Start » Met uitgevers/redacteuren » Correspondentie Jan Biezen (1989)

Correspondentie Jan Biezen (1989)

Stichting Dimensie
1 brief.
Bron: Archief Cornets de Groot.

1. Cornets de Groot aan Jan Biezen

[Brief in typoscript, 1 blz.]

2313 An Leiden,
15 december 1989.

Beste Jan, 1

Je vraag om een tekst voor een nieuwsbrief over De dichter-zanger J.H. Speenhoff of zelfportret met liedjes maakt me verlegen: eerlijk gezegd schrijf ik je liever een gewone brief over dat boekje, waarvan het karakter heel gecompliceerd is. Er zou dan in komen te staan, dat het dit boekje niet om Speenhoff alleen gaat, maar ook om mij:
als de schuldeloze zuigeling, die geboren werd in het jaar dat Speenhoff naar Indië kwam voor zijn miraculeuze tournee door de archipel; het jaar waarin Soekarno’s P.N.I. triomfen vierde, maar hij en zijn handlangers door de Nederlandse regering werden gearresteerd; het jaar dat in New York de ex-miljonairs zich uit de wolkenkrabbers wierpen en Speenhoff zich buitensporig verrijkte het jaar 1929.
Als klein jongetje, dat opgroeit in een benarde tijd, in een hier en daar onrustig land, waarin de lakens werden uitgedeeld door Hollanders, die in Speenhoff DE Hollander zagen misschien zagen de Indo’s en Indonesiërs hem niet eens zo heel veel anders. Een jongetje dat de oorlog aan zag komen en dat dapper de soldatenliedjes van Speenhoff mee zong, dwars tegen de wil van zijn vader in, die lak had aan een dichter die van baboes zong, die zó gemakkelijk met de moeder van die vader te vereenzelvigen waren, dat men ze niet vergat, maar wel in de steek liet.
Als volwassene. Ik heb mij levenslang voor zijn poëzie geïnteresseerd, niet doorlopend en niet altijd even intens, maar toch… Het Hollandse ervan, het Hollanderschap, dat eigenlijk voor de Indischman Nederlander of Indo problematischer was dan voor de thuisblijver. De Indischman schrijft dan een boekje als Nederland een bewoond gordijn en gaat op zoek naar wat er nu zo Hollands is aan Holland en zijn bewoners. “Wie Speenhoff kent, kent Nederland”, zegt Greshoff en ik: “Wie Speenhoff niet kent, kent ook het Indië van mijn jeugd niet.” Indië wás Nederland: een Nederland in de tropen. Maar Indië bestaat niet meer en het Holland van Greshoff bestaat niet meer. Toch gaat het om zulke dingen in dit boek.

Speenhoff. Voor de Hollander die hem als tijdgenoot meemaakte, was hij de bohémien, de losbol die door zijn talent in weelde kon baden. Hij was het model van de dichter, zoals Fulco de minstreel het model was van de minstreel deze die in de werkelijkheid nooit heeft bestaan, maar die zovelen heeft verleid zich in de middeleeuwen en vervolgens in de geschiedenis te verdiepen om uit te vlooien hoe die verleden realiteit dan wel was geweest. Ik heb geprobeerd voor de relatie tussen een eigenwijs jongetje en een dichter, die voor de jeugdige bewonderaar van begin af aan een probleem was, iets dergelijks te doen. Wie dan ook in mijn boek naar methode zoekt, een theorie, een stelling en haar bewijs, vergist zich. Jaren geleden, toen de close reading in de mode was, sprak ik van intieme optiek. Dit boekje “is” intieme optiek: 2 een kijk op dingen, waar je toen mee vertrouwd was, maar nu niet meer en waarvan je je niet een-twee-drie los wilt maken.
Zo dat waren een paar gedachten die in de stormnacht in me opkwamen.
Met grote groeten voor José en jou en dat de grimmige hemel maar snel van karakter moge veranderen,
je

Rudy

P.S.
In ons telefoontje was nog sprake van een contract; daar lees ik niets over in je kattebelletje van 13/12/’89.
Met mijn “nieuwsbrief” mag je doen wat je wilt: zo’n tekst komt immers altijd voor de verantwoordelijkheid van de redactie.





NOTEN
  1. Jan Biezen was eigenaar van de in Leiden gevestigde kleine uitgeverij Dimensie waar Cornets de Groots De dichter-zanger J.H. Speenhoff of zelfportret met liedjes in 1990 verscheen. Een paar maanden voor deze brief, op 20 augustus 1989, noteert Cornets de Groot in zijn dagboek: “Voor de zoveelste keer blader ik door de tekst van mijn essay over de volkszanger Speenhoff. Dat ding moet eindelijk ook eens weg, en níet naar een grote, maar naar een geïnteresseerde uitgeverij. Ik denk aan Thomas & Eras, met alle aandacht voor Indië, of ook aan Dimensie, met klinkende namen en eerder interessante dan populaire onderwerpen. Ik moet een titel verzinnen en ik denk aan De volkszanger Speenhoff of zelfportret met liedjes.” ↩
  2. Het computerbestand waar Cornets de Groot deze brief in opsloeg gaf hij de naam ‘optiek’, naar zijn essaybundel Intieme optiek uit 1973. Het manuscript van het boekje over Speenhoff noemde hij Bikini, naar zijn grote essay uit 1963. ↩

Correspondentie Max van Rooy (1976-1977) »

2 comments to Correspondentie Jan Biezen (1989)

  • Marc Bruynseraede

    Geachte Heer,

    Ik zou graag in contact komen met Jan Biezen. Wij kennen elkaar uit de periode van de jaren 70 van vorige eeuw toen Jan in Antwerpen woonde en van de literaire tijdschriften Dimensie en Deux ex Machina.
    Jan heeft in 1980 een speciaal nummer van Dimensie gewijd aan de dichter Jozef Eijckmans. Daarover maak ik thans een studie.
    Vandaar dat ik graag in contact met hem zou willen treden.

    Met dank en vriendelijke groeten

    Marc Bruynseraede

    • RHCdG

      Kan u helaas niet helpen aan contactgegevens van Jan Biezen, heb hem zelf nooit gekend. Wel heb ik de vorig jaar overleden Piet Boekestijn gekend die op zijn website mooie herinneringen aan onder meer Eijkmans en Cornets de Groot plaatste.

Reageren op RHCdG Reactie annuleren

U kunt deze HTML-tags gebruiken.

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>