Start » Dagboek 1985-1986 » 12 augustus 1985

12 augustus 1985

 

Bron: Archief Cornets de Groot.

[p. 4]

De vakantie is nu definitief voorbij. Narda is naar haar werk, Machteld heeft nog een paar dagen vrij: ze speelt nu met Fabienne.
Gisteren heb ik de gegevens voor het pensioenfonds weggestuurd, a.s. donderdag moet ik naar de keuring. We moeten nu afwachten:
of Narda haar vaste baan krijgt
of ik werkelijk zal worden afgekeurd.
Pas daarna kunnen we echte plannen gaan maken voor de toekomst.

In die vakantie in Portugal las ik Dostojewski, Boze geesten, en van Poesjkin een aantal verhalen uit dat deel uit de Russische bibliotheek.
Over Dostojewski’s boek:
1. De flaptekst van Karel van het Reve deugt niet.

2. Je hebt socratische (klassieke) en romantische (of zelf-) ironie.*) Bij Dostojewski ‘ontdek’ ik ook satirische ironie. Maar satire is altijd ironisch. Vraag is: is die stelling ook omkeerbaar?
Romantische ironie is satire. Socratische niet.
Socratische ironie leidt tot zelfkennis. Romantische gaat er vanuit.
Satirische ironie duidt op mensenkennis. 1

3. Voorbeelden van satirische ironie bij Dostojewski.
Wanneer de kroniekschrijver zijn vriend Stepan Trofomowitsj beschrijft: ‘Een cynische gedachte: maar zelfs in een verheven brein kan soms immers een neiging tot cynische gedachten opkomen, juist alleen al door zijn veelzijdige ontwikkeling’ (p. 20).
Soms ‘begon zijn gelaat als het ware onwillekeurig een grillige en ironische uitdrukking aan te nemen, iets behaagzieks en tevens hooghartigs. Zoiets geschiedt nl. zonder opzet, onwillekeurig, ja zelfs hoe nobeler iemand is, des te duidelijker verraadt hij zijn gevoelens’ (p. 20).
Een bespiegeling over Warwara Petrowna’s psychologie besluit hij met:
‘Trouwens, ik kan nergens voor instaan; ondoorgrondelijk is de diepte van het vrouwenhart zelfs tot heden toe!’ (p. 21)

4. De ontwikkeling van Stepans psychologie keert hierna snel om. Geen cynisme of hooghartigheid. Aan het slot verkondigt hij het evangelie.

5. Hoe verrassend Dostojewski is, blijkt uit p. 666, waar Trofomowitsj tot het inzicht komt, dat geluk misschien niet het hoogste goed in de wereld is:
‘Geluk is voor mij nadelig, want dan haast ik me dadelijk, al mijn vijanden te vergeven’.
Natuurlijk komt het er toch van. En dan blijkt hoe traditionalistisch hij toch is: echt Russisch.

6.
Partners in een gesprek van beslissende aard, dat wel in iets buitengewoon dramatisch moet eindigen, zijn:
Praskowja Iwanowna
Stepan Trofomowitsj
Mawriki Nikolajewitsj
Marja Timofejewna
Warwara Petrowna
Lizaweta Nikolajewna
de kroniekschrijver

Op p. 171:
‘Maar daar zit ze, daar zit de hele waarheid! en Praskowja Iwanowna wees 2

*) Klassieke ironie wijst in een gemeenschap die ‘goed’ is, de individu aan die ‘fout’ is.
Rom. ironie wijst tegenover een gemeenschap die ‘fout’ is, de individu aan die ‘goed’ is.

 





NOTEN
  1. Zie evt. Cornets de Groots beschouwing over socratische en romantische ironie in De kunst van het falen, p. 73-79. ↩
  2. Hier gaat de paginanummering in het origineel over van p. 5 naar p. 10; de tussenliggende bladen ontbreken. ↩

12 oktober 1985 »

Reageren

U kunt deze HTML-tags gebruiken.

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>