Start » Dagboek 1985-1986 » 16 juli 1985

16 juli 1985

 

Bron: Archief Cornets de Groot.

[p. 2]
 

Een paar dagen lang ben ik in de weer geweest om te zien, waar ik nog wat aan mijn boek 1 zou kunnen toevoegen op het stuk van geweld, leven in sloppen, en de rol van mijn ouders (dwz: die van Leo de Brauw).
Nergens lukt me dat, hoeveel moeite ik me ook gaf. Geen veertig pagina’s en zelfs geen vier. Meer dan een blz. toelichting (en dus niet: toevoeging) komt er niet uit. Het moet dan zo blijven als het was: een boek over Batavia in de oorlog mag toch ook wel sober zijn? 2

Ik ben dan opeens romanschrijver geworden. Natuurlijk omdat ik mijn essays nergens meer slijten kan, een commerciële reden, maar toch ook omdat ik geloof uitgeschreven te zijn. Ik zou in herhalingen vervallen, als ik geen nieuwe lectuur meer verwerken zou (Wiel Kusters, bv.). Mijn ‘kritisch apparaat’ (Bikini, de Kosmische Metafoor) 3 heb ik uitputtend toegepast op Vestdijk – de astrologie, 4 de toekomst der religie – 5; op Lucebert – de gnostiek, 6 het binnenhalen van de zichtbare wereld (Rilke) – 7; op Mulisch – alchemie, 8 de compositie van de wereld. 9 Ik heb wel iets gedaan, maar wil tenslotte toch ook geen systematicus zijn. Geen essays meer, voorlopig.

Eventuele inzichten kan ik altijd nog wel kwijt, al is het in dit geschrift, mijn prullenbak, die ik af en toe zal omkeren om te zoeken naar de dingen die ik anders verloren zou hebben. 10
Maar die romanschrijver ontstond natuurlijk ook uit andere behoeften dan de meest banale. Uit de behoefte tegemoet te komen aan de vier functies: ‘denken, voelen, gewaarworden en intueren’ (Vestdijk). Die tweede functie komt in een roman beter tot zijn recht dan in het essay.
Het boek is daarbij een ‘echte’ roman geworden. Ik bedoel: niet ‘dagboek’ of ‘mémoires’ of zo, wat bij mijn belangstelling voor Forum toch wel had gekund. Het ‘introspectief-fantaisistische’ (Vestdijk) heb ik niet alle kansen ontnomen.
Waarom, na veertig jaar, deze roman?
Ik denk: omdat er na de oorlog zovelen waren, ouder, wijzer, knapper dan ik, met zoveel ervaringen meer dan ik en die hadden kunnen schrijven over hun oorlog, in hun Batavia zo indrukwekkend, dat alles wat ík te vertellen had, in een kuil zou zijn gevallen om voorgoed vergeten te worden. Zij zijn er nu niet meer om hun ervaringen van de hand te doen. Hoe belangrijk die ook waren, nu ze met hun drager van de wereld zijn, winnen mijn herinneringen aan belang. Hun gewicht neemt toe, naarmate die van anderen verdwijnen.
De ‘echtheid’ van de roman:
de terugbrenging van Anwar, baboe Mina, Bahar en Carla in het lot van Leo de Brauw. Bijkomstige figuren op het eerste gezicht, (op Carla na) die steeds belangrijk zijn, belangrijker tenslotte dan Tjoh, Boelèh, Julie en Edward.
De rol van Narda en Mr. Edip op de achtergrond, met voor Narda een diepe uitstraling: aan het eind van het boek is zij das unbeschreiblich Weibliche.
Het autobiografische is vrijwel terug gebracht tot de ‘ethiek’ van Leo de Brauw, een fatalistische levensaanvaarding met de sterke wil om niemand lastig te vallen of iets kwalijk te nemen, zolang hem een simpel leven niet onmogelijk wordt gemaakt.

