|
Klik hier voor het weblog van
Rutger H. Cornets de Groot. |
|
Cornets de Groot is essayist of, zoals hij zelf spottend zegt, 'bibliotheekvuller', 'ik schrijf voor bibliotheken'. Hij publiceerde talloze essays over onder anderen Vestdijk, Mulisch en Achterberg. In 1986 verschijnt zijn eerste roman Tropische jaren.
Cornets de Groot: 'Ik ben er geboren, in Bandoeng in 1929. Mijn jeugd heeft zich voornamelijk op Sumatra afgespeeld. Mijn vader was ambtenaar en werd naar Sumatra overgeplaatst. Mijn sterkste herinneringen gaan dus uit naar die allervroegste jeugd in Padang.' Marja Käss: U heeft uw hele jeugd daar doorgebracht. Wat voor invloed heeft dat op je latere leven? 'Eigenlijk niet zo gek veel. In 1946 moesten wij de keus maken: blijf je in Indonesië en wordt je Indonesiër of ga je weg en blijf je Nederlander. Mijn ouders kozen voor het laatste. Ik ging dus naar Nederland en ik ben me daar ook echt Nederlander gaan voelen, al was het in het begin toch wel een moeilijk aanpassingsproces. Je was vreemd en zat ook als oude knar tussen hele jonge kinderen op school. In Indonesië werd tijdens de oorlog geen onderwijs gegeven en dan loop je natuurlijk achter. Ik wilde met alle geweld beeldend kunstenaar worden. Ik heb er het talent niet voor, maar ik probeerde het wel. Het was de tijd van het begin van de Vijftigers en de opkomst van blaadje als Braak en Blurb en Reflex. Die kreeg ik per toeval eens een keer in handen en dat vond ik erg interessant, omdat dat natuurlijk ook beeldend kunstenaars waren. Mensen als Lucebert en Jan Elburg. Ik ben me toen voor literatuur gaan interesseren.'
Cornets de Groot: 'Indië is niet de hoofdbedoeling van het boekje, maar het Indische denken zit er wel in. Het heeft iets te maken met de Komedie Stamboel, waar u waarschijnlijk nooit van gehoord heeft. Dat is een soort van driestuivers-opera. Een gezelschap van Indische mensen werkt er aan mee. Zij geven een opvoering die een mengeling is van toneel, opera en cabaret. Eén van de beroemdste figuren daaruit is Miss Riboet, riboet betekent kabaal maken. Deze mensen zijn er op uit binnen die Indische gemeenschap de mensen een beetje aan de druk van alledag te laten ontkomen. Het is echt amusementstoneel. Hun onderwerpen ontlenen ze vaak aan '1001 Nacht' maar ook de 'Lohengrin' hebben ze wel eens opgevoerd. Sprookjesachtige dingen dus en dat zit ook in mijn boek. Stamboel, dat is natuurlijk Istanboel en dit verhaal speelt in Istanboel. In de komedie die zich daar voltrekt rijst dan Batavia/Jakarta uit het decor op. Maar de dingen die ik noem, zoals Salomé, Johannes de Doper, Entfürung en dergelijke, komen natuurlijk uit mijn eigen Komedie Stamboel. Dat hebben zij waarschijnlijk nooit gedaan.'
Cornets de Groot: 'De bindingen zijn vrij sterk. Die Komedie Stamboel natuurlijk, maar ook de datering. Onder elk stukje staat een datum, dat zijn de data van het laatste oorlogsjaar in Indonesië, 10 tot en met 16 augustus. Beginnend met de bom op Hiroshima, echter niet eindigend met de onafhankelijkheid. Wel wordt die onafhankelijkheid in de laatste brief eigenlijk een beetje verworven door de hoofdpersoon De Brauw. Hij zit in het vliegtuig naar Nederland en herinnert zich dan dat hij voor het eerst in een vliegtuig zat, in een Dakota die tussen de bergen vloog, tussen de ups en downs van moeder aarde. Een vrij stevige binding nog, de navelstreng is niet doorgesneden, maar als hij boven de Alpen vliegt ziet hij die tienduizend meter beneden zich. Dan is de afstand veel groter. Daar, in die laatste brief, is dat eigenlijk een soort loskomen en een zichzelf worden.' |