Start » Ander werk » Aforismen

Aforismen

 

Ongepubliceerd. Bron: Archief Cornets de Groot.
Facsimile van pagina's 12-13.Pagina’s 12-13.

[p. 1]

Pers heid Niet-pers. heid
begrip voor de ziel
van muziek –
Eric v.d. Steen
leermeester v. Nol
Paul Schiltkamp 1
technisch volmaakt
klass.
maatvastheid, etc.

Je moet (nieuwe) muziek nooit voor de 1e keer horen.
(Pijper) 2

startpijn

– Muziek is een al te oppervlakkige kunst.
– ?
– Veel te veel mensen houden ervan. 3

Zij, die het woord niet beheersen gaan ten onder aan woorden.
(Greshoff)

Voetbal: een leerdammer kaasje.
(Jan Elburg)

[p. 2]

Zonder geld in de Kuip, – dan weet je pas wat kou, honger en dorst is!

U schrijft. Ik merk het aan de manier waarop u zwijgt.
(Duras)

Een lepra vh hart
(Idem)

O mysteriën der gasverlichting!
(v.d. Berg)

Het verleden, – een vreemde vertrouwde.
(Idem)

Het leven laat zich niet tussen twee minuten klemmen.
(CN) 4

Tous leurs principes sont vrais…
Mais leurs conclusions sont fausses, parce que les principes opposés sont vrais aussi.
(Pascal) 5

[p. 3]

Als je iets bereikt hebt, blijf je iets bereiken, alsof je ervoor gesorteerd bent.
(?)

De angst in de wereld noopt tot schrijven.
(Joost Meerlo)

Verlegen, omdat ik me afvraag of ik kontakt krijg met de groep, en die met mij. ‘t Is instinctief tasten naar de ander. Verlegen voor kritiek.
(Idem)

Ik heb nooit de gewoonte gehad, gelukkig te zijn.
(Marilyn M.)

Geluk is de vervulling van een voorhistorische wens. Daarom maakt geld ook niet gelukkig, want geld is nooit een jeugddroom geweest.
(Freud)

Denn es ist mit Büchern wie mit Spiegeln, wenn eine Affe hineinguckt, kann kein Apostel hinausschauen.
(Lichtenberg) 6

[p. 4]

De keuze van de dichter is bepalend voor de wereld die hij zal uitbeelden.
(S. Dresden)

Ziedaar mijn vriend, enige opmerkingen uit de plasregen dagen, moge de zon, die heden scheen ons nog dikwijls verblijden.
(M. Emants)

Dus… ik moet zwoegen voor mijn buurman; mijn buurman weer voor zijn buurman; de vader voor zijn zoon, de zoon voor zijn kleinzoon, de kleinzoon voor zijn achterkleinzoon, enz., enz. Totdat eindelijk de laatste mens van al dat getob profiteert! Jongen, jongen, vindt u die uitkomst niet wat schraal voor zoveel moeite?
(M. Emants)

Biografie: de verbale werkelijkheid v.e. mensenleven.
Personificatie: ‘t activeren van een persoonsverhouding tussen ons en de dingen.

[p. 5]

Een stem als van een glasvreter.

Inzicht – punt waarop men eindelijk begint iets niet te begrijpen.

Normen – waar de Ned. wapenspreuk mee staat of valt.

Establishment – maatschappij waar recht en orde goeie zaken doen.

Leerdicht: geversificeerde wetenschap resp. ethiek.

Aprioristische opvattingen: mystieke vooroordelen.

Wij moeten steeds weer ‘t zelfde formuleren – tot ons inzicht één is met ons wezen.
(Meerlo)

Verlegenheid leidt tot bescheidenheid en mensenkennis.
(Idem)

De goden beschikken over mij.
Niet mijn hartstocht telt.
(Helena – maar waar?)

