De titel ervan verwijst naar de Amerikaanse atoomproeven op het atol Bikini in de Stille Zuidzee in 1946. In het voorwoord tot zijn bundel De open ruimte drukte Cornets de Groot de gevolgen van deze dreiging voor de literatuur als volgt uit: 'Vóor Bikini zweefden de dichters; 1 men streefde omhoog, men onthechtte zich van het aardse. Sinds men echter een flauw besef begon te krijgen van de onbetaalbare waarde van deze aardbol zelf, sinds men dus inderdaad op kón stijgen tot de sterren, daalden de schrijvers af. Ze gingen naar buiten, de straat op: ze brachten de goden weer hier'. 2 Om de invloed van Bikini op de verhouding tussen het hogere en het lagere in de literatuur na te kunnen gaan, ontwierp Cornets de Groot de zogenaamde kosmische metafoor (KM), een formule waarin de band tussen de schrijver en het heelal zoals deze zich dit voorstelt, is uitgedrukt. Aangezien de aard van deze metafoor in hoge mate afhankelijk bleek van de psychologie van de schrijver, meende hij hiermee het instrument te hebben gevonden om de kern in een oeuvre aan te wijzen, - of, zoals hijzelf zei: 'het centrum vanwaar uit zowel de persoonlijkheid als het werk wordt gevoed - of uitgehongerd'. 3 Terugkijkend schreef hij in 1986: 'Ik had de kosmische metafoor uitgevonden. Onder de indruk van de twee kanten van de technologie - een bedreigende en een veelbelovende - bedacht ik me, dat een mens voor wie de zon gewoon opgaat, in een andere wereld leeft, dan iemand die weet dat de aarde om de zon zich wentelt. Maar Plato, met een beeld van de wereld kinderlijker dan dat van Machteld [zijn toen achtjarige dochter], blijkt in een ander opzicht bovenmenselijk. Hoe kan dat? Waarom wordt Archimedes "ingehaald" en blijft Plato actueel? In mijn essays zocht ik dat uit. Ik herleidde de kosmische metafoor tot "astrologie", "alchemie", "anti-dualisme" en zag dat het maar hulpmiddelen waren bij Vestdijk, Mulisch, Lucebert. Ze doen "alsof" de wereld zus en zo is. Ik kwam bij Vaihinger terecht. 4 Ik begreep dat als je níet alsof doet, dat je dan "absolutistisch" bezig bent en een reactionaire weg inslaat. Vondel, die weet heeft van Copernicus, herstelt in de Lucifer het ptolemaeïsche wereldbeeld, en weg is de provo van rond 1620. De bestrijding van dat obscurantisme was Bikini. Maar uitgerekend ik werd als obscurantist nagewezen. [] [Ik werd] verslagen, terwijl ik nog doende was te onderzoeken waar ik me eigenlijk mee bezig hield. Want het inzicht dat nu zo makkelijk uit de tikmachine komt rollen, bezat ik toen [] nog niet: ik kon me dan ook niet verdedigen. En nu heb ik daar geen trek meer in'. 5 Ondanks de in de inleiding gememoreerde 'stompzinnige uitspraken' kan Bikini worden gezien als de motor van vrijwel heel Cornets de Groots schrijverschap. Het idee om de plaats van de mens in het heelal te zien in het perspectief van een dreigend einde van het leven op aarde, sloot elk metafysisch denken bij voorbaat uit, en wees rechtstreeks de weg naar het leven zelf als hoogste principe binnen de kosmos: 'Het leven is zelf het "hogere" geworden, het is zijn eigen zin'. 6 Voor de literatuur betekende dit dat zij haar oriëntatie op een boven de mens geplaatste, ideële wereld moest laten varen, - zoals ook de literatuurkritiek, wilde zij zichzelf niet tot een obscuur en marginaal bestaan veroordelen, zich niet op de literatuur om de literatuur diende te richten. Immers: 'Literatuur raakt mij [], niet ergens maar overal en laat ik het daarom toch maar zeggen nu, dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek op het leven zelf is...' 7 De oproep tot 'voorbeeldeloze' taal, waar Bikini mee besluit - dwz taal waarin de schrijver zelf spreekt, zonder zich achter een 'sjabloon' schuil te houden - lijkt hierbij niet in de laatste plaats een aankondiging van eigen voornemens: een literatuurbeschouwing die de vraag naar de persoonlijkheid van de schrijver niet schuwt, en waarbij, omgekeerd, de criticus zich niet van vaste uitgangspunten of een vooropgezette methode bedient, maar van de eigen voorstellings- en ervaringswereld. Maar uitgerekend t.a.v. de literaire kritiek kwam Cornets de Groot met deze ideeën op een ongelukkig tijdstip. De zogenaamde richting van de 'close reading', een Nederlandse variant van het Angelsaksische New Criticism, die de vraag naar de persoonlijkheid van de schrijver juist wantrouwde en strikt uitging van wat door de tekst kon worden gecontroleerd, had nog geen half jaar eerder het tijdschrift Merlyn 8 opgericht, en vrijwel de hele literaire kritiek in haar greep gekregen: 'Het was de tijd waarin het idee dat de navelstreng tussen de schepper en kunstwerk definitief was doorgesneden zo gauw het werk gedaan was - een soort van "deïsme" toegepast op de literatuur (waar trouwens veel voor te zeggen valt, maar niet alles) een axioma werd. Mijn trouvaille [de kosmische metafoor] knoopte de eindjes navelstreng weer aan elkaar...' 