Start » Elseviers Weekblad (’67-’69) » Te lande

Te lande

 

Bron: Elseviers Weekblad, 19 oktober 1968, p. 123.
Over: Heere Heeresma, Geef die mok eens door, Jet!, Polak & Van Gennip/Uitgeverij Contact, Amsterdam, 1968.

[p. 123]

De nieuwe roman van Heere Heeresma, Geef die mok eens door, Jet!, is een landelijk boek. Geen streekroman of pastorale, maar een schelmenroman met van beide genres een beetje. Er is hier en daar dialect in dit boek, niet om het ‘interessante’ ervan (want wordt er dialect gesproken, dan wordt die taal meteen in het belachelijke getrokken) en ook niet om te discrimineren, maar omdat het boek zoals gezegd trekken heeft van de pastorale, een genre voor mensen die van de natuur vervreemd zijn. De naamloze hoofdpersoon – Heeresma spreekt uitsluitend van ‘hij’ – behoort tot hen. Na zes jaar is die ‘hij’ terug in zijn land van herkomst, maar dat land is niet meer wat het was: oord van zorgeloosheid en levenslust. Integendeel, nu is het zijn afzetgebied, niet bevolkt door een homogene gemeenschap, maar door een aantal relaties zonder identiteit. De vervreemding die er bestaat tussen de roadman, de handelsreiziger, en de eens zo vertrouwde natuur drukt de schrijver uit in zijn averechtse toepassing van dialect, folklore en landelijke gewoonten. Een nadere aanwijzing voor zulke vervreemding is het feit dat iedereen in dit oord Tamsma heet: voor de stedeling zijn alle plattelands bewoners eender. Toch voelt hij zich in dit eens zo vertrouwde land zweven in een gebied tussen zijn vrouw Jet, zijn home, de welstand daar én deze streek, nu niet onder het aspect van commercie en consumentengemeenschap, maar in het licht van een vroegere broederschap, geworteld in het landelijke. Een droom, onbereikbaar voor hem, tenzij Bodde hem verschijnen zou, de landloper, wiens naaste vriend hij vroeger was. Natuurlijk ontmoet hij die ook.

In de ban van zijn vriend besluit de roadman de opperste vrijheid te kiezen boven de welstand. Wel moet hij daartoe zijn huwelijk verloochenen, zijn ring verdonkeremanen, een foto van het dashboard krabben, maar na die operatie ligt de weg naar het grootse avontuur dan ook open. Waar bestaat dat grootse uit? Uit het uithalen van allerlei aardigheden in de stijl van Uilenspiegel. Zo veroorzaken ze een kleine treinramp, ontvreemden een aantal goederen uit een café en dwingen de heler, onder het tonen van een indrukwekkende en door diens vrouw tot dat doel bewaarde knuppel tot het neertellen van een grote som geld. Maar hoe harmonisch de verhouding in schijn ook is tussen die twee, toch zijn ze kennelijk uit elkaar gegroeid en naarmate het boek vordert, wordt het steeds duidelijker, dat het tussen hen niet meer is, wat het vroeger was. Hier is het principe werkzaam, dat iemand met een zekere verantwoordelijkheid weinig neiging vertoont tot het nemen van persoonlijke beslissingen, dit in tegenstelling tot iemand zonder verantwoordelijkheid die uiteraard ieder denkbaar risico kan en durft lopen. Bodde, met zijn instinctieve mensenkennis, heeft dat natuurlijk al van het begin af aan in de gaten gehad en hij heeft zijn vriend van vroeger ook willen provoceren door tussen neus en lippen op te merken dat hij Jet eens heeft verleid. De roadman doorstaat die proef, al schrikt hij zich dood. Ook andere provocaties halen niets anders uit, dan dat de vertegenwoordiger zich steeds meer bij Bodde voelt horen, al kost het hem zijn goed, zijn gemoedsrust, zijn geld en ten slotte zijn wagen. Hardleers als hij is, meent hij, nadat het voor ieder duidelijk is dat hij Bodde niets meer te bieden heeft, aanspraak te mogen maken op de vriendschap van zijn vroegere gezel, die hem echter hardhandig van het tegendeel overtuigt. Berooid keert de roadman terug, naar Jet en naar zijn kinderen. Naar Jet, die onmiddellijk begrepen heeft, wat er gebeurd is, en die hem dan ook volkomen zekerheid verschaft inzake Bodde: “Weet je wat er met Bodde gebeurd is? Niets.” Woorden die de nederlaag van de roadman nog vergroten, al is hij nu binnen. Hoog boven hem en zijn vriend rijst Jet uit, de keurige, burgerlijke, moederlijke Jet. (Polak & Van Gennep en uitg. Contact, f 7,90) 1





NOTEN
  1. Zie over Geef die mok eens door, Jet! ook Een roadman-roman en deze radiolezing. ↩

Willem Brandt en de modernen »

Reageren

U kunt deze HTML-tags gebruiken.

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>