[p. 6]

Sakkareet

Het karakter van onvoorspelbaarheid verheft een feit tot de rang van een gebeurtenis.
(Braque) 7

Kunstenaars zijn niet onbegrepen, maar miskend.
Zij worden geëxploiteerd door lieden die niet weten met wie zij te maken hebben.
(Braque)

Spreek ik de waarheid?
Dat komt omdat u het met me eens bent.
(Braque)

Een vaas geeft vorm aan de ruimte, muziek aan de stilte.
(Braque)

Bewijzen vermoeien de waarheid.
(Braque) 8

[p. 7]

Greshoff – Zwanen pesten:

die opgewekte vrijmoedigheid, welke alleen een algehele afwezigheid van kennis en geweten geeft… (60)

gemummel der geronten… (61)

… een door en door fatsoenlijk en sterk begrensd man (62)

Zij, die evenveel waardering hebben voor de Bolero als voor Take Five
(CN)

wier modernisme zich beweegt tussen Bolero en Take Five.
(CN)

Een werk zonder archeologische waarde.
[?]

Wat er ook over mijn werk geschreven wordt, het is altijd tertiaire literatuur.
(CN)

Ik handel niet zoals ik wil, maar zoals ik kan.
(Braque) 9

De persoonlijkheid van de kunstenaar is iets anders dan de som van zijn eigenaardigheden.
(Braque)

De kunst is geschapen om ons te verontrusten – de wetenschap stelt ons weer gerust.
(Braque) 10

[p. 8]

Ideologie, profane religie.
(Mitscherlich) 11

In de geschiedenis is wat werkelijk gebeurde minder beslissend voor de toekomst dan wat de mensen dachten dat er gebeurde.
(Barbara Tuchman)

Ik leef eigenlijk om te roken.
(Aimé) 12

Welbeschouwd is heel ‘t leven ongezond want je gaat eraan dood.
(Aimé)

Hij voelt z’n maag meer dan zijn verstand.
(± Heijermans)

[p. 9]

Maar welk ander middel bleef over dan afwijzende kritiek, ‘bij uwe eigenliefde, die voor vermaning verhard, voor gisping vereelt, voor bestraffing verstaald gebleken, eindelijk de toevlucht moest doen nemen tot de schorpioenen der spotternij?
(E.J. Potgieter)

Sinds de woorden ‘naar eer en geweten’ minder en minder worden gehoord, werd het steeds moeilijker het begrip ‘persoonlijkheid’ te definiëren.
(CN)

Gehalt ohne Methode führt zur Schwärmerei, Methode ohne Gehalt zum leeren Klügeln; Stoff ohne Form zum beschwerlichen Wissen, Form ohne Stoff zu einem hohlen Wählen.
(Goethe)

[p. 10]

De vraag volgens welk beginsel men een tekst kan beoordelen, leidt tot het inzicht dat je op ‘t wezenlijke, de logika van de tekst moet letten. Dat je dus tussen uitgangspunt en conclusie, hypothese en bewijs, probleemstelling en antwoord moet leren onderscheiden, en acht geven op de methodische stappen van de auteur om tot zijn oplossing te komen.

Liever CN op iedere blz. van CN dan Vestdijk op iedere blz. van Maarten ‘t Hart.

Ze kijken elkaar aan, of ze net Moccona hebben gedronken.

Szaszmami: ‘Als je tot God spreekt, bid je. Als God tot jou spreekt, ben je schizofreen.’

[p. 11]

Mijn leerlingen vragen vaak: ‘waarom drukt een dichter zich nooit direct uit? Waarom altijd in duistere woorden?’ Niet, omdat hij niet weet, waar hij ‘t over heeft, maar omdat hij over wat hem beweegt niet redeneren kan.

Waar had ik ‘t eigenlijk over? Ik weet ‘t niet, dus let op mijn woorden.
(CN)

Ik sliep. Zij moet van mij hebben gedroomd.
(CN)

Opruimen is de pest voor ‘t terugvinden van dingen.
(CN) 13

Mijn viervoetige kinderen.
(Jeanne)

Beauxartsdigheden
(Aimé)

Pioneeren is de romantische beweging in actie.
(NN)

De tiener is een barbaar die de onschuld van het kind verloor, zonder over de zelfcontrole van de volwassene te beschikken.
(Toynbee)

[p. 12]

Het spectaculaire alledaagse.
(?)