9 Meer aansluiting vond Bikini bij schrijvers en dichters zelf. Vooral in het licht van het werk van de beweging van Vijftig lijkt zijn pleidooi voor een 'voorbeeldeloze taal' minder de vorm van een oproep, dan van een bevestiging of herkenning te hebben verdiend, waar immers deze groep aan deze ideeën al geruime tijd gestalte gaf. In de inleiding tot zijn bloemlezing vijf 5 tigers (1955) bracht Gerrit Kouwenaar de motieven van Vijftig als volgt tot uitdrukking: '[De experimentele dichters] trachten het woord te ontdoen van zijn ideële schuimlaag en het (weer) een stoffelijke functie te geven door via hun puur menselijke ervaringen [] iets van het oorspronkelijke naakte Zijn [] te (her)ontdekken en van daaruit opnieuw te starten'. En vervolgens: 'Een belangstelling voor de spontane creativiteit dus, [] uit bittere noodzaak: de mens van vlees en zenuwen is toch belangrijker dan zijn geïdealiseerd portret gebleken'. 10 Het zijn woorden die op vrijwel iedere pagina van Bikini ingelast zouden kunnen worden. Ook met zijn periodisering van de geschiedenis in een tijd van vóor en na de atoombom stond Cornets de Groot niet alleen. Zo citeerde hij uit Mulisch' boek De zaak 40/61: '"Voor het eerst sinds de middeleeuwen zullen wij weer met de dood moeten leven. Het taboe, dat sinds zes eeuwen op de dood rust, is voorgoed opgeheven: als op een middeleeuwse houtsnede is hij het dagelijks leven weer binnengedanst, - en hier precies ligt het moment, van waaruit een re-generatie van de mens kan aanvangen." (De zaak 40/61, p. 184). [] Het is duidelijk, dat ik dacht als Mulisch. Door dit gedeelde gezichtspunt bij verschil van mening inzake het jaartal (1945 of 1946) verdiepte ik me in zijn werk. Van '63 af.' 11 Het verschil tussen Bikini en Mulisch zat hem, evenals in het geval van Vijftig, in het uitgangspunt: hun poëtica stond niet onder druk van een onheilspellende toekomst, maar onder die van een schokkende geschiedenis: de oorlog, de holocaust, Hiroshima. Maar de conclusie bleef dezelfde: 'Eerst dan kan literatuur een operationeel karakter worden toegeschreven, wanneer zij voorbeeldeloos - zonder sjabloon - heuristisch dus, die totaliteit van mens en wereld, geest en natuur waar maakt'. 12
'Zojuist [las ik] Vestdijks essay Pascal als lijfauteur. 15 De schok der herkenning! Dit is werkelijk het artikel dat aan het begin van Bikini stond: het motto boven dat stuk heb ik uit dit essay. 16 Bovendien staat het artikel (van Vestdijk) aan het begin van De open ruimte. Dit artikel verklaart die titel! En ik was alles straal vergeten: hoe kan dat? Wat is het mechanisme, en waarom werkt het zo? Ik zou Bikini eens opnieuw moeten lezen. Als ik daar de moed maar toe had! Wat weerhoudt me daar toch van?' 17 De lezer die zich aan Bikini waagt, zal merken dat het geen eenvoudige lectuur is. Het is duister, barok, chaotisch, naïef, krankzinnig en wellicht onbegrijpelijk, om het voor de hand liggende 'geniaal' maar te vermijden: het is het meest uitgesproken voorbeeld van Cornets de Groots onnavolgbare talent om zeer ver van elkaar gelegen gebieden met elkaar te verbinden. De bezeten, en tegelijk haast achteloze manier waarop alle mogelijke indrukken uit wetenschap, literatuur en kunst worden geactiveerd, kenmerkt ook veel van zijn andere werk, maar geen van die essays zou toch meer hetzelfde exuberante karakter vertonen als Bikini. Het lijkt of het essay juist in deze duizelingwekkende uitbarsting van ideeën uitdrukking geeft aan de explosie die het in het leven riep. '"Atom or not at'ome," zei mijn vader. Het silhouet van een eiland aan de einder, bij avondlicht. Een kokospalm, uitrijzend boven de andere. Een displaced person, als ik, van huis geraakt en hier een vreemde...' 18
|