Afgelopen zondag zijn we – Narda, Machteld en ik – bij V. op de galerie geweest. L. was er ook en na afloop zijn we bij J.M. gaan eten, op het Groene Wegje, waar hij net zijn restaurant had geopend (met reprodukties van Karel Appel aan de wand, nogal schreeuwerig voor een restaurant).
Narda was ronduit enthousiast over het werk van Hans Houwing, en zij zocht drie objecten uit (f 1100,- samen: geen geld), waar ook ik heel tevreden

[p. 3]

mee ben.
De artist komt ze zelf bezorgen en hangt ze dan op een door hem gekozen plaats aan de muur.
Het gaat om

  • ‘agressief dingetje’, een voorwerp, ter grootte van een vuist, bestaande uit een zachte materie – isolatieband, of i.d. – waaruit draadnagels hun punt steken.
  • ‘Japans’ – een eetstokje, waaraan met draadjes bevestigd, als de mand aan een luchtballon, twee als een legpuzzel in elkaar grijpende plaatjes. Dit ding is plat en de indruk is: evenwicht, heel uitgebalanceerd.
  • ‘Twee rode vlaggetjes’ in de vorm van een soort weegschaal, met op de uiteinden de vlaggetjes, waarvan het rood ternauwernood is te zien.
    Alles is naturel van kleur – heel leuk.

L.: Ik ga steeds milder over mensen denken, vooral over leeftijdgenoten.
Ik: Je bereikt een leeftijd, waarop veel vrienden wegvallen. Je parochie wordt klein.

Je wilt iets behouden, van jezelf, je voorgangers, en doorgeven als dat kan. Er is veel van je ouders dat verdwijnt, als je niet oplet.
Ik heb wat foto’s van ze, een handjevol. 11 Van mijn moeder nog uit haar jeugd (+ 18 of daaromtrent, niet jonger), van mijn vader vooral veel uit zijn laatste jaren. Ik heb wat boeken van hem, de meeste las ik nog niet. Maar híj was er gesteld op, en daarom behield ik ze. Misschien leer ik er nog wat van in de toekomst.
Van mijn moeder? Een recept van een pudding, waar ik me als kind aan verslingerd had, waar ik nóg aan verslingerd ben, vanwege de geur, de smaak, het schuim. Die pudding, dat is Padang, Batavia, – feest, verrukking.
Morgen komt Rutger.
Dan moet ik zijn boeken (Reve, Roomse heisaDe stille vriend) uit hebben en terug geven. Overmorgen vertrekken we met het vliegtuig naar Portugal (2½ uur). Dan past hij op de katten en verzorgt hier de bloemen. Ik zal die pudding morgen voor hem maken, en als hij die lust, zal ik het recept in dit geschrift opnemen.

Roomse heisa. Hij zal wel gelijk hebben, Reve. Maar ik heb er toch weinig mee te maken, met dat gedoe.
 





NOTEN
  1. Tropische jaren. ↩
  2. Beoogd uitgever Wim Hazeu van Uitgeverij De Prom had Cornets de Groot om deze uitweidingen verzocht: ‘Advies: leg het manuscript een paar weken weg en pak het dan weer op, met de praktische opgave het naar 120 pagina’s manuscriptdikte te brengen. Zo’n dwang kan helpen en inspireren. Je krijgt zo’n kans niet meer om te schrijven over de sloppen van Istanboel en Batavia, over geweld, enzovoort.’ Zie brief 52 aan Wim Hazeu. ↩
  3. Termen uit de eerste fase van Cornets de Groots schrijverschap, zie m.n. de bundel De open ruimte (1967). ↩
  4. Zie m.n. De chaos en de volheid (1966). ↩
  5. Zie het essay Determinisme en contingentie. ↩
  6. Zie Met de gnostische lamp (1978). ↩
  7. Zie het essay Rilke, Rilke Rilke! ↩
  8. Zie m.n. de negen Notities bij werk van Harry Mulisch in Contraterrein (1971). ↩
  9. Zie Dagboekbladen. ↩
  10. Vergelijk van 20 jaar eerder: ‘Bikini dat voor mij zo langzamerhand de betekenis begint te krijgen van een prullenmand waar ik af en toe in grasduin’, in Domesdaybook, De open ruimte, p. 17. ↩
  11. Zie het Indisch fotoalbum. ↩

18 augustus 1985 »

Reageren

U kunt deze HTML-tags gebruiken.

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>