Ik lach niet, – ik heb geen gevoel voor humor.
(CN)

Gevoel voor chagrijn.
(Jef) 14

Zou God zijn geliefden hierheen hebben gezonden, uitgerekend naar mij?
(conform Slau)

De rococo – de naam alleen al zweemt naar het wufte.
(CN)

Waarheid is wat iedere idioot kan zien. [doorgestreept]

Eindelijk begon zij het niet te begrijpen.
(CN)

Ze infiltreert dit huis met een gevreesde ziekte.
(?)

[p. 13]

Kijk es wat ‘n verdriet, hij eet voor twee!

Hij vreet alsof ie zo gehangen wordt.

Is mijn tong te vlug of zijn je oren te langzaam?

If we said that the aim of science is the betterment of mankind, most readers would quickly read the words, and accept them. But the basic aim of science is not the betterment of mankind. It is theory. 15
(Kerlinger)

Zonder tastzin desintegreert ‘t leven.

Ik wil de wereld best redden. Maar ik heb iets anders te doen.
(CN)

Mensen die beslissingen nemen, worden altijd beledigd.

[p. 14]

Een punt waar alles mogelijk, maar niets werkelijk is.

Karakter wordt niet alleen door financiële mogelijkheden bepaald.
(Fens)

De anderen moeten weten, wat ik in mij heb.
(Tolstoi)

Elke keer dat je zegt: ‘Ik kan dat niet veranderen’, breng je jezelf een wond toe.
(?)

Niet aan denken. Gewoon doorschrijven.
(CN)

Creativiteit in zijn critische functies komt wel eens tegenover het leven te staan.
(Vestdijk)

[p. 15]

In een proces-verbaal is de waarheid aan het woord, de ambtsedige waarheid; hier wordt een fundament van onomstotelijke feiten gelegd. Op het proces-verbaal kan men bouwen! Er zijn niet veel geschriften waarvan men dat verklaren kan.
(Van Vierssen Trip) 16

Ik houd van dit proza. Het brengt geen ambtsedige waarheid als het proces-verbaal, integendeel, een conclusie is een strijdschrift, waarin een partij haar eigen belang verdedigt, dus partijdig en eenzijdig.
(v V T)

Men is zo jong als zijn minnares.
(?)

Oude mannen zijn gevaarlijk. Als ze oud genoeg zijn. 17
(Trotski)

Zij herinnerden hem met geweld aan de natuurlijke bestemming van de vrouw op aarde.
(Rhoïdis)

[p. 16]

Alleen de levenden verschaffen ons een voortdurende smart.
(Idem)

Ze behandelen me, alsof ik de school heb uitgevonden.
(CN)

Wie ‘t best in staat is te suggereren, dat hij er geen behoefte aan heeft, krijgt juist vaak de meeste genegenheid van anderen.
(?)

‘t Is niet ethisch. Ik hoop dat je dat nooit meer doet.

Na ‘t drinken van whisky zweemt ook het maagzuur naar de smaak van rook.

[p. 17]

De slimme zuinigheid van een beginnend scepticus.
(W. Durant)

Dat historische feitelijkheid niet vast staat, is niet erg. ‘t Maken van legenden is een deel van de geschiedschrijving. Hele legendes zijn een halve geschiedenis.
(Fromm)

De geneeskrachtige werking van het W.b. v. S.!
(Rooie Haan)

Understatement: terughoudendheid bij gevoelsontlading.

Worst. Er bestaat geen diepere minachting voor het leven.
(Ant. Koolhaas)

[p. 18]

Niets doen we ooit goed, totdat we ophouden met denken over de vraag hoe ‘t moet. Maar we kunnen niet ophouden met iets, als we er nog niet aan begonnen zijn.
(?)

Het is natuurlijk beroerd een eenling te moeten zijn. Maar het is nog veel beroerder dat niet te moeten zijn.
(Altenberg)

Zij, wier beroep hen verplicht, wat zeggen wij? wier betrekking hun vergunt hun leven aan de studie onzer taal en onze letteren te wijden… 18
(Potgieter)

TV, geëlectroniseerde walgelijkheid.
(?)

