Start » 5e jaargang (‘73-‘74) » Het intelligente lunchen

Het intelligente lunchen

 

Bron: Informatief Bulletin (‘Gele vellen’), Lodewijk Makeblijde College, Rijswijk (Z-H), 5e jrg., nr. 5 [1973].

De herfstvakantie verhindert me het gebruikelijke redactionele stukje te maken, waarin staat opgesomd wat dit keer het IB te bieden heeft. Volgens afspraak vóór de vakantie moet er iets aardigs komen, van Robin en van Joop. Vervolgens de berichten van de directie, en mogelijk nog een kleine verrassing waar ik over zwijgen zal – want als die niet komt, heb ik te veel gezegd. Gelukkig heeft uw redacteur de moeite genomen om een intelligent IB-essay te schrijven, dat dan maar meteen hieronder volgt.

Het intelligente lunchen

Met die vrijdagse werklunches van de directie zit het niet goed. Wie zagen we op twee achtereenvolgende vrijdagen aan ‘t noenmaal in de leraarskamer? Precies! Joop! Niks geen gegrinnik bij Rien, Gerard en Jan, beste Frans, maar een minisymposion in de warmtebron van de geest, waar de collega’s bijeen plegen te komen nadat het karwei is geklaard.
En toch! In plaats van me af te vragen hoe dat nu moet voortaan, op zo’n vrijdag dat Joop zich weer aan het frivole overgeeft in ons midden, juich ik zijn initiatief toe als een daad van inzicht. Heb ik niet zojuist in Scientific America een boeiend artikel van Prof. Staircairs gelezen, waarin een duidelijk verband wordt gelegd tussen werkend eten, etend werken en maagstoornissen? Waarom zou de directie eigenlijk mogen wat we onze eigen leerlingen verhinderen met art. 6 van het schoolreglement in de hand?
Een duidelijk slachtoffer hebben we immers al in Gerard, die ons zelfs op hoge toon verboden heeft hem ‘smakelijk eten’ te wensen! Meerdere zullen volgen, vrees ik, als ik aan tafel de eetgewoonten van de collega’s waarneem. Speciaal de secties Wiskunde en Nederlands schijnen het in de lunchpauzes op de gezondheid – althans op de maag – van de sectieleden gemunt te hebben. Wat vergaderen die niet af, zeg; op het weerzinwekkende af.
Dat er een verband bestaat tussen sommige beroepen en geweld betoogde reeds Prof. Sterrekers in Wetenschappelijk Nederland. De typisch mannelijke beroepen, zoals president van de VS, leraar, piloot, taxichauffeur, politieman, etc. lokken nu eenmaal agressie uit, waarbij men voor een moord meer of minder niet opzij gaat. Eén onzer heeft in de docentenkamer de [ge]woonte precies op die stoel te gaan zitten waar aller ogen en dus ook aller agressie van nature op gericht zijn. Ik vergelijk hem graag met die masochisten die zich in de provotijd in agentenkledij staken om er zeker van te zijn, dat zij die dag hun pak slaag niet zouden ontlopen. Maar als je dan ook nog ziet wat opgemeld docent te kanen heeft, dan vrees je zelfs voor zijn fysisch gezond, waar hij klaarblijkelijk geen weet van heeft.
‘t Roer moet om, geachte collega’s. Onze lunch moet licht en luchtig, eten en drinken tegelijk zijn. Zwaar eten, dat kun je toch wel na gaan, werkt deprimerend en vertraagt het denkproces. Ik heb al es vaker gepleit voor een aanrecht naast de koelkast, waar je je lunch kunt bereiden. ‘t Is hoogst belangrijk, dat je recepten hebt, die je gedurende de bereiding tijd laten voor fantasieën, meditaties, contact en communicatie. Mijn verlangen gaat in dit opzicht uit naar gerechten die de reputatie hebben energie te leveren. Schotels die je niet plat slaan. Persoonlijk vind ik het prachtig dat de fractie zich inspant, om melk en karnemelk in huis te halen, voor wie nu wel es van de koffie af wil. Maar zijn we daardoor zeker van het intelligente toetje? Waar blijven de pruimen met yoghurt die Evert ons in het vooruitzicht stelde?
Ons noenmaal zou in het teken van het plotselinge en onverwachte moeten staan. Of weet men soms betere bestanddelen voor een vruchtbare maaltijd – want waartoe dekt men anders de tafel? – dan conversatie en discussiepartners?
Onze lunch moet de kloof tussen de ideeën overbruggen, uiterlijk vertoon voorkomen, ons in staat stellen intellektuele nieuwsgierigheid te bevredigen, te vragen, te testen, te toetsen, te streven naar het hogere. Of laten we dit laatste alleen aan onze pupillen over?
Ik zou de stoelen uit de docentenkamer verwijderd willen zien. Wat Oosterse tapijten op de grond, desnoods een aantal matrassen tegen de wand. Geen stoelen, – weg met deze expressie van de anale fixatie! Kijk om u heen – zijn de Damslapers, de straatliggers niet in de opperste mate high, alleen maar door een opperste vorm van nederigheid die Nederlanders allerminst zou misstaan?
Onze lunch moet bijdragen tot een subtiele, op het geringe gerichte discussie, die de interesse voor het maal zou kunnen doen verdwijnen. Ja, ik ben pas tevreden wanneer ik, bezig gehouden door geesten van kaliber, helemaal niet geluncht heb. Door toedoen van echte mensen, leraren van nature, die enthousiasme verspreiden en die daartoe inspireren. Door vrienden die voorzien in mijn behoefte aan geestelijk voedsel.
Ik hoop niet dat de directie mij mijn grenzeloze bemoeizucht kwalijk neemt – maar zij krijgt Joop pas van ons terug, wanneer ze haar lunchpauzes heeft ingericht in de hier geschetste geest.
Desnoods komen we er dan met zijn allen bij: een think tank die het LMC hoog opstoot in de vaart der scholen.
 

IB-essay »

Reageren

U kunt deze HTML-tags gebruiken.

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>