zijn r. 7 en 8 tegelijkertijd wèl en níet in overeenstemming met de rest van deze strofe?
4. Strofe IV. Waar ligt het leesaccent in r. 7?
5. Strofe IV. Hoe is de stelling in r. 7 en 8 te motiveren?
6. Strofe V. Zeg r. 7 en 8 in eigen woorden.
7. Strofe VI. Verklaar r. 3 en 4.
8. Geef aan dat dit gedicht niet door een vrouw geschreven kan zijn.
9. Geef in een overzichtje aan waarin poëzie als deze verschilt van die van Vader Abraham (of een daarmee gelijk te stellen figuur), en waarin ze daarmee overeenkomt.
10. In 1975, het jaar van de vrouw, zou dit gedicht een wapen kunnen zijn tegen de emancipatie van de vrouw. Hoe zou een voorstander/ster van vrouwenemancipatie zich tegen deze geestige en ironische voorstelling van de vrouw kunnen verweren? Schrijf dit verweer in minimaal 150 woorden, en ga daartoe het gedicht strofe voor strofe na.





NOTEN
  1. Uit het redactioneel bij dit nummer: ‘Dan nemen we een gedicht van Koos Speenhoff over, niet bepaald een bijdrage aan het Jaar van de Vrouw, maar een pagina tikwerk van CN is mooi meegenomen’. 1975 was het Jaar van de Vrouw, waar Cornets de Groot in zijn bundel Striptease een apart hoofdstuk aan wijdde. ↩

Weerzinwekkende praktijken of rugby voor gehandicapten »

Reageren

U kunt deze HTML-tags gebruiken.

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>