[p. 19]

Over Laika: 19
– Wat heb jij daar nou? Zoiets heb ik nog nooit gezien!
– Echt niet? ‘t Is een echte chienderue, hoor!
– Is ‘t een ras? ‘t Lijkt nog niet eens op een straathond!

De dwaling is ‘t noodzakelijke instrument van de waarheid.

Het getuigt voor ‘t zachtmoedige karakter van een man, wanneer hij opgaat in poëzie.
(W. Nigg)

Maar zij liet zich blindlings door Kypris voeren
In haar verliefdheid.
(Boutens)

Communikezen.

Luisteren is een oorzaak.
(CN)

[p. 20]

De ijzeren pen waarmee ik deze waarachtige geschiedenis beschrijf is van Engelse makelij, uit de fabriek van S., en is dientengevolge zo deugdzaam als…
(Rhoïdis)

Bovendien kan ik me niet veroorloven, bij ‘t schrijven van een natuurlijk gebeurde geschiedenis, om de dichters en de schrijvers na te apen, die versnelde polsslagen, tranen, blosjes en andere platonische proviand opeenstapelen (…) of volzinnen in elkaar draaien, die ronder zijn dan de borsten van Afrodite.
(Idem)

[p. 21]

Voor mijn onschuldige pen is het slechts materiaal voor een doodeenvoudig chiasme.
(Idem)

Makkelijk dronken worden is ‘t teken dat iem. geen habituele drinker is, zoals ‘t begeren van iedere vrouw die men ziet, ‘t bewijs is van grote bezonnenheid.
(Idem)

De verkeerde mensen de schuld geven van de verkeerde dingen.
(?)

Word niet boos, want sympatie voor jou geeft me de woorden in, onverklaarbare –
(?)

Ik kies niet voor een analyse, waarbij de realiteit in stukken valt. Belangrijker is de ervaring van samenhang en relaties te bewaren.
(Fotograaf Paul den Hollander)

[p. 22]

… of ik ben consistent, of ik ben inconsistent. Om die en die redenen ben ik niet consistent. Ik ben dus wsch. inconsistent, wat erger is, want zijn er contradicties in mij, en hoe kan ik die begrijpen?
(Gerrit Krol)

De intelligentste mensen zijn zij die het zich kunnen permitteren zich zelf tegen te spreken, zonder dat ze daardoor in de war raken, d.w.z. in staat zijn elk verschijnsel dat ze opmerken, hoe onverwacht ook, in hun denken op te nemen als ze dat willen.
‘Hij is intelligent’ – dat wil zeggen: hij laat zich niet intimideren door de logica.
(G.K.)

… Een schaker, in staat zijn geest te bevriezen, het volgende ogenblik weer delen daarvan uit te wissen en er een ander patroon op aan te brengen. () De meeste mensen zijn vager, en standvastiger…
(G.K.)

[p. 23]

Haar feministische praatjes… vals, voos, als eigenbelang en jaloezie op ‘t spel staan.

Liefde met IQ.

Marinetti’s manifest is ‘t geestelijk bezit van de barbaar geworden. Maar wat is een barbaar? (» Ortega)

In de keuken en in bed leer je door doen. (» Durrell)

Leugen, masker van de waarheid.
De droom op zijn feiten betrappen.
Leugens zijn de vrienden van de waarheid.
Iedere creatie is een leugen.
Leugen, generator van ‘t mysterie.

Judas, patroon van de bankiers.

[p. 24]

Vaktaal is de taal van de vakidioot.

Sinds God dood is, is iedereen een Oedipus.





NOTEN
  1. Nol: Nol Rieske, personage uit Vestdijks roman De koperen tuin.
    Paul Schiltkamp: personage uit Vestdijks roman De dokter en het lichte meisje. ↩
  2. Willem Pijper, componist van onder meer de met Vestdijk geschreven opera Merlijn. Vergelijk: ‘Men zou een boek steeds weer voor de eerste keer moeten lezen. Dan had je aan éen boek genoeg’ (Dagboek 6 januari 1989). ↩
  3. Deze uitspraak wordt door Cornets de Groot zowel toegeschreven aan dichter en musicus Jozef Eijckmans (Iets persoonlijks, p. 2), als aan de Haagse voordrachtskunstenaar Albert Vogel (Ongedateerde dagboekaantekeningen 1989). ↩
  4. CN is de lerarencode waarmee Cornets de Groot op het Lodewijk Makeblijde College werd aangeduid, en waarmee hij in publicaties ook naar zichzelf refereert. ↩
  5. Pascal leverde Cornets de Groot het motto voor zijn grote essay Bikini. ↩
  6. Zie voor de betekenis van dit aforisme voor Cornets de Groots leven en werk deze dagboekaantekening van 28 april 1986. ↩
  7. Zie p. 32 van het hoofdstuk Hedendaagse kunst uit de roman Liefde, wat heet! en vooral noot 2 van een ongetiteld artikel uit de twaalfde jaargang van de Gele vellen. Deze en volgende citaten zijn genomen uit G. Braque, Dag en nacht, een aforismebundeltje uitgegeven door Boucher, ‘s-Gravenhage, 1965. ↩
  8. Geciteerd op p. 58 van Ontwerp van een quizz. ↩
  9. Vergelijk: ‘Nijhoff hield het woord voor “creatief”, omdat hij bijzonder gevoelig was voor de sensatie van de breuk tussen wat hem plannend voor ogen stond en wat zijn pen scheppend voortbracht. Wie deze sensatie als aanleiding aanvaardt om te theoretiseren, komt vanzelf tot de praktijk van het autonome gedicht, het zelfwerkzame woord. Men kan ook praktisch zijn en de theorie lanceren dat een mens niet handelt zoals hij wil, maar zoals hij kan: geen mens kiest zijn eigen gedachten. Maar misschien slaagt hij erin ze althans te beheersen, en als hij geluk heeft, stijgt zijn kunnen boven zijn willen uit’. (De kunst van het falen, p. 119). ↩
  10. Zie noot 8. ↩
  11. Uit: Alexander Mitscherlich, Op weg naar een vaderloze maatschappij. Sociaal-psychologische verkenningen, Arnhem, 1968. ↩
  12. Aimé van Santen, beeldend kunstenaar en schrijver onder het pseudoniem Jan Molitor. Cornets de Groot schrijft over hem in De kunst van het falen, p. 112-120. ↩
  13. Geciteerd op p. 126 van de roman Tropische jaren. ↩
  14. Jef van Leeuwen, bevriend beeldend kunstenaar. ↩
  15. Uit: Fred N. Kerlinger, Foundations of Behavioral Research, Londen, 1973. Cornets de Groot neemt het citaat, zonder bronvermelding, in eigen vertaling over op p. 58 van Ontwerp van een quizz: ‘Indien ik zeggen zou, dat het doel van de wetenschap de vooruitgang is, de vervolmaakbaarheid van de mens, dan zouden velen dat zonder mopperen aanvaarden. Maar het doel van de wetenschap is niet de perfectibiliteit van de mens. Haar doel is theorievorming.’ ↩
  16. Jhr. Mr. Dr. G.W. van Vierssen Trip (1874-1960), vice-president van de Rotterdamse rechtbank, schrijver van De gelaarsde kat, een strafzaak, 1924, en van Mientje Watsinga in den Heilstaat, roman. ↩
  17. Geciteerd op p. 130 van de roman Liefde, wat heet! ↩
  18. Vergelijk: ‘Ik was als onderwijzer op de lagere school altijd jaloers op hen, wier beroep ze verplicht – maar wat zeg ik toch! – wier kleine slavernij hen vergunt hun leven aan poëzie en taal te wijden’ (Poëzie voor dagelijks gebruik). ↩
  19. Cornets de Groots hond, een asbakkenras. ↩

Bouwen Bake »

Reageren

U kunt deze HTML-tags gebruiken